‘Wij nemen boeken te serieus’

De hoofdpersoon van de nieuwe, geruchtmakende roman van Peter Høeg lijkt wel een beetje op de titelheldin van zijn bestseller ‘Smilla’s gevoel voor sneeuw’. ,,Wat Smilla kan met sneeuw, dat kan Kasper met klank’’, zegt de Deense schrijver in zijn enige Nederlandse interview.

En toen trad de stilte in.

Even leek het erop alsof Denemarken zijn eigen J.D. Salinger had gekregen. De schrijver van de internationale bestseller Smilla’s gevoel voor sneeuw verdween uit de openbaarheid, was telefonisch onbereikbaar en er waren geruchten dat hij de pen voorgoed had neergelegd. Af en toe werd hij gesignaleerd in een centrum voor spirituele groei in de buurt van Kopenhagen. Het zou een sekte zijn.

Nu, na tien jaar, komt de schrijver met een ambitieus boek dat, misschien niet geheel ontoevallig, mede gaat over het zoeken naar stilte: De stilte en het meisje.

Ik ontmoet Peter Høeg (49) op zijn uitgeverij, gelegen in een van de drukste winkelstraten in hartje Kopenhagen. Voor de gelegenheid is er op de bovenste etage van het pand een kamer ingericht. Op tafel staat een grote schaal met noten, chocolade en fruit. De roodgekleurde boeken van Høeg staan op standaardjes en vormen een cirkel. Op het Deense omslag is een oor te zien dat zich krult als een vraagteken. Terwijl ik wacht, steekt een medewerkster van de uitgeverij kaarsjes aan.

Ineens staat hij in de kamer. Hij draagt een versleten vale broek van pyjamastof waar je of in kunt gaan slapen of mee kunt gaan joggen, en een eenvoudig lichtblauw katoenen shirt met lange mouwen. En hij loopt op sokken. Nee, uiterlijke of materiële zaken lijken de schrijver, die in 1996 het merendeel van de opbrengsten van zijn roman De vrouw en de aap weggaf aan goede doelen in Afrika, niet veel te interesseren. Het gaat, zo laat hij weten, ook in dit gesprek, om ‘diep en essentieel’ contact.

We zullen het hebben over De stilte en het meisje, en dat is geen eenvoudige opgave, want het is een bijzonder complex, abstract en gelaagd boek. De hoofdpersoon heet Kasper Krone, een 42-jarige circusclown die van poker en Bach houdt, en een uitzonderlijk gehoor heeft waarmee hij de ‘essentie’ van mensen kan horen. ‘Onze-Vrouwe-Heer heeft mensen in een bepaalde toonsoort gestemd en Kasper kon die horen,’ aldus de eerste zin van het boek. We volgen Kasper tijdens zijn zoektocht naar het verdwenen meisje KlaraMaria, dat zich onderscheidt van andere kinderen doordat ze volkomen stil is. Het thrillerachtige verhaal over Kaspers zoektocht naar KlaraMaria is verweven met Kaspers reflectie over zijn jeugd, zijn ex Stine, zijn ouders en de vraag waarom hij kinderloos is gebleven. Daarnaast treffen we, zoals we gewend zijn in het werk van Høeg, diverse filosofische en wetenschappelijke uitstapjes aan waarin hij reflecteert op onder meer Kierkegaard, Bach, akoestiekleer en de geologie.

„Ik krijg te horen dat mensen dit een moeilijk boek vinden, wat vond u? En hoe is de vertaling?” De schrijver stelt zich volkomen open. Ik kan me vinden in het verslag dat Høeg zelf geeft van de leeservaring van de Italiaanse journalist die hem de vorige dag bezocht: de eerste vijftig bladzijden zijn zeer spannend, dan wordt het moeilijker maar niet minder interessant, omdat de filosofische en spirituele reflecties over klank en stilte de overhand nemen, en tegen het einde kom je weer goed in het verhaal. Als ik aanstip dat de titel in de Nederlandse vertaling afwijkt van het Deens en niet ‘Het stille meisje’ heet, maar ‘De stilte en het meisje’, lijkt Høeg van zijn stuk gebracht.

„Maar zo heb ik het boek niet genoemd. Als ik het boek zo had willen noemen, had ik dat gedaan. Wat kan de reden zijn? Hoe klinkt stilte in het Nederlands?”

Mooie vraag. En het mag gezegd: zelden een schrijver ontmoet die met zoveel vriendelijkheid, rust, wakkere concentratie, intelligentie en openheid een interview zonder tijdslimiet tegemoet trad. Na iedere vraag valt een korte stilte, als ware het een meditatief moment waarop men een beslissing kan nemen om te spreken of te zwijgen. Niet per se ongemakkelijk, maar wel vervreemdend: de stilte begint om aandacht te vragen, wordt hoorbaar, is aanwezig, houdt je alert.

