De chaos voorbij

Vier jaar Balkenende bracht de nodige onderwijsveranderingen. Voor of tegen? Derk Walters

De SP heeft haar belofte niet waargemaakt. De partij van Jan Marijnissen voerde vier jaar geleden campagne met de slogan ‘stem voor’, in plaats van het aloude ‘stem tegen’. Maar onder Balkenende stemde de SP tegen vrijwel alle grote onderwijsveranderingen. Wat waren dat voor veranderingen? We noemen er voor elk onderwijstype één.

Basisonderwijs lumpsum.(Iedereen voor, behalve de SP)

Middelbare scholen werken er al tien jaar mee: een grote pot geld van de overheid waarvan ze al hun kosten naar eigen inzicht betalen. Bij de invoering van de lumpsumfinanciering op basisscholen – 1 augustus 2006 – werd gevreesd voor een herhaling van de chaos op de middelbare scholen. Dat is meegevallen, zegt bestuurder Liesbeth Verheggen van de Algemene Onderwijsbond nu. “We hebben weinig klachten gekregen.” De scholen, aldus Verheggen, hebben ervoor gekozen om nog niet te veel te veranderen aan hun beleid. Onderwijsadvocaat Wilco Brussee hielp tal van middelbare scholen door de chaos heen toen daar de lumpsum werd ingevoerd. Hij denkt dat het de basisscholen “minder rauw op het dak is gevallen door de nodige pilots en een goede informatievoorziening. Daarvoor moet ik het ministerie een pluim geven.”

Voortgezet onderwijs afschaffing basisvorming. (Iedereen voor, behalve de SP)

Na een lang sterfbed hield de basisvorming dit jaar op te bestaan. Tegelijk hebben de scholen meer vrijheid gekregen om zelf hun onderwijs vorm te geven. Adviseur onderwijsbeleid Erik Dees van de Besturenraad, de organisatie voor managers en bestuurders in het christelijk onderwijs, somt de onderwijsvernieuwingen op de scholen op: “Vakken zijn geïntegreerd, er wordt in projecten gewerkt, docenten werken in teams, het rooster met lesuren en vakken is soms geheel losgelaten.” Prima als een school daarvoor kiest, vindt Dees. Wel noemt hij de norm van 1.040 verplichte lesuren in de onderbouw die de minister tegelijkertijd vaststelde, irreëel. “Zo is er weer minder tijd voor docenten om te professionaliseren.”

Voor het vak wiskunde was de basisvorming geen zegen, zegt voorzitter Marian Kollenveld van de Nederlandse Vereniging voor Wiskundeleraren. Alle leerlingen kregen wiskunde op hetzelfde niveau, wat volgens haar de grote verschillen tussen leerlingen miskende. Maar Kollenveld is ook tegen “het geheel laten opgaan van wiskunde in een vorm van projectonderwijs”, zoals nu vaak gebeurt. De norm van 1.040 uur onderwijs noemt ze “wezenloos”. Ze beklaagt zich over “het gebrek aan inhoudelijke maatregelen ter verbetering van de kwaliteit.”

Het voortgezet onderwijs heeft vorig jaar ook het definitieve einde van de tweede fase mogen beleven. Dat besluit wordt door hoogleraar Vincent Icke, in het stuk hiernaast, toegejuicht.

Middelbaar beroepsonderwijs betere afstemming met vmbo. (Alle partijen voor)

Achtergrond van dit besluit was het hoge percentage uitvallers op vmbo en mbo. Leerlingen zonder diploma kunnen nu instromen op het laagste mbo-1-niveau om alsnog een vmbo-diploma te halen. Ook kunnen vmbo-scholen onderwijs geven op niveau mbo-1. Margo Vliegenthart, voorzitter van de MBO-Raad, is blij met dit besluit. “Hier hebben we lang voor gepleit.” Mbo-consulent Femke van de Giessen van de Jongeren Organisatie Beroepsonderwijs is vooralsnog minder enthousiast over de uitwerking. Vmbo’ers, zegt zij, missen vaak structuur op het mbo. “Wel zie je dat er projecten zijn waarbij vmbo’ers alvast mogen meelopen op het mbo. Dat helpt.”

Hoger onderwijs invoering leerrechten. (CDA, PvdA, VVD, LPF, D66 en Wilders voor)

Studenten kunnen vanaf 2008 via een onderwijstegoedbon onderwijs ‘inkopen’ bij een onderwijsinstelling naar keuze. Ook wordt de prestatiebeurs strenger: die wordt alleen nog omgezet in een gift als het einddiploma is behaald. President Frits van Oostrom van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen vindt het jammer dat de universiteit verandert “van vrijplaats naar doorgangshuis”. De leerrechten, zegt hij, zouden studenten extra mogelijkheden kunnen geven om de juiste opleiding te vinden. “Maar het onderliggende principe van de student als klant baart mij zorgen. Ik had liever een zwaardere onderwijsevaluatie gezien.” Voor studentenverenigingen zijn de leerrechten funest, zegt Adriaan Andringa van de Landelijke Kamer van Verenigingen. “Ledenaantallen zullen dalen en de leden zullen minder actief worden in commissies en besturen. Dat is slecht voor de ontwikkeling van studenten.”

Tweede-Kamerlid Fenna Vergeer van de SP staat nog altijd achter de tegenstemmen. De lumpsum, zegt ze, heeft een grotere autonomie voor het management en meer geld voor bureaucratie opgeleverd. En de SP was volgens haar voorstander van het afschaffen van de basisvorming, maar niet voor de gevolgen. “Nu doet vakkennis er niet meer toe. Het is funest dat de leraar in theorie nog maar één hoofdstuk van het leerboek voor hoeft te blijven op de leerlingen.”