Zwarte vlaggen voor voetballegende

Tijn Sadée

Het bericht van het overlijden van Ferenc Puskas heeft de Hongaarse regering diep bedroefd. Dat zegt de woordvoerster van de Hongaarse premier Ferenc Gyurcsány.

In het parlement is vanmorgen, vlak na het bekend worden van het overlijden van de 79-jarige legendarische oud-voetballer, één minuut stilte in acht genomen. De woordvoerster: „Dit is een enorm tragisch verlies voor alle Hongaren.” Bij alle sportclubs in Hongarije is een zwarte vlag uitgestoken.

Bij miljoenen Hongaarse fans staat Puskas bekend als Ocsi, Hongaars voor klein broertje. Zijn familie heeft het olympisch comité van Hongarije inmiddels gevraagd een herdenkingscomité in het leven te roepen en voorbereidingen te treffen voor de begrafenis. De regering overweegt nog of Puskas een staatsbegrafenis zal krijgen. Daarover kon de woordvoerdster vanochtend niets met zekerheid zeggen.

Het parlement moest vanochtend een vergadering over de begroting voor volgend jaar onderbreken. De afgelopen maanden was het parlement het toneel van politiek verbaal geweld. En op straat was wekenlang sprake van betogingen en rellen. Anti-regeringsgezinde demonstranten raakten slaags met de politie.

Puskas, aanvoerder van de ‘magische Magyaren’, zoals de succesvolle voetbalploeg in de jaren vijftig werd genoemd, ontvluchtte in 1957 zijn land. Dat zette veel kwaad bloed bij zijn landgenoten. Maar in 1981, nog ten tijde van het communisme, keerde hij terug, en groeide hij uit tot een legende. Het in 1953 opgeleverde Nep (Volks-)stadion werd in 2001 omgedoopt in het Ferenc Puskas-stadion. Aan het begin van de middag werd daar een eerste herdingsbijeenkomst georganiseerd, waar onder meer de minister van Sport van Hongarije, Monika Lamperth, sprak.

In de loop van de ochtend betuigden onder meer de Duitse en Russische voetbalbond hun meedeleven aan het Hongaarse volk. Jenö Buzansky, oud-international die nog met Puskas heeft gespeeld, noemde het overlijden van zijn voormalig ploeggenoot „een tragedie voor alle Hongaren, en voor zijn vrienden in het bijzonder. Ik kan wel janken.”

Puskas leed zes jaar aan de ziekte van Alzheimer; hij overleed vannochtend in het Kutvölgyi-ziekenhuis.