‘Als je dijken niet onderhoudt, heb je geen AOW meer nodig’

PvdA, GroenLinks en SP willen af van de waterschappen.

De oudste bestuurslaag is onbekend en onbemind. „Water zuiveren kun je vanuit huis. Het is net Nintendo.”

Het is schouwtijd! Elk jaar in december trekken de mannen en vrouwen van het waterschap hun gebied in om te kijken of de sloten goed zijn onderhouden door de boeren. Waterschapsmensen spreken van de jaarlijkse riet- en vellenschouw, dat wil zeggen je controleert of er niet te veel riet langs de sloten staat dat de doorstroming kan belemmeren, en of er niet te veel planten en kroos op het water drijven.

Dit jaar gaat het er bij waterschap Hollandse Delta voor het eerst digitaal aan toe. De schouwers hoeven niet langer met weidse armbewegingen hun landkaarten in de auto te ontvouwen. Ze toetsen met een veldcomputertje in waar ze zich bevinden en voeren codes in, over de conditie van de sloot.

Over hoe je dat doet en welke criteria je daarbij hanteert, daarover gaat vanochtend een cursus op een van de vier steunpunten van het waterschap, in Strijen. Naast het cursuslokaal zit Wouter van Dam, regiomanager van het steunpunt in de Hoeksche Waard. Van Dam vertelt dat schouwen een vak apart is. „Vaak weet je van tevoren al welke boer je in de gaten moet houden”, zegt hij. Je hebt er zelfs die soms een spel met de waterschappers spelen. „Dan onderhouden ze hun sloot keurig, behalve op één plaats die voor ons minder goed zichtbaar is. Om te hopen dat wij dat niet opmerken en zij ons dat later dat onder de neus kunnen wrijven”, zegt hij. Aan ervaring heb je in deze gevallen veel. „Je kunt bij wijze van spreken al vooraf vanachter je bureau de boetes uitschrijven”, zegt Dirk van ’t Zelfden, directievoerder bij de afdeling voorbereiding.

Bezuiniging

De waterschappen moderniseren. En ze moeten wel, want hun positie staat ter discussie. Al decennia lang is het gebruikelijk dat af en toe iemand opstaat om te zeggen dat de waterschappen beter opgeheven kunnen worden. Zo ook in de aanloop tot de huidige parlementsverkiezingen. PvdA, SP en GroenLinks melden in hun verkiezingsprogramma dat de waterschappen moeten worden afgeschaft, dat wil zeggen dat de taken moeten worden ondergebracht bij de provincies. Het schrappen van de waterschappen levert niet alleen minder ‘bestuurlijke drukte’ op, zeggen de politici, maar ook een bezuiniging van 120 miljoen euro. „En dat zijn cijfers van het ministerie van Financiën”, zei Tweede-Kamerlid Jan Boelhouwer (PvdA) onlangs in deze krant.

Kritiek op inefficiënt waterbeheer door bureaucratische organisaties valt goed bij kiezers. Dat komt misschien ook doordat miljoenen Nederlanders geen flauw benul hebben van het werk van de waterschappen. Terwijl we hier toch spreken over de oudste bestuurslaag van Nederland, met wortels in de Middeleeuwen. Het eerste waterschap dateert naar het schijnt van het jaar 1122, toen een aantal grondbezitters bij de Lekdijk Bovendams, ten zuiden van Utrecht, besloot de Kromme Rijn af te dammen.

Het debat over nut en noodzaak van de waterschappen komt op een merkwaardig moment. Wetenschappers waarschuwen de laatste maanden veelvuldig dat Nederland zich beter moet wapenen tegen de gevolgen van klimaatverandering, zoals zeespiegelstijging, meer regen, en overstromingen van de grote rivieren. In dat kader brak kroonprins Willem-Alexander onlangs nog een lans voor de waterschappen, als voorzitter van de Adviescommissie Water. „Waterschappen spelen een onmisbare rol bij het realiseren van de waterveiligheid in Nederland”, aldus zijn advies aan minister Peijs (Verkeer en Waterstaat, CDA).

Ook hebben de waterschappen het afgelopen jaar heel wat keren van delegaties uit het door watersnood getroffen New Orleans te horen gekregen hoe fan-tas-tisch Nederland z’n zaakjes voor elkaar heeft, gezegend als we zijn met een systeem van autonome waterschappen die zelf belasting heffen. Hierbij worden uitgaven voor waterveiligheid niet afgewogen tegen andere uitgaven, zoals infrastructuur of sociale uitkeringen, maar zijn politiek onomstreden. En ten slotte heeft de Tweede Kamer uitgerekend vorige maand de nieuwe Waterschapswet aangenomen. Die wet maakt een modernisering van waterschappen mogelijk.

