D66 staat stabiel op extreem laag niveau

D66 voert ook verkiezingscampagne, alleen merkt de kiezer daar weinig van. Tegen Irak, voor stamcelonderzoek en meer Europa.

Eenzaam staat campagneleider Bert Bakker elke ochtend de pers te woord. Al weken lang. Hij verwoordt tijdens die dagelijkse ‘persmomenten’ de reactie van D66 op de actualiteiten van de dag. Maar in tegenstelling tot dezelfde sessies bij PvdA, CDA en VVD, is de belangstelling voor Bakkers ‘persmoment’ minimaal. Gemiddeld draven er twee journalisten op en de spin off in de media is minimaal.

Bakker is de eerste die toegeeft dat zijn D66-campagne, ondanks een budget van een half miljoen euro, electoraal nauwelijks effect oplevert. „We zijn al weken behoorlijk stabiel in de peilingen, maar wel op een extreem laag niveau.” De partij die dit jaar veertig jaar bestaat, is nauwelijks zichtbaar in de media.

Partijoprichter Hans van Mierlo vroeg zich aan het begin van de verkiezingscampagne openlijk af of D66 nog wel bestaansrecht had. „Meer dan ooit”, was zijn antwoord. D66 is veertig jaar te vroeg opgericht. Bakker houdt die mantra in ere. Maar hij zit tegelijkertijd met het gegeven dat het D66 niet lukt om zichzelf op die manier te profileren. „En we gaan niet op de populistische toer uit electoraal winstbejag.”

En dus houdt D66 in de campagnes vast aan thema’s die er in de media nauwelijks toe doen: over de noodzaak van ‘Europa’, omdat de Nederlandse economische groei afhankelijk is van een goed functionerend staatsbestel op Europees niveau. Over de noodzaak van stamcelonderzoek, omdat daar in de toekomst levens mee gered kunnen worden. Over het afschaffen van de identificatieplicht omdat die alleen maar heeft geleid tot een stortvloed aan zinloze bekeuringen. Over de noodzaak van bestuurlijke vernieuwing, het rechtstreeks benoemen door de Tweede Kamer van de formateur. Of de in hun ogen zinloze oorlog in Irak waar het eerste kabinet-Balkenende, demissionair, volstrekt ten onrechte politieke steun aan gaf.

Veelal levensbeschouwelijk kwesties, aldus Bakker, die het hart van de identiteit van D66 raken. Maar hoe krijg je ze onder de aandacht in volstrekt gepolariseerde links/rechts-campagnes die over voedselbanken of randgroepjongeren gaan?Thema’s ook, waar D66 van oudsher op scoorde. In de jaren negentig was die partij de spil in wetgeving over het homohuwelijk en euthanasie, kwesties waar D66 in de jaren negentig electoraal goed mee scoorde en regeringsdeelname mee afdwong.

Maar uitgerekend die regeringsdeelname in het tweede kabinet-Balkenende én de manier waarop ze daarmee brak, heeft de partij te gronde gericht. Bovendien zorgde die regeringsdeelname voor grote onenigheid in de partij. De bewindslieden in het kabinet lagen voortdurend met hun eigen fractie overhoop. Het Afghanistan-debat, waarbij de fractie deelname aan die missie afwees, voordat het kabinet daarover een beslissing had genomen, was daar volgens Bakker een voorbeeld van. Ook de strijd om het lijsttrekkerschap, eerst tussen Dittrich en Pechtold en vervolgens tussen Van der Laan en Pechtold zorgden voor een intern machtsvacuüm dat de partij schade heeft opgeleverd.

Het gevolg is dat de partij zichzelf geen politieke plaats meer weet te geven, behalve dan een marginale rol in de oppositie. Regeringsdeelname in een kabinet met de VVD wordt intern uitgesloten als minister Verdonk (Vreemdelingenzaken en Integratie, VVD) er deel van uit maakt. Maar een linkse coalitie wordt ook uitgesloten omdat PvdA en SP sociaaleconomisch beleid willen voeren dat haaks staat op de inzet van D66 in het tweede kabinet-Balkenende. Ook sporen de opvattingen van de SP over het terugdringen van de ‘regelzucht uit Brussel’ niet met het standpunt van D66 daarover.

De partij straalt inmiddels uit dat ze niet meer in staat is om zichzelf op korte termijn te herstellen. De voorbereidingen voor een sociaal plan voor de fractiemedewerkers die straks overbodig worden, zijn al in volle gang. Het campagneteam heeft nog één hoop. Misschien komen in de laatste dagen de inhoudelijke thema’s op de agenda. En dan kan de gematigde PvdA-kiezer mogelijk toch weer kiezen voor het ‘redelijke alternatief’.