Oosterhuis zoekt onderduikadressen

Huub Oosterhuis vergeleek de manier waarop uitgeprocedeerde asielzoekers worden behandeld met de deportatie van joden. Daar blijft hij bij. „Ik hoorde mensen gillen: ‘help ons, help ons’.”

Huub Oosterhuis. Foto Freddy Rikken Rikken, Freddy

SP-lijstduwer Huub Oosterhuis (73) ging volgens politici veel te ver toen hij de wijze waarop de immigratiedienst met vluchtelingen omgaat, vergeleek met „hoe de collaborerende politie omsprong met joden”. De priester-dichter, nummer 30 op de kandidatenlijst van een partij die in de peilingen sterk groeit, neemt er geen woord van terug. Sterker nog, Oosterhuis (vader van zangeres Trijntje) hoopt dat er een rechtszaak van komt. Na afloop van een debat over het vreemdelingenbeleid in het mede door hem opgerichte debatcentrum De Rode Hoed zegt hij: „Ik doe een oproep aan alle Nederlandse burgers om uitgeprocedeerde asielzoekers te laten onderduiken zoals in de oorlog. Tot er betere tijden komen”.

Oosterhuis zegt zelf een traumatische oorlogservaring te hebben gehad: „Ik heb de jodendeportatie van dichtbij meegemaakt. Als 9-jarig kind moest ik op 20 juli 1943 vanuit het raam toezien hoe tijdens een grote razzia mensen uit onze buurt uit hun huizen werden gedreven. Ze werden afgevoerd, met geweren in hun rug. Ik stond met mijn ouders te huilen van schaamte omdat wij niets konden doen. Iedereen die dat heeft meegemaakt is getraumatiseerd. Je komt daar nooit meer van los.”

„Ik zie nu hetzelfde gebeuren. Dat mensen 's nachts uit hun bed worden gehaald, in de boeien worden geslagen en afgevoerd. Uitgeprocedeerde asielzoekers.”

„Het zijn dezelfde beelden als toen. Ik ben meerdere keren bij zo’n detentiecentrum voor asielzoekers gaan kijken. Ik hoorde mensen gillen: ‘help ons, help ons’.”

De vergelijking gaat toch niet op? De joden werden in opdracht van een dictator gedeporteerd, terwijl de vreemdelingenwet door een kamermeerderheid is aangenomen.

„Dat zijn oneliners waar ik geen boodschap aan heb.”

U heeft veel mensen gekwetst.

„Het zij zo. Ik ken ook mensen van de immigratiedienst die ontslag hebben genomen. Ze konden niet met zichzelf in het reine komen.”

U vindt mensen laf die daar blijven werken?

„Dat zeg ik niet. Ik kan me voorstellen dat mensen dat doen. Zoals ik het me ook kan voorstellen dat mensen voor de collaborerende politie bleven werken. Maar toen was het voor die mensen veel moeilijker om er uit te stappen dan voor de medewerkers van de immigratiedienst nu. Ik vraag me af of deze mensen niet moeten worden wakker geschud. Ik hoop dat er veel getuigen worden opgeroepen voor mijn rechtszaak en dat die uiteindelijk zal leiden tot een parlementaire enquête.”

In de Rode Hoed hangen posters met teksten als: „Vol = lol”. Het vreemdeling-vriendelijke imago lijkt ver af te staan van de populistische SP-strategie uit het begin van de jaren tachtig. Toen moesten gastarbeiders nog kiezen tussen remigratie of assimilatie en wees de SP de ‘multiculturele samenleving’ af.

Oosterhuis ziet het liever anders: „De SP heeft als eerste het ondoordachte integratiebeleid aangekaart. En ach, de SP heeft een hele geschiedenis. Ik vond toen dat het standpunt over gastarbeiders een heleboel vragen opwierp. Maar ik ben pas in 1999 SP-lid geworden. Toen was het al een heel andere partij.”

In de jaren zeventig en tachtig wilde de SP nog met geweld parlement, koningshuis en kapitalisme afschaffen.

Vindt u het niet heel opmerkelijk hoe de partij zijn oorspronkelijke idealen en dogma's heeft verlaten?

„Laat de PvdA niet een veel grotere trendbreuk zien door het neoliberalisme te omarmen? En wat te denken van het christelijk geïnspireerde CDA van weleer? Eigenlijk vind ik die transformaties veel onbegrijpelijker.”

Heeft u wel eens onenigheid met Marijnissen, van wie vaak wordt gezegd dat hij een totalitaire leiderschapsstijl heeft?

„Hij doet wat ie doet. Ik ken het verwijt dat hij geen tegenspraak duldt. Ik heb ook gehoord dat hij zijn fractiegenote Agnes Kant voor de camera vernederde. Ik kan me goed voorstellen dat hij die ongemakkelijke kanten heeft. Soms hebben we verschillende inzichten. We komen uit hele andere generaties. Hij heeft een andere taal. Hij kent het volk veel beter. Maar we hebben dezelfde intuïtie. Ik voer geen gesprekken met hem op partijniveau. Dat is iets heel anders. Ik heb hem nooit totalitair of autoritair meegemaakt.”

„Voor mij is het een unieke ervaring om me in te zetten voor een partij die zo groot is en intern bijna een kloosterlijke leefregel heeft. Wethouders, Kamerleden en andere hotemetoten moeten hun salaris in een pot doen en krijgen een fatsoenlijk onderwijzerssalaris van de SP. Daardoor kan de partij doen wat zij doet.”

Een kloosterlijke leefregel binnen een partij? Dat doet weer denken aan het vroegere sektarisch imago.

„Natuurlijk heb ik ook dat vaak gehoord, maar ik zit niet op die manier in de partij. Ik zit niet in de Kamer. Ik maak dat niet mee. Altijd maar weer dat maoïsme en die sekte. Daar kom je nooit meer van af. Ik voel het niet.”

Is de SP nog een radicale partij?

„Ja, wij proberen correcties aan te brengen op dit meedogenloze kapitalistische systeem. Dat moet uiteindelijk worden afgeschaft.”

Is er een SP na Marijnissen?

„Ik denk dat er na hem een hele andere structuur komt. Van Bommel en Kant zijn hele bekwame Kamerleden. Ik weet niet of zij ook goede fractievoorzitters zouden zijn. Het is wel uniek van Marijnissen dat hij in beide functies goed is.”

De SP stijgt in de peilingen, straks komt u nog in de Kamer.

„Ik ga niet de Kamer in. Maar de SP haalt geen dertig zetels. Ik hoop dat de SP een factor wordt bij de formatie. Dat moet toch bij een partij die zo groeit. Dat hebben we bij de LPF ook gezien. Dat verdient Jan Marijnissen ook.”