De kritiek op de waterschappen is dan ook niet besteed aan de dijkgraaf van het waterschap Hollandse Delta, de Zeeuw Jan Geluk. Hij is ex-boer, ex-ondernemer en ex-Tweede-Kamerlid voor de VVD. Als kleine jongen heeft Geluk de watersnoodramp van 1953 nog meegemaakt. „Waterveiligheid mag nooit in het gedrang komen doordat het in de debatten wordt afgewogen tegen andere prioriteiten, zoals sociale uitkeringen. Ik zeg altijd: als je de dijken niet onderhoudt, heb je de AOW niet meer nodig.” Geluk constateert dat de kritiek op waterschappen meestal „uit de hoek van de provincies” komt. „Die hebben minder te doen, en zoeken nieuwe taken. Dan kijken ze al gauw naar ons.”

Fusiegolf

Het antwoord van de waterschappen op alle aanhoudende kritiek is fuseren. Er heeft zich in waterschapsland een ware fusiegolf voorgedaan. Waren er zestig jaar geleden nog vijfentwintighonderd waterschappen in Nederland, nu zijn dat er nog maar zevenentwintig. Zo moet er slagvaardiger worden gewerkt.

Een goed voorbeeld van het fusiegeweld is het waterschap Hollandse Delta, gevestigd in Dordrecht, op 1 januari 2005 ontstaan uit vier waterschappen en een zuiveringsschap. Een waterschap met een gevarieerd werkgebied: waterkeringen langs de Hollandse kust, maar ook beheer van wegen en sloten op het platteland, en grootschalige zuivering van afvalwater in steden als Rotterdam en Dordrecht. Er werken vijfhonderdvijftig mensen. Dat zullen er over enkele jaren iets minder dan vijfhonderd moeten zijn. Aan algemeen directeur John van den Hoonaard en zijn medewerkers de taak om er een samenhangend geheel van te maken. Hij spreekt op zijn werkkamer van een ‘cultuurveranderingstraject’ dat tot uitdrukking komt in BKR-waarden: Betrouwbaarheid, Klantgerichtheid en Kwaliteitgerichtheid. Van den Hoonaard: „Wij zijn als overheidsorganisatie van nature niet erg klantgericht. Dat willen we veranderen. Als ik zo dadelijk hier de gang op loop en vraag of klantgerichtheid de grootste motivatie is van al onze medewerkers, weet ik eerlijk gezegd niet of ik de gewenste antwoorden zal krijgen. Maar we streven er wel naar om goed te scoren bij de burger.”

Contact leggen met burgers en boeren op het platteland is altijd vanzelfsprekend geweest. In de steden ligt dat anders. Met de bewoners van Rotterdam-Zuid bijvoorbeeld had het vorige waterschap IJsselmonde traditioneel niet zo veel te bespreken. Inmiddels is er regelmatig overleg, ook met huurdersverenigingen. Al was het maar om uit te leggen waarom de tarieven van de waterschapsheffingen op IJsselmonde na de fusie ineens met zo’n twintig tot dertig procent omhoog gingen. „Dat was even moeilijk”, vertelt Van den Hoonaard. „De waterschapslasten waren op IJsselmonde laag door het grote aantal bewoners, in tegenstelling tot Goeree-Overflakkee. We hebben de tarieven na de fusie gelijk moeten trekken. Dat doe je niet om die mensen dwars te zitten, maar om als geheel zo efficiënt mogelijk te presteren.”

Goedkoper

Als argument voor het afschaffen van de waterschappen wordt vaak gebruikt dat het allemaal veel goedkoper kan, of dat er in elk geval onvoldoende toezicht wordt gehouden op de kosten die waterschappen maken. Wie daarover bij Hollandse Delta begint, krijgt een vloed aan voorbeelden van het hoge kostenbewustzijn. Directeur John van den Hoonaard: „Het idee van de fusie is dat je meer kennis in huis hebt om zaken beter en goedkoper te kunnen uitvoeren. Het is een uitdaging om kostenefficiënt te werken. Bijvoorbeeld door gezamenlijk met gemeenten de belastingen te innen. Of door straks samen met het waterschap Brabantse Delta één laboratorium op te zetten. Ook onderling werken we beter samen. Vroeger kwam je als waterschapper je eiland niet af. Als we nu overcapaciteit hebben op Goeree, dan zetten we die in als er een tekort is op IJsselmonde. Hoeven we op IJsselmonde minder werk uit te besteden.”

