‘Così’ is vrolijk begin van Mozart-cyclus

Voorstelling: Così fan tutte door De Nederlandse Opera en Ned. Kamerorkest o.l.v. Ingo Metzmacher. Decor: Barbara Ehnes. Kostuums: Anja Rabes. Regie: Jossi Wieler, Sergio Morabito. Gezien: 17/11 Muziektheater, Amsterdam. Mozartcyclus Radio 4: 23/12, 6/1, 20/1; tv/bioscoop: 10, 12/12; 7/1.

Uniek van opzet en vaak totaal anders dan de gebruikelijke ensceneringen is de Mozartcyclus waarmee de Nederlandse Opera het Mozartjaar 2006 afsluit. Così fan tutte, Don Giovanni en Le nozze di Figaro worden tot in januari tien keer gepresenteerd als een trilogie, niet alleen in het Amsterdamse Muziektheater maar ook via radio, tv en in bioscopen. Gisteravond ging Così in première, met veel publieke bijval voor de zangers, onder wie Sally Matthews (Fiordiligi), in haar grote aria’s de ster van de avond. Maar er was ook unaniem bravogeroep voor de regisseurs Jossi Wieler en Sergio Morabito.

Taai en saai was de voorstelling van Mozarts Lucio Silla waarmee zij twee jaar geleden het Amsterdamse publiek tergden en tartten, met massaal boegeroep als resultaat. Deze Così is zo onderhoudend, komisch en fijnzinnig gedetailleerd dat het nauwelijks voorstelbaar is dat hier het zelfde eigenzinnige regisseursduo aan het werk is. Maar ongetwijfeld zullen ze nog met iets controversiëlers aankomen.

Deze Così is voor het oudere deel van het publiek het feest der herkenning van de eigen jeugd. De opera speelt niet in de late achttiende eeuw in een Napolitaanse villa, maar rond 1960 in een jeugdherberg. We zien schrootjes, Scandinavisch meubilair, stapelbedden, kussengevechten, een geiser en het uitknijpen van puistjes.

Guglielmo en Ferrando, keurige schooljongens die slechts in hun dromen nozems zijn, beleven hun eerste vakantieliefdes met Fiordiligi en Dorabella, beiden in de bakvisperiode. De filosoof Don Alfonso is hier getransformeerd tot een cynische jeugdherbergvader, kennelijk net gescheiden, die de overspannen verwachtingen over eeuwige liefde van de jongens wil ontmaskeren. Als in een reality-soap krijgen ze de opdracht elkaars vriendin te versieren. Daarin slagen ze en de gevolgen zijn rampzalig. Het wordt een schokkende ervaring, die ze de rest van hun leven niet zullen vergeten.

Wie Così goed kent, geniet van de vele grote en kleine verschillen met de traditie. Ferrando is van de arsenicum zó in de war dat hij eerst alleen maar andere mannen bepotelt. Roerend is hij als hij op het strand twee borstjes van zand aan het strelen is. En dan het kordate dienstmeisje Despina: ze legt het hier met alle mannen aan.

De actualisering naar een recent verleden heeft hier een bijzonder complement in de muzikale uitvoering onder leiding van Ingo Metzmacher. Her en der is met wat knip- en fileerwerk de handeling flitsender gemaakt. Bij de recitatieven is het klavecimbel in de orkestbak vervangen door een pre-hippie-gitarist. In een situatie van twijfel speelt hij een melodietje uit Don Giovanni: ‘Vorrei, e non vorrei’ (Ik zou willen, maar ook niet) uit de scène waarin Don Giovanni Zerlina probeert te verleiden. Op andere momenten komt Mozarts muziek via een lp uit een slecht klinkende platenspeler. Juist ouderwets zijn de nog steeds niet bedrijfszekere natuurhoorns.

De bonte avond in Hawaï-stijl met bloemenslingers en ananassen en meisjes in petticoats geeft een hilarisch tijdsbeeld. Zó bijna hedendaags is alles, dat in de boventitels de traditionele tekst te gedateerd is. Wanneer Guglielmo zingt over de Griekse mythologie, kan men nog denken dat hij op het gymnasium zit. Maar ‘verloofde’ is nu toch ‘vriendje’ of ‘vriendinnetje’. Een hertaling van Jan Rot was passend geweest.

Prachtig is de opbouw naar de deprimerende bruiloft, waarbij akelige stiltes vallen, de woedende Guglielmo champagne schenkt in geëmailleerde kroezen en de vier jongelui achterblijven als gedesillusioneerde eenlingen. Ook Don Giovanni en Le nozze di Figaro zijn geen lofzangen op de ongecompliceerde liefde. Daarover maandag.