Vanaf morgen niet meer: staande ovatie-inflatie

Het Nederlandse concertpubliek is lief, heel lief. Je moet het als musicus, ensemble, dirigent of componist wel erg bont maken, wil je na je optreden géén staande ovatie krijgen.

Te vaak is het na afloop van een klassiek concert dezelfde routine: een lauw applausje, voorin de zaal staat iemand op en de rest van de zaal volgt gedwee, groepje voor groepje, totdat uiteindelijk iedereen staat te klappen. „Ah, the obligatory Dutch standing ovation”, verzuchtte een Engelse muziekliefhebber die ik onlangs meenam naar een concert.

Natuurlijk, er zijn nuances. Soms veert het publiek oprecht als één man overeind net na het laatste slotakkoord, terwijl een enkeling er nog een bravo! aan toevoegt. Heel soms blijft het – terecht of niet – bij een gematigd applaus.

Wie goed oplet, ziet verschillen per genre, per zaal en per stad. Sommige concerten trekken een notoir kritischer publiek dan andere. En toch zit dat verschil vaak vooral in de paar seconden die het langer of korter duurt voor het publiek – hoe dan ook – opstaat.

De staande ovatie wordt zo tot een betekenisloze formaliteit, die dient om te laten zien dat we de concertetiquette kennen, dat we bij het ‘concertgebouwpubliek’ horen. Om voor onszelf te bevestigen dat het (soms behoorlijk dure) concertkaartje geen miskoop was. Of gewoon om de overgang tussen het zittend luisteren en het de zaal uitlopen wat te verzachten.

Zonde. Voor de meeste concertbezoekers is het applaus immers de enige kans om de uitvoerders enige feedback te geven. Te laten merken dat er écht geluisterd wordt. Dat er belang wordt gehecht aan wat er op het podium gebeurt. Een krachtig instrument dus, dat niet aan verdere inflatie mag worden prijsgegeven.

Was het goed? Veer dan direct op, zonder af te wachten wat je buren doen. Vond je het niets, blijf dan gewoon zitten, ook als je niets meer ziet omdat vóór je iedereen al staat. Als je (nog) niet weet wat je ervan vond, heb je ook geen reden om te gaan staan.

Ook voor de uitvoerenden is het beter als een ovatie dan weer echt iets betekent. Iedereen weet dat niet elk concert fantastisch kan zijn. Wanneer dat wel zo is, verdienen de verantwoordelijken een echte beloning. Geen rudiment.