www.nrc.nl/leesclub

Ik kon ook wel instemmen met Arnold Heumakers, je wordt tijdens het lezen van Grunberg meermaals gek van zijn perfectionisme, wat er allemaal in het hoofd van de lethargische Jörgen omgaat is fenomenaal. Ik ben het echter absoluut oneens met zijn mening over de ‘flauwe maskering van ware toedracht’, voor mij was het einde juist heel onverwacht.

Bij beiden miste ik een verklaring voor het Tirza’s bizarre wegblijven op haar eigen examenfeestje. Het maakte mij heel boos op haar, maar waarom doet Grunberg dat?

Hans Hellendoorn

Ik ben het oneens met Heumakers mening over het psychologische gehalte van de roman – ik vind de psychologische inzichten van Grunberg juist heel sterk, eigenlijk onvoorstelbaar gezien zijn leeftijd. Het drama is zo groot dat ik af en toe naar adem moest happen, en om me heen kijken om te constateren dat het nog wel mee valt met het ‘leven’. Net als bij Hellendoorn kwam het einde voor mij ook onverwacht. Het verbaasde mij daarentegen niet dat Tirza wegbleef op haar feestje; het was uiteindelijk meer Jörgens feestje, en misschien wilde Tirza dat op deze manier laten weten.

Marcel Forestaverde

Arnold Heumakers schrijft in zijn mooie recensie dat Tirza de provocerende nihilistische moraal of liever anti- moraal van Grunberg illustreert, wat het boek iets demonstratiefs en eendimensionaals zou geven. Daar zijn misschien goede argumenten voor. De vraag is echter of zo'n moraal iets zegt over de roman. Is het Grunbergs bedoeling geweest om een boodschap uit te dragen? [...] De kwaliteit van Tirza zit in het feit dat de lezer – en kennelijk ook de criticus – vergeet dat het een spiegel is. Wat we in de spiegel zien is zowel herkenbaar als afstotend anders. Daarbij is het meest afstotende nog dat Jörgen Hofmeester eigenlijk helemaal geen beest is. Dat kan gezien worden als de illustratie van een provocerende nihilistische moraal, maar veel interessanter is het effect van herkenning en afstoting. Daar zou het boek dan ook op beoordeeld moeten worden.

Hein Braaksma

Wat Arnold Heumakers mening over Gstaad 95-98 betreft, kan ik hem zeker bijtreden [...] Ik had ook de indruk dat Grunberg zich als Marek van der Jagt op wonderbaarlijke wijze van zichzelf wist te bevrijden, wat verhaal en hoofdpersonage ten goede kwam. [...]

Omdat Hofmeester een zeer herkenbare figuur is (en veel ‘Hollandser’ dan zijn personages doorgaans zijn), en niet een gedoemde freak als het hoofdpersonage uit Gstaad 95-98, denk ik dat Tirza in feite nog dieper kan snijden.

Annelies Verbeke