Nieuws

Duw een buisje met een zendertje in je vagina, laat je opwindende sms’jes toesturen die hemelse trillingen veroorzaken, en klaar is Clara, Klaartje of hoe de ontvangster ook mag heten.

Dit mocht ik gisteravond leren van het BNN-programma Spuiten en Slikken, een onmisbaar programma als je op bepaalde levensterreinen wilt bijblijven. Er zat nog maar één terughoudend kantje aan het programma: het meisje dat de proef onderging, bracht het buisje achter een studioscherm in. Ik neem aan dat de leiding van BNN snel een einde zal maken aan deze potsierlijke preutsheid. Als we ergens voor gaan, moeten we er ook helemáál voor gaan.

Ik moest nogal lachen om dit item, omdat ik net een hele middag had zitten luisteren naar een aantal ‘experts’ (uit te spreken op z’n Engels, het was een ‘expertmeeting’) die zich in volle ernst bogen over de vraag hoe de media jongeren bij het nieuws moeten betrekken. De bijeenkomst was georganiseerd door de NOS en FunX, een radiostation voor jongeren.

We zaten in dat indrukwekkende nieuwe gebouw van het Instituut voor Beeld en Geluid bij de ingang van het Mediapark in Hilversum, dat binnenkort officieel geopend wordt. Elke keer dat ik dat gebouw betreed, denk ik: prachtig, maar hoeveel mooie programma’s waarvoor nu geen geld meer is, hadden hiervan bekostigd kunnen worden?

Ouderwetse vraag.

Goed, jongeren en nieuws – hoe breng je ze bij elkaar? Programma’s als Spuiten en Slikken bewijzen dat ook de publieke omroep de jeugd kan bereiken, maar hopelijk willen ‘we’ méér, niet alleen qua bereik, maar ook qua inhoud.

„Het is verdomd veel moeilijker dan vroeger”, zei Hans Laroes, hoofdredacteur van het NOS Journaal. Hij constateerde ‘een nieuw soort generatieconflict dat ons functioneren op langere termijn raakt’. Er is geen overheersende monocultuur meer, het is lastig al die verschillende groepen jongeren te bedienen.

Willen jongeren nog wel nieuws? Jazeker, zeiden de meesten op een filmpje. En dan liefst geen nieuws-voor-jongeren, want dat vonden ze maar betuttelend. Een meisje zei: „Ik wil het Journaal elk uur, elke minuut zien, maar dan hier op mijn computer – weg van de tv.”

In de zaal zaten vooral vertegenwoordigers van de audiovisuele media. De jongeren onder hen klonken optimistisch. Als je maar de taal van de jongeren spreekt, komen ze naar je toe, zeiden ze. De