Congo is nog lang geen rechtsstaat

Kabila is uitgeroepen tot winnaar van de presidentsverkiezingen in Congo. Een van zijn belangrijkste taken is de opbouw van de rechtsstaat. ‘We zoeken na deze verkiezingen opnieuw naar onze onafhankelijkheid.’

Kinshasa, 18 nov. - Wie in Congo tegen een gevangenismuur leunt, neemt het risico dat deze omvalt. Daarom ontsnappen er zoveel gevangenen. De afbrokkelende gevangenissen staan symbool voor de ontbinding van het gerechtelijke apparaat. „Wíj moeten de democratie waarborgen in Congo”, zegt een rechter in de hoofdstad Kinshasa. „Ja, de bevolking vertrouwt ons niet meer. Maar wat moet een armlastige rechter als hij tien dollar krijgt aangeboden van een verdachte?”

Op de kleine afdeling bij de Verenigde Naties in Congo voor de opbouw van een rechtsstaat werkt Harriet Solloway. Ze is gefrustreerd. Het merendeel van het VN-budget gaat naar militaire en politieke zaken. „De VN hadden veel meer nadruk moeten leggen op de justitie”, vertelt ze. Ze ziet het gevaar voor Congo: „In Haïti, in Liberia en onlangs weer in Oost-Timor bleek dat na het vertrek van de VN-soldaten er geen fundamenten waren gelegd voor een rechtsstaat, waarna er chaos uitbrak en de buitenlandse vredestroepen terugkeerden.”

Rechten hebben de Congolezen nauwelijks, en al zeker niet in het cachot. Van de 145 gevangenissen in het land heeft er één een begroting voor maaltijden, in alle andere krijgen de gevangenen geen voedsel. En als de familie geen voedsel brengt? „Dan ga je dood”, zegt Solloway. „De situatie in de gevangenissen is verschrikkelijk, er vinden rellen plaats, er wordt verkracht en dossiers van verdachten raken zoek waarna gevangen jarenlang onrechtmatig vastzitten.”

Van de hoeveelheid gevangenen in Congo hebben de VN noch de overheid een idee, wel dat de cellen soms zo vol zitten dat de gedetineerden alleen kunnen staan. „Vrouwen, kinderen en soldaten, allemaal in dezelfde ruimte gepropt.”

Een gevangenisdirecteur ontvangt maandelijks tien dollar salaris, een gewone soldaat twintig dollar, een rechter na een recente loonsverhoging 350 dollar. Slechts eenderde van de lagere rechtbanken functioneert en het land beschikt maar over de helft van de benodigde rechters en magistraten. „Ik neem mijn eigen computer mee naar mijn werk”, vertelt rechter Jean-Louis Esombo Kangashe, „al mijn collega’s werken met pen en papier. Het ontbreekt ons aan naslagwerken en andere literatuur om goed te werken.” Veel rechters hebben niet het geld om met het openbaar vervoer, laat staan met auto te komen; zij gaan na zonsopgang te voet naar de rechtbank.

Esombo Kangashe erkent het slechte aanzien van zijn vak. „We zoeken na deze verkiezingen opnieuw naar onze onafhankelijkheid.” Laat hij zich omkopen? „Zo gemakkelijk ligt het niet, want de verdachte moet niet alleen de rechter maar ook de griffier, de secretaresse en anderen betalen.” Waarna hij grif toegeeft ná de uitspraak presentjes te ontvangen: „Congolezen gingen dat gewoon vinden: voor wat hoort wat.”

Geld smeert het gerechtelijke apparaat, maar ook andere machten spelen een rol. „Als een minister belt, weet je wat je te doen staat”, glimlacht Esombo Kangashe. En eveneens parlementsleden – met een relatief riant salaris van 1.500 dollar – laten hun invloed gelden. „Onder het democratische systeem moeten de parlementsleden eerst eens goed de nieuwe grondwet lezen.”

Misschien wel de grootste uitdaging voor de rechterlijke macht vormt de bestrijding van corruptie. In Congo betekent corruptie voor een ieder een dagelijkse economische en sociale werkelijkheid. Bij een auto-ongeluk haalt geen chauffeur de politie erbij, want dan moeten beide partijen betalen. Ouders moeten schuiven naar de hoofdonderwijzer. Voor het sluiten van een contract in de lucratieve mijnbouwsector eist de politicus zijn aandeel. Om steun te vergaren bij verkiezingen delen kandidaten duizenden dollars uit tijdens hun campagnes.

„Corruptie is een mentaliteit geworden”, oordeelt Mabi Mulumba, directeur van de Congolese Rekenkamer. Hij hield tijdens de afgelopen overgangsperiode de regering van interim-president Joseph Kabila en vice-president Jean-Pierre Bemba in de gaten. Hij ontdekte grof wanbeleid in alle ministeries en staatsbedrijven. „Ik schreef lijvige rapporten voor het parlement, maar er volgde geen actie. In de overgangsperiode is niet het goede voorbeeld gegeven, de straffeloosheid werd gelegaliseerd”, verzucht hij.

„De internationale gemeenschap sloot hiervoor de ogen”, verwijt Mabi Mulumba westerse diplomaten en de VN. Een recent geheim document van de Wereldbank schrijft over haar eigen rol: „Er was een vermoede betrokkenheid en/of een stilzwijgende toestemming” voor uiterst corrupte contracten in de mijnbouwsector. Geld van de Wereldbank voor de heropbouw ‘verdween’. Naar verluidt zou de coterie rond Joseph Kabila miljoenen dollars aan smeergeld hebben verdiend door de mijncontracten. „De strijd tegen corruptie begint bij een regering die het goede voorbeeld geeft”, oordeelt Mulumba, „bij een parlement dat haar taken uitvoert en een buitenwereld die zijn verantwoordelijkheid neemt.”

VN-medewerker Solloway, rechter Esombo Kangashe en hoofd van de Rekenkamer Mulumba uiten zich niettemin positief over de toekomst. Solloway verwacht meer buitenlandse fondsen om de gevangenissen te verbeteren en de rechtbanken op te bouwen. Esombo Kangashe: „Sommige rechters hebben nog een geest van onafhankelijkheid.” En Mabi Mulumba: „De macht ligt voortaan bij het volk, de Congolezen gaan zich weer weerbaar opstellen.”