Toekomst van beroemde Hall of Fame onzeker

Waar winden stedelingen zich over op? In Tilburg zijn veel jongeren blij met een zelf getimmerd paradijs. Maar ze moeten er weg.

De Hall of Fame is beroemd aan het worden. Premier Balkenende en voormalig minister Donner hebben er hun opwachting gemaakt, en vorige week verrichtte prinses Maxima de officiële opening van het zelf getimmerd skatepark, één van de activiteiten in de Tilburgse jongerencultuurfabriek.

De Hall of Fame geldt als een voorbeeld van effectief jeugdbeleid. Steven van Eijck, regeringscommissaris voor jeugdbeleid: „De Hall of Fame bewijst hoe het kind centraal kan staan in beleid en uitvoering. Met dit soort initiatieven haal je kwaliteit uit jongeren. Jongeren die misschien niet zo goed presteren op school, maar die toevallig wel verdraaid goed met hun handen kunnen werken. Jongeren die misschien rare kleren aan hebben, maar die toevallig wel heel goed kunnen rappen. Deze lokale initiatieven hebben wat mij betreft de toekomst.”

De gemeente Tilburg heeft bijna drie ton uitgegeven om de voormalige vormenfabriek gebruiksklaar te maken. Vervolgens werd onder summiere begeleiding alles aan de jongeren zelf overgelaten. „Het beste beleid is jongeren vertrouwen geven dat zoiets kan en daarna te zeggen: ga je gang, ontwikkel je talenten, doe je ding”, zegt Marieke Moorman, een van de twee PvdA-wethouders die zich in Tilburg met jeugd bezighouden. De Europese Unie steunt de Hall of Fame met een kwart miljoen euro subsidie voor startende ondernemers.

De meeste bezoekers van de Hall of Fame komen voor het skatepark. Achter de kassa zit kampioenskater Hans van Dorssen. Hij vertelt dat zijn ouders vroeger helemaal niets van zijn passie begrepen, tot hij een keer Nederlands kampioen werd. „Toen kregen ze voor het eerst het idee dat het skaten meer inhield dan ergens rondhangen.”

Van Dorssen is een van de mensen die „met bloed, zweet en tranen” de baan hebben gebouwd, met geld van sponsors en met hout dat ze hebben weggehaald bij onder meer oude kantoren en een verlaten kerk. Nu is het een bedrijf. Hans van Dorssen: „Het is een wereld geworden. Ik ben trots dat ik deel uitmaak van deze wereld.”

De Hall of Fame is een huis met vele kamers. Naast de skatebaan hangen schilderijen en foto’s. Er zijn ateliers voor schilders, een goudsmid en een meubelmaker. Er is een oefenruimte voor muziekgroepen en een grote zaal voor optredens. Voor de categorie ‘moeilijke jongeren’ is er een wekelijkse inloopavond. Er worden creativiteitstrainingen voor criminele jongeren gehouden. Een paar deuren verder houdt Morsin Otmani kantoor. Hij is directeur van een bedrijfje in handige gebruiksartikelen. „Ik hoop hier nog lang te kunnen blijven. De aanwezigheid van anderen stimuleert mij. Als ik het even niet meer zie zitten, ga ik ergens mediteren. Of ik ga naar de jongens op de skatebaan. Kan ik er weer even tegen.”

De kracht van de Hall of Fame, zegt bestuurslid Bob Caarels, is dat verschillende groepen jongeren er terecht kunnen en samen leren werken. Caarels maakt deel uit van een muziekgroep. Hij speelt djembé en geeft cursussen aan scholieren. „We moeten hier met z’n allen letterlijk door één deur. Dat is integratie”, zegt hij.

Bij alle euforie onder bestuurders zijn het de jongeren zelf die er kanttekeningen bij maken. Want de toekomst is onzeker. Over een jaar moeten de jongeren hier vertrekken. Hoe moet het dan verder? „Wij willen dat de gemeenten eindelijk eens zegt of men of steunt of niet. Ons is verteld dat we hier september volgend jaar weg moeten zijn. Om dat te halen, moeten we over twee maanden beginnen met het afbreken van de skatebaan.” Wethouder Marieke Moorman: „Ik zal mijn uiterste best doen om de jongeren zo lang mogelijk daar te laten zitten. Maar uiteindelijk zal dit gebouw worden gesloopt om opnieuw ontwikkeld te worden.”

Skater Hans van Dorssen: „Ik hoorde laatst op televisie iemand zeggen dat het zo goed is dat jongeren zo flexibel zijn en dat we hier daarom snel weg kunnen. Daar ben ik het niet mee eens.”