Turven tegen kippevel

De warmte die Clarence Seedorf zei te hebben gevoeld, had hij als het ware zelf afgedwongen. Zijn fameuze hooghartigheid, zijn pseudo-Messiaanse onbereikbaarheid had hij ingeruild voor jongensachtige blijdschap. Hij toonde zich van zijn nederigste kant, en dat stemde het publiek gunstig. Het onthaalde hem als een verloren zoon. ‘Welkom thuis Clarence’, riep een spandoek in de Arena. Na ruim twee jaar mocht hij eindelijk weer meedoen en hij grijnsde nerveus, als een debutant. Seedorf noemde zijn 78ste interland zijn ‘eerste’ en als ik me niet vergis zag ik tijdens het Wilhelmus een licht knikken, ja, zijn vaderland had hij altijd geëerd. Ontroerend moment.

Zijn vette lach na afloop van Nederland-Engeland, vet van opluchting, de (gematigde) complimenten van de bondscoach, het leek of Seedorf woensdag een behoorlijke prestaties had geleverd.

Was dat ook zo? Om me niet te laten misleiden door de hereniging en het kippenvel dat daarbij hoort, haalde ik een oude truc van Nico Scheepmaker van stal. De schrijver en voetballiefhebber Scheepmaker (1930-1990) maakte ooit furore door de handelingen van spelers te turven. Op zijn Scheepmakers constateerde ik dat Seedorf in totaal 44 keer aan de bal kwam; 32 keer deed hij er iets goeds mee, negen keer liepen zijn handelingen verkeerd af en drie keer bleef de uitkomst in het midden. Dat kon dus slechter, zeker als je rekening houdt met het rommelige spel van Oranje en het feit dat Seedorf de meeste spelers tot zijn mediagenieke terugkeer amper kende.

Daar staat tegenover dat hij grossierde in risicoloze passjes. 24 van zijn 32 ‘goede’ handelingen waren tikkies breed en tikkies terug. En áls hij voorwaarts passte, ging het maar drie keer helemaal goed. Twee keer vuurde Seedorf op het doel: een afzwaaier en een volley langs de verkeerde kant van de paal. Een magere oogst, al met al.

Zonder de bal deed hij erg zijn best. Hij liep slim ‘tussen de linies’, waardoor hij vaak aanspeelbaar was, en hij liep flink te storen. Dat zal Marco van Basten hebben bedoeld met de taken die Seedorf naar behoren had uitgevoerd. Maar verder maakte Clarence weinig klaar. Onder zijn drie geslaagde voorwaartse handelingen zat geen actie die je mag verwachten van een ‘nummer tien’: een medespeler een doelkans bezorgen. Dat deden de andere twee middenvelders ook niet, maar die hadden vooral defensieve (Stijn Schaars) of controlerende (Denny Landzaat) opdrachten. Een aanvallende middenvelder die de tegenpartij nul keer in verlegenheid brengt, dat kun je moeilijk geslaagd noemen.

Volgens een peiling van Maurice de Hond wil 54 procent van de Nederlanders Seedorf voortaan weer in de basis. Die mening moet gebaseerd zijn op een gevoel. De feiten zeggen iets anders.