„Dit is mijn meest bevredigende boek tot nu toe,” vertelt Høeg. „Dat het allemaal zo lang heeft geduurd, komt niet omdat ik niets deed. Ik heb continu aan dit boek gewerkt, met een onderbreking van zeven maanden waarin ik dacht dat ik moest stoppen met schrijven. Het duurde lang voordat ik de juiste toon vond en dat ligt aan de ambitieuze inzet van dit boek: De manier waarop Kasper denkt, is namelijk zeer complex. Hij is zowel een zoeker als een agressief persoon. Hij heeft medeleven, maar hij gebruikt ook mensen, heeft gokschulden en is zeer geobsedeerd door het vrouwelijke.

„Terwijl hij dingen beleeft, kijkt hij ook voortdurend naar zichzelf en beschouwt hij de gebeurtenissen op een psychologisch niveau. Als hij in het begin van het boek bijvoorbeeld de Strandvej oversteekt en de kraamkliniek binnengaat, ziet hij een vrouw achter het bureau zitten. De handeling vindt plaats, maar Kasper denkt tegelijkertijd aan hoe die vrouw op hem overkomt, wat voor een type vrouw ze is, en of hij zijn eigen moeder een plek in zijn leven heeft gegeven. Is het mogelijk, zo vroeg ik me af, om een boek te schrijven over een persoon die de hele tijd nadenkt zonder dat de lezer zijn belangstelling verliest? Kan ik zowel de verhaallijn vasthouden als de reflectie? En kunnen alle tegenstellingen in het personage Kasper goed samengaan?’

Het weergeven van alle gelijktijdig aanwezige gedachtestromen van Kasper was voor Høeg een nieuwe manier van schrijven, die voortkomt uit zijn jarenlange spirituele training. „We leven allemaal in gedachten en hebben onafgebroken gedachtestromen die voortdurend gevoelens voeden. Ze zijn zelfs dwangmatig in een bepaald opzicht: we kunnen onze gedachten en onze stemmingen niet stoppen. Tijdens een meditatie probeer je door je te ontspannen alle gedachten los te laten, en zo ‘voorbij’ of ‘achter’ de taal te komen. Je bereikt dan stilte, en dat is het gebied voordat gedachten zich gaan vormen. Daar begint de openheid. En daar is Kasper in feite naar op zoek.”

Is het niet een paradox dat een schrijver, die juist werkt met taal, het ‘taalloze’ gebied probeert te bereiken? „Ja. Het is onmogelijk. Als schrijver kun je alleen maar proberen te wijzen naar die vorm van stilte. Ik ben in mijn boeken overigens altijd bezig met de vraag of het mogelijk is om de wereld op een andere, diepere manier te begrijpen, en of er zo ‘andere’ werkelijkheden zichtbaar, voelbaar en denkbaar worden. Smilla uit Smilla’s gevoel voor sneeuw kan bijvoorbeeld vele soorten sneeuw herkennen, en weet zo iets over de wereld wat andere mensen niet weten. Wat Smilla kan met sneeuw, dat kan Kasper met klank. ‘De natuur heeft een droge klank’, lees je dan bijvoorbeeld. Mensen hebben mij gevraagd of het echt bestaat, iemand met zo’n uitzonderlijk hoorvermogen, en of steden en mensen echt een ‘klank’ hebben. Ik weet het niet, mijn boek is fictie.”

De reflectieve manier van schrijven kon overigens niet rekenen op veel waardering van de Scandinavische critici (zie kader). Zorgvuldig kiest Høeg zijn woorden om te reageren op de affaires. „Het is voor het eerst dat een boek van mij zoveel verdeeldheid oproept: men is of laaiend enthousiast of op het agressieve af negatief. Ik moet zeggen dat ik blij ben dat, nu het boek in andere landen uitkomt, mensen het boek gaan lezen die niets van doen hebben met het Deense debat. Hier hebben te veel mensen een voorstelling van mij die niet gebaseerd is op werkelijkheid. Al bij het verschijnen van mijn debuut voelde ik aan dat ik voorzichtig moest zijn met de media. Er was een wel haast ongezonde aandacht voor mijn persoon. De media kunnen je opeten.”

„In mijn leven zijn drie dingen belangrijk,” vervolgt Høeg. „Boeken schrijven, mijn familie – met name mijn kinderen – en mijn meditatie. Al die dingen gaan over diepte en intensiteit. Ze vereisen stilte en rust. Onrust, zoals, pers en telefoon, verstoort dat op een negatieve manier.”

Onrust en media. We komen te spreken over Denemarken, hoe het is om te schrijven in de bakermat van de rellen rondom de Mohammed-cartoons. Høeg: „Ik ben geen debater. Ik ben schrijver. Wat ik zeg, zeg ik in mijn boeken of in interviews. Alle kunstenaars zijn seismografen van datgene dat uit balans is. Als je je als schrijver openstelt, dan druk je automatisch iets uit van de fundamentele spanningen van de cultuur waarin je leeft.”