Denk vooral niet dat er geen handige financiële mensen op de waterschappen werken, wordt ons voorgehouden. En denk ook niet dat het kostenbewustzijn niet tot in de haarvaten van de organisatie is doorgedrongen. Regiomanager Wouter van Dam uit de Hoeksche Waard heeft een compleet investeringsplan moeten opstellen om toestemming van de Verenigde Vergadering te krijgen om straks bij vorst op de wegen nat te mogen strooien, in plaats van droog. „Nat strooien is beter omdat het zout aan de weg plakt”, zegt Wouter van Dam. „Strenge winters worden zeldzamer. Automobilisten zijn steeds minder goed voorbereid op gladde wegen. We willen vanaf volgend jaar met installaties werken die nat strooien en daardoor al in een vroeg stadium de wegen minder glad maakt. Maar ja, dat voorstel moet eerst naar de directie middelen van het waterschap, en vervolgens moet uiteindelijk de Verenigde Vergadering instemmen, want uiteindelijk leidt zo’n investering tot hogere lasten voor de burger.”

Die lastenverhoging, zeggen ze bij het waterschap, blijft komend jaar beperkt tot één procent. Dijkgraaf Jan Geluk: „Voor de prijs van een kabelaansluiting heeft een huishouden in Nederland droge voeten, schoon water in de sloot, en het toiletwater gereinigd.”

Profileren

De waterschappen willen zich profileren. Ze willen serieuzer genomen worden. Dijkgraaf Jan Geluk klaagt om te beginnen dat zijn waterschap geen deelnemer is aan de zogenoemde veiligheidsregio’s waarin Nederland is ingedeeld. „Wij zijn slechts adviseur.” Dat kan niet. „De kans op een overstromingsramp is vele malen groter dan welke andere ramp ook.”

De dijkgraaf maakt een rondrit door IJsselmonde om te laten zien hoe gevarieerd het werk van dit waterschap is. We rijden door de omvangrijke nieuwbouwwijk Carnisselanden in Barendrecht, waar veel ruimte is gemaakt voor water. Geluk vertelt dat het steeds gemakkelijker wordt om wethouders te overtuigen van het belang om niet alleen woningen of bedrijventerreinen te bouwen, maar bij de aanleg daarvan ook ongeveer tien procent van het te bebouwen terrein te reserveren voor water. „Al heb je er ook wel tussen zitten bij wie je wat harder moet duwen”, zegt Geluk. We stoppen in de jonge wijk bij de Gaatkensplas, waarvan het water afgelopen zomer begon te stinken door algengroei. Bovendien stierven de vissen in het nieuw aangelegde meer. „Het water was te ondiep voor de droge zomer”, zegt Geluk. „Voeg daarbij dat een aantal watergangen nog niet helemaal gereed was en je hebt de verklaring.” Voor komend jaar moet een zoetwatermossel de opmars van de alg stuiten.

We rijden naar de oude stadswijken in Rotterdam, waar het vrijwel onmogelijk is om voldoende ruimte voor water te claimen en daardoor de inwoners droge kelders te garanderen. „In deze stadswijken lukt dat nooit”, zegt directievoerder Dirk van ’t Zelfden. Verder rijdt de dijkgraaf. Hij hoopt dat bij de volgende waterschapsverkiezingen stedelingen beter vertegenwoordigd zullen zijn in het het bestuur. Weten Rotterdammers bijvoorbeeld dat het meeste geld van het waterschap wordt besteed aan zuivering van hun rioolwater? In de voormalige Dokhaven bevindt zich een ondergrondse installatie waar het afvalwater van een half miljoen inwoners wordt gezuiverd. Er hangt slechts een lichte geur, doordat de lucht wordt gezuiverd door gigantische chemische luchtwassers. In de controlekamer zitten hippe processors ontspannen achter de computers die de zuivering regelen. „We kunnen het proces zelfs van thuis uit regelen”, zegt teamleider Tijani Eaisaouiyen. „Het is een soort Nintendo”, grapt iemand.

Wat de dijkgraaf dezer dagen nog het meeste dwars zit, zegt hij rijdend door Rotterdam, is dat veel bewoners niet beseffen dat zij buitendijks wonen. In zijn waterschap liggen achttienduizend woningen buitendijks, niet beschermd tegen wateroverlast. Zoals een deel van de Rotterdamse Kop van Zuid. Geluk: „Veel woningen liggen rond de 3.00 meter boven NAP. De Maeslantkering sluit op deze hoogte. Dat betekent dat deze woningen bij golfslag water kunnen krijgen. Als de Maeslantkering het tenminste doet. Want die is nog niet in orde.”

De dijkgraaf wijst naar het woongebouw Montevideo. Buitendijks. De Kuip, nog net binnendijks, en aan de overkant een heleboel nieuwbouw. Buitendijks. En daar het crisiscentrum van de veiligheidsregio. Buitendijks! Tenslotte een buurt met fraaie woningen aan het water van de Maas. „De mooiste bloemen groeien aan de afgrond”, zegt Geluk. „Hier staan ze aan het water.”