ARTE: cultuurzender met een lange nek

Op zijn Expeditie Europa komt Hans Beerekamp in Straatsburg, de meest Europese stad met ook de grensoverschrijdende Frans-Duitse zender ARTE.

Sinds een maand staat er een giraffe voor de ingang van het gebouw van de Frans-Duitse televisiezender ARTE in Straatsburg. Hij draagt een zwarte broek en een wit open overhemd en kijkt uit over het riviertje de Ill. Iets verderop staan de kolossale gebouwen van het Europees Parlement en de Raad van Europa.

In een persdossier wordt het kunstwerk van de Duitse beeldhouwer Stephan Balkenhol gerelateerd aan zoiets als ‘de vreedzame co-existentie van het vertrouwde en het exotische’. ARTE-voorlichtster Camille Michel komt met een prozaïscher verklaring voor de keuze van juist dit beest: „Een giraffe is een groot, niet-agressief dier dat net iets verder kijkt dan zijn directe omgeving.”

Het zijn eigenschappen die de Association Relative à la Télévision Européenne (ARTE) ook nastreeft. Het geesteskind van president Mitterrand en bondskanselier Kohl, dat in 1992 begon uit te zenden, wordt vaak omschreven als ‘cultuurzender’. Er is inderdaad ruime aandacht voor film, theater, geschiedenis, filosofie, muziek, gastronomie en politiek.

Maar ARTE probeert ook de actualiteit te volgen, zij het op een niet altijd voor de hand liggende manier. Uwe-Lothar Müller, chef van de nieuwsredactie, die dagelijks een journaal maakt, zegt dat hij steeds minder vaak hoeft uit te leggen waarom ARTE naast alle thema-avonden en documentaires ook nog eens journalistiek wil bedrijven. Een probleem vormt het Frans-Duitse karakter van de zender, want tussen beide landen bestaan wel degelijk verschillen in wat een nieuwsgierig publiek zou willen weten.

Op de dag dat we het centrale hoofdkwartier van ARTE in Straatsburg bezoeken, blijkt een fors deel van de staf afwezig omdat dan in Hamburg de persconferentie voor het komende jaar wordt gehouden. In Straatsburg werken ongeveer vierhonderd mensen, onder wie de nieuwsredacties en de centrale technische en administratieve staf. Vlakbij Parijs zetelt ARTE France, waar nog eens 250 mensen voornamelijk programma’s maken. Een derde van de uitzendingen is oorspronkelijk Frans, een derde Duits en een derde aangekocht. In Duitsland zijn de redacties verdeeld over regionale televisiezenders in de Länder, dus dat is vaak organisatorisch lastig. Het verschil tussen een centralistische en een sterk regionaal gedelegeerde organisatie is volgens Camille Michel een typerend onderscheid.

Kijkcijfers zijn ook voor publieke omroepen geen taboe meer. Volgens nieuwschef Müller is het niet het eerste waar hij ’s morgens kennis van neemt, maar wel zo ongeveer het tweede, zodra ze rond half tien binnenkomen. In Duitsland kijkt gemiddeld slechts 0,6 procent naar ARTE, in Frankrijk rond de drie procent. Toch zijn dat cijfers waarmee het forse budget (in 2005 was dat 352,6 miljoen euro) volgens beide regeringen gerechtvaardigd kan worden.

In Straatsburg, de stad die de afgelopen honderdvijftig jaar zes keer van nationaliteit wisselde, is ARTE een van de meest tastbare vormen van vriendschappelijke samenwerking tussen Fransen en Duitsers. Volgens de voorlichtster is de eis aan elke medewerker dat hij minimaal beide talen verstaat, en verder spreekt ieder zijn eigen taal. Ze zegt dat je bijna nooit Engels hoort. We mogen een redactievergadering bijwonen (en filmen voor ons weblog), waar drie Duitsers en een Fransman bespreken wat er dient te gebeuren met het voorgenomen pausbezoek aan Turkije. De kostenfactor is van belang, evenals het eventuele Europese perspectief. Het afwisselen van de talen lijkt geen enkel probleem op te leveren, maar toch valt er nog geen beslissing: programmamaakster Nathalie Daiber moet meer argumenten verzamelen waarom dit een onderwerp voor ARTE zou kunnen zijn.

Zoals bij veel televisiezenders lopen er grote aantallen vrouwen rond op de redactie, maar zijn het relatief vaak de mannen die de beslissingen nemen. Voor de deur staan meer fietsen dan je op het Hilversumse Mediapark aantreft. Volgens de voorlichtster zijn die alleen van de stagiaires: in de kelder staan er nog veel meer van de redacteuren.

Ondanks de verschillen in bijvoorbeeld lunchrituelen hebben Fransen en Duitsers elkaar gemakkelijk gevonden in de Straatsburgse gewoonte om je vooral niet per auto door de smalle straten te verplaatsen. Er is zelfs drie jaar geleden tussen Straatsburg en het Duitse Kehl een fietsers- en voetgangersbrug over de Rijn geopend, ter bevordering van de vriendschappelijke verhouding tussen beide naties. Je ziet daar weinig forensenverkeer, een enkeling laat de hond grensoverschrijdend uit.

Donderdag zond ARTE een eigen productie uit, Le siècle de Verdun, waarin Franse en Duitse historici probeerden te reconstrueren welke rol de bloedige slag uit 1916 in het collectieve geheugen van beide landen heeft gespeeld. Een voorzichtige conclusie luidt dat misschien niet de dood, maar de herinnering de grote winnaar van Verdun was.

In zekere zin is zelfs ARTE het symbolische resultaat van de behoefte die oude vijandschap zeer diep te begraven en in Europees perspectief samen verder te gaan. Zo op het eerste gezicht lukt dat aan de Ill wonderlijk gemakkelijk.

Nog belangrijker vind ik de keuze van de Duitse en Franse overheid om bijna drie euro per inwoner per jaar uit te geven aan een zender zonder reclame-inkomsten die zich voornamelijk lijkt te richten op hoog-opgeleiden en ‘opinion leaders’, met als enig doel cultuurspreiding en verdieping. Dat is pas een echte publieke omroep.