Vorstinnen in bloedrood gevecht

Voorstelling: Maria Stuart van Friedrich Schiller door het Nationale Toneel. Regie: Erik Vos. Gezien: 16/11 Koninklijke Schouwburg, Den Haag. Te zien t/m 3/12 aldaar. Tournee t/m 13/1. Inl.: www.nationaletoneel.nl

De eerste blik tussen de twee strijdende vorstinnen is van vurige haat: de jonge, sensuele en katholieke Maria Stuart van Schotland betreedt via de zaal van de Haagse Schouwburg de speelvloer. Schuin tegenover haar treft ze haar vijand, koningin Elisabeth van Engeland. Een reusachtige kraag, als zonnestralen. Tromgeroffel.

Will van Kralingen vertolkt Elisabeth. Meedogenloos moet ze zijn. Aan het begin ligt het verhaal open: Elisabeth kan het doodvonnis van Maria Stuart ongedaan maken. Mirjam Stolwijk is de lichtzinnige, speelse Schotse koningin. Het gedoemde slachtoffer van perverse hofintriges en een al even sinistere koningin.

Dit is het vlammende begin van Friedrich Schillers tragedie Maria Stuart (1801) in de regie van Erik Vos bij het Nationale Toneel. In de dynamiek van de beweging, het tromgeroffel, de bloedrode kostumering van de koninginnen in een duistere wereld herkennen we de hand van Vos. In het midden van de vloer bevindt zich een draaischijf. Dit symbool van de wereld als draaitoneel weet Vos weer vernuftig te gebruiken. Het toneelbeeld van Tom Schenk is dreigend en donker, kasteelkamer en gevangenis ineen.

Maria Stuart is het drama van menselijkheid tegenover koningschap. Mirjam Stolwijk als Maria, geen koningin maar een ‘lady’, zoals Elisabeth haar smalend noemt, leeft twintig jaar in gevangenschap. Met grimmige gilletjes laat ze zien hoe waanzin in haar geest sluipt. Ze knakt haar polsen. Het blonde haar waaiert uit. Ze staat oog in oog met de doodstraf.

Van Kralingen is aanvankelijk gekleed in oogverblindend ornaat. Aan het slot draagt ze niet meer dan een karig nachtgewaad. Zo is te zien dat ze haar allure verliest.

In werkelijkheid zagen de vrouwen elkaar nooit. Schiller heeft een ontmoeting verzonnen en Vos maakt daarvan een dramatisch moment. De beide vrouwen gillen en krijsen, rukken elkaar de kleren van het lijf, krabben in elkaars gezicht. Geen koninginnen, maar ‘viswijven’, zoals Goethe het tweetal ooit noemde. Dat beeld neemt Vos letterlijk.

In 1964 speelde Ank van der Moer deze Elisabeth als „een ijskoude pop”. Van Kralingen symboliseert eerder de déconfiture van een koningin. De mannen van het hof stoken de intrige lekker op.

De lijnen in deze tragedie zijn helder, strak en dynamisch. Een koningin is niet onaantastbaar, dat is de strekking van deze regie. Het starre masker van Elisabeth verpulvert snel. Ik begrijp deze gedachte: ijzeren koningschap is uit een andere tijd. Maar voor de spanning en vooral als ijkpunt jegens de gevoelvolle titelheldin Mirjam Stolwijk, had Elisabeth meer wreedheid en ‘ijs’ moeten tonen.