Sint nieuws

Toen ik Sinterklaas voor het eerst in het echt zag, zat hij op een troon in een warenhuis. Onafgebroken zwaaide hij naar iedereen die langs hem liep. Af en toe mompelde hij iets aardigs. Ook zag hij er nog mooier uit dan op de televisie. „Kom eens bij me op schoot, vent”, zei hij toen ik eindelijk voor hem stond. Mijn hartje bonsde zo snel als de motor van een raceauto. O, wat was ik bang.

Het was helemaal niet makkelijk om op de schoot van de goedheiligman te klimmen. Want toen ik een sprongetje maakte om op zijn knieën te belanden, kwam ik niet op mijn billen neer, maar op mijn buik, zodat het leek alsof ik klaarlag voor een pak slaag met de roe. Terwijl ik het afgelopen jaar toch maar twee keer stout was geweest.

Op dat moment was ik helemaal vergeten dat niet de Sint de roe hanteert, maar Zwarte Piet, en ook dat die dit bijna nooit meer doet. Maar van de zenuwen was ik even alles vergeten. Ik wist zelfs bijna niet meer wie Sinterklaas eigenlijk was.

„Vertel eens hoe je heet?” was de volgende vraag van Sinterklaas. En ook daarop wist ik het antwoord niet. Mijn hoofd werd zo rood als een suikerhart. Ik begon nog net niet te huilen. Naar Sinterklaas kijken, dat durfde ik niet meer. Ik keek alleen nog maar naar mijn moeder, die naar me glimlachte. En voordat ik het in de gaten had stond ik weer naast haar, met een hand vol strooigoed.

Michel Krielaars