In De stilte en het meisje biedt Høeg in zekere zin een alternatief voor religie: spiritualiteit. „Ik vraag mij af of er in de grote geloofstradities een gemeenschappelijke achterliggende gedachte is. Als dat zo is, dan kunnen mensen van allerlei conflicterende religies een ruimte vinden, waarin het gaat om de essentie en om contact. Ik zeg in mijn boek juist niet: wij zijn christenen, wij hebben de waarheid in pacht, en alleen in onze club kun je diepte bereiken – dat is een fundamentalistische houding. Mijn personages zijn spiritueel ingesteld, op zoek naar rust en openingen, en dus anti-fundamentalistisch.

„In mijn werk gaat het ook steeds over een andere spanning: de verhouding tussen het mannelijke en het vrouwelijke. Het is waar dat ik het vaak opneem voor de ‘zwakke anderen’ van de samenleving, vrouwen, kinderen en dieren. Maar het is niet zo dat ik vind dat mannen het kwaad representeren, en vrouwen het goede. De vrouwelijke hoofdfiguur in dit boek, Stine, is ook een heel problematisch en tegenstrijdig personage. Wat ik steeds wil uitdrukken is dat we de wereld en onszelf proberen te begrijpen via de andere sekse. Dat doen we omdat we een ‘heel’ mens willen worden. En als je dat wilt moet je zowel het talige beheersen als de taalloosheid toelaten. Je moet je eigen sekse accepteren maar ook in contact zijn met het andere geslacht. Als een man het vrouwelijke element in zichzelf niet onder ogen ziet, kan hij wanhopig worden. Hij kan gaan denken dat de vrouwen in zijn leven de sleutel in handen hebben tot zijn geluk. En dat kan hem permanent angstig, boos en hulpeloos maken. Om een zekere rust te vinden en een diep contact aan te kunnen gaan met iemand van de andere sekse, moet je levenslang ook het gesprek aangaan met die andere sekse in jezelf. Dit keer is Kasper Krone de hoofdpersoon, een man die op zoek is naar zichzelf. En dat betekent automatisch dat hij zichzelf omringt met vrouwen die in zijn ogen zowel het goede als het kwade vertegenwoordigen.”

Høeg blijft het merkwaardig vinden om over zijn personages te praten alsof het bestaande personen zijn. Hij omschrijft literatuur het liefst als een ‘talige simulator van de werkelijkheid’. „In het Westen nemen we boeken te serieus. Het is een spel! We hebben een ongelukkige tweedeling gemaakt tussen ‘hoge cultuur’ en ‘volkse cultuur’ en die verdeeldheid voel ik niet. Ik ben geïnteresseerd in klassieke muziek en diepe vragen, maar ik wil ook een onderhoudend verhaal, anders verveel ik me: als een glijbaan moet de lezer er door heen glijden – roetjsssh! Als je zegt: de glijbaan is voor kinderen,volkscultuur, en het gaat alleen om het ingewikkelde – dan krijg je problemen.”

Ik vraag hem naar zijn verrassendste ‘glijbaan’-moment tijdens het schrijfproces. „Op de laatste bladzijden dalen Kasper en de vrouwen af in het rioleringsstelsel van Kopenhagen. Later realiseerde ik me dat in mijn literaire voorbeelden, Goethes Faust bijvoorbeeld, er altijd een dergelijke tocht naar de onderwereld is. Ik begreep dat een mythisch archetype zich had gemanifesteerd, op een grappige en groteske manier. De personages voeren diep filosofische gesprekken terwijl ze door de riolen van Kopenhagen lopen! De psychologische crisis van mijn personage wordt zo vertaald naar een literaire beeld waarbij je letterlijk ‘door de stront moet gaan’ voordat je er weer ‘bovenop’ kunt komen. Prachtig!”

Iets voor een verfilming, wellicht? „Nee. Van mijn werk komen geen verfilmingen meer. Ik geef alleen nog toestemming voor bewerkingen als hoorspel, toneelstuk, muziek- en dansvoorstelling. Ik heb gezien welke schade de verfilming van Smilla heeft aangericht. Ik had er zelf niet mee te maken, maar ik zag hoeveel mensen geraakt werden door de negatieve kritiek, hoeveel onrust er was, en hoeveel geld mee gemoeid. Lezers bedenken bovendien zelf beelden bij boeken. Als er vervolgens een verfilming komt, gaan hun eigen beelden de strijd aan met de filmbeelden. Ik kan bijvoorbeeld Thomas Manns Dood in Venetië niet meer lezen zonder te denken aan Visconti’s perfecte verfilming. Zo krachtig zijn filmbeelden. Ik kies ervoor om iedere lezer zijn eigen privé-bioscoop in alle rust te gunnen.”

Peter Hoeg: De stilte en het meisje. Vertaald uit het Deens door Edith Koenders, Jytte Kronig en Lucy Pijttersen. Meulenhoff, 432 blz. € 22,50.Ligt dinsdag in de boekwinkel

Rectificatie / Gerectificeerd

Bij het interview met Peter Høeg (Boeken, 17.11.06) stond ten onrechte vermeld dat zijn debuut niet in het Nederlands vertaald was. Voorstelling van de twintigste eeuw verscheen in 1997 bij Meulenhoff.