Weekboek 46

Nederlander wil best boeken verbieden

Bijna 60 procent van de Nederlanders, Vlamingen en Surinamers kunnen zich goed voorstellen dat bepaalde boeken verboden worden. Als een boek aanzet tot geweld is dat voor bijna de helft van de Nederlandssprekende wereldbevolking een reden om het te verbieden. Dat blijkt uit het vandaag verschenen onderzoek Taalpeil Lezen: feiten, cijfers en meningen, dat in opdracht van de Taalunie is uitgevoerd door onderzoeksbureau Trendbox.

Andere redenen om een boek te verbieden zijn (in aflopende mate van belangrijkheid): ‘als het een bepaalde bevolkingsgroep belachelijk maakt’, ‘als het een bepaalde godsdienst belachelijk maakt’, ‘als het aanstootgevend is’ en ‘als het in strijd is met de grondbeginselen van de democratie.’ Bij de laatste twee redenen zien respectievelijk 21 en 12 procent van de Nederlanders reden voor een verbod .

De Vlamingen zijn ruimschoots de meest liberale lezers: 42% vindt dat er nooit een reden is om een boek te verbieden. 29% van de Nederlanders en 14% van de Surinamers vindt hetzelfde.

Het onderzoek naar leesgedrag laat ook zien dat mensen nog altijd papier verkiezen boven het beeldscherm. Van de mensen die wel eens een elektronisch boek in handen hebben gehad vindt 72% een e-boek minder prettig lezen dan de papieren variant. Internetlezers bekijken het vaakst ‘informatie over een interessant onderwerp.’ Meer dan de helft heeft nog nooit een verhaal of gedicht van een beeldscherm gelezen.

Een hardnekkig cliché wordt door het onderzoek bevestigd: de roman is een echt vrouwengenre; mannen lezen liever strips, hobbyboeken en sciencefiction.

De Taalunie laat sinds 2005 jaarlijks een onderzoek uitvoeren dat betrekking heeft op een specifiek gedeelte van het gebruik van de Nederlandse taal. Om de drie of vier jaar komt de organisatie met een algemeen onderzoek.

Julien Weverbergh begint weer een uitgeverij

De Vlaamse uitgeverslegende Julien Weverbergh (76) gaat een nieuwe uitgeverij oprichten. Bij Wever & Bergh Publishers zullen in maart 2007 de eerste boeken verschijnen.

In het Vlaamse radioprogramma Neon liet Weverbergh weten dat hij als voormalig uitgever nog steeds manuscripten krijgt toegestuurd, waar ‘pareltjes’ bij zitten.

Weverbergh wil nog niet verklappen welke schrijvers hij gaat uitgeven. Per telefoon licht hij alvast een tipje van de sluier, al zijn zijn woorden wat cryptisch: op stapel ligt het manuscript van een ‘vroeg gestorven bekende Vlaamse auteur.’ Vermoedelijk gaat het hier om de in Vlaanderen tot mythische proporties uitgegroeide junkiedichter en schoonzoon van Weverbergh Jotie ’t Hooft, die op eenentwintigjarige leeftijd aan een overdosis overleed.

Wever & Bergh Publishers zal naast de gedrukte uitgaven ook gebruik gaan maken van internet. Weverbergh is bijvoorbeeld van plan volledige romans op het net te publiceren.

Zijn scherpe pen maakte Weverbergh in de jaren zestig tot een van de meest gevreesde critici in Vlaanderen en Nederland. Hij begon zijn carrière in 1963 onder de hoede van de door hem zeer bewonderde schrijver Louis Paul Boon, die toentertijd tevens redacteur was van de rubriek ‘Geestesleven’ in het socialistische dagblad Vooruit. In hetzelfde jaar richtte hij het polemische, gestencilde tijdschrift BOK op.

Vanaf begin jaren zeventig tot midden jaren tachtig was hij directeur van de Vlaamse uitgeverij Manteau en in 1986 begon hij zijn eigen uitgeverij Houtekiet. Beroemd werd zijn ruzie met Jeroen Brouwers, die in zijn pamflet ‘J. Weverbergh en ergher’ (1978) Weverbergh verweet dat bij Manteau het werk van Vlaamse topauteurs door redacteurs sterk herschreven en vernederlandst werd. Vorig jaar verscheen bij De Arbeiderspers weverbergh ’30-’70, zijn herinneringen.

Weverbergh kan zich in de herfst van zijn leven geen betere bezigheid voorstellen dan het opzetten van een nieuwe uitgeverij: „Ik hou toch niet van vissen.”