Tussen de conservatieve confetti

Huib Pellikaan, Sebastiaan van der Lubben (red.): Ruimte op rechts? Conservatieve onderstroom in de Lage Landen Het Spectrum, 347 blz. € 19,95

De verkiezingscampagne draait op volle toeren, en hoewel het CDA en de SP in de peilingen hoge ogen gooien en de PvdA en VVD ondermaats presteren, staat nog niet vast of er een centrum-links dan wel centrum-rechts kabinet komt. Een ding is op voorhand wel duidelijk: het is lang geleden dat zoveel groeperingen rechts van de VVD hun opwachting maakten. Het politieke toneel is momenteel bezaaid met conservatieve confetti. Uiteenlopende formaties als de Partij voor de Vrijheid van Geert Wilders, EénNL (Marco Pastors), Fortuyn (Olaf Stuger) of Hilbrand Nawijns Partij voor Nederland strijden om een plekje in de zon rechts van de liberale volkspartij.

Verbazingwekkend is dit allemaal niet. De spectaculaire opkomst van de Lijst Pim Fortuyn in 2002 heeft laten zien dat een nieuwkomer in de politiek uit het niets voor een aardverschuiving kan zorgen. Hoewel het fenomeen Fortuyn – met zijn combinatie van ‘rechtse’ thema’s als immigratie en ‘linkse’ zoals homo- en vrouwenemancipatie – de traditionele rechts-links indeling ontsteeg, is er sinds de opzienbarende neergang van de LPF in Nederland ruimte op de politieke rechtervleugel.

De samenstellers van de bundel Ruimte op rechts? Conservatieve onderstroom in de Lage Landen stellen deze ruimte gelijk met de opleving van het conservatisme. Ze veronderstellen een conservatieve niche van circa tien procent van het electoraat en de aanwezigheid van een zwevend conservatief kiezersblok. Het vraagteken in de titel verwijst naar het centrale thema dat door diverse auteurs wordt aangesneden, namelijk of er in Nederland speelruimte is voor een conservatieve partij. En zal deze partij antwoord kunnen geven op problemen zoals immigratie en veiligheid waar de bestaande politiek de laatste jaren mee overhoop ligt?

Clou

Om maar meteen de clou van deze bundel te verraden: het is onwaarschijnlijk dat op korte termijn een conservatieve lijst van enige importantie Den Haag zal bestormen. De oorzaken hiervoor liggen volgens de auteurs besloten in een combinatie van factoren, waartoe ze de aard van het Nederlandse politieke stelsel, het electoraat, de politieke cultuur en het gebrek aan een charismatische leider rekenen. Dit laatste aspect weegt in het huidige media-tijdperk zwaar en het is jammer dat er geen bijdrage is opgenomen die leiderschap steviger als uitgangspunt neemt.

Conservatieve dynamiek in Nederland is niet typisch iets van de laatste jaren. Volgens Jos de Beus is er in Nederland sprake geweest van conservatieve dominantie in de eerste helft van de 19de eeuw en in de periode tussen de Eerste en Tweede Wereldoorlog. Rond 1980 was er een oprispinkje met Dries van Agts ethisch reveil en nu is er opnieuw uitzicht op een periode waarin conservatisme zichtbaar wordt. Als politieke doctrine is conservatisme te beschouwen als een reactie op het Verlichtingsdenken en het daarvan afgeleide liberalisme. Stamvader Edmund Burke veegde met zijn Reflections on the Revolution in France (1790) de vloer aan met de revolutionaire ideeën van 1789. Conservatieven beschouwen de samenleving als een organisch geheel, geboetseerd door traditie, geschiedenis en samenlevingsverbanden. Ze keren zich af hiermee van het liberale denken dat koerst op de ratio en het individu.

Van een conservatieve onderstroom mag in Nederland inmiddels sprake zijn, dit wil nog niet zeggen dat deze gaat domineren. Een dergelijke beweging stuit in de eerste plaats op hindernissen omdat hier, in tegenstelling tot het vermeende voorland de Verenigde Staten, een tweepartijenstelsel ontbreekt dat polarisatie in de hand werkt. Bovendien is in de Nederlandse consensusdemocratie elke politieke niche vertegenwoordigd. Het merendeel van de religieuze, financiële of law and order- conservatieven heeft al lang en breed onderdak gevonden bij bestaande partijen.

Vrijages

Vanuit conservatieve hoek zijn de laatste jaren diverse pogingen ondernomen in te breken op bestaande partijen. De in 2000 opgerichte Edmund Burke Stichting (EBS) met onder meer Bart Jan Spruyt verklaarde waardenrelativisme, hedonisme, linksliberalisme en multiculturalisme de oorlog en zocht toenadering tot potentiële huwelijkskandidaten in christelijke en liberale hoek. Maar de vrijages met SGP en ChristenUnie liepen om politiek-religieuze redenen spaak. Uit de bijdrage van Hans Vollaard blijkt dat het CDA te rekbaar is om zich in conservatieve hoek te laten drukken. De kracht van de partij is bij uitstek gelegen in het feit dat ze nu eens naar rechts dan weer naar links buigen.

Ook bij een tweede interessante ideologische partner, de VVD, hebben de conservatieven vooralsnog bot gevangen. Vanouds zijn de liberalen gespleten in een conservatief- en progressief-liberale vleugel. Na de electorale vuistslag van 2002 heeft de VVD aan de hand van een nieuw Liberaal Manifest, Om de Vrijheid (2005), een ideologische heroriëntatie ingezet. Deze leidde onder meer tot een herwaardering van klassieke rechtse thema’s als een krachtiger overheidsoptreden inzake veiligheid en immigratie. Met het omarmen van conservatief gedachtegoed heeft deze zwaai, aldus auteurs Luuk van Middelaar en Sander Dekker, niets te maken. Met een republikeinse (democratische) inkleuring van het klassieke liberalisme des te meer. De overwinning van Mark Rutte op Rita Verdonk in de strijd om het leiderschap afgelopen voorjaar, betekende dat de VVD vasthoudt aan het klassieke, open liberalisme. De vraag is of dat zo blijft. Indien de partij bij de Tweede Kamerverkiezingen zo slecht presteert als zich nu laat aanzien, is het niet ondenkbaar dat de ideologische richtingenstrijd opnieuw oplaait. De conservatieve onderstroom zou daarvan kunnen profiteren.

Zover is het nog niet. De Edmund Burke Stichting leidt een kwakkelend bestaan sinds de denktank zich eind 2004 tot de Geert Wilders bekende, zelfverklaard aanhanger van de ‘liberale jihad’. Door deze strategische blunder drukte de denktank zichzelf diep in de politieke marge. Directeur Bart Jan Spruyt, die deze bundel afsluit, probeerde nog even aan te klampen bij Wilders’ Partij voor de Vrijheid maar keerde afgelopen augustus de Mozart uit Venlo teleurgesteld de rug toe.

De bundel Ruimte op rechts? analyseert hoe de conservatieve onderstroom er de afgelopen jaren niet in is geslaagd zich tot bovenstroom te ontwikkelen. Tegelijkertijd is de linkse correctheid ter discussie is gesteld en een gevarieerder debatklimaat ontstaan. Nederland blijkt dus toch conservatiever dan op voorhand werd gedacht. Maar pogingen tot een conservatieve partijpolitieke doorbraak zijn gestrand. De opbouw van zo’n beweging is – eigenlijk heel conservatief – een organisch proces. De ruimte op rechts ligt vooralsnog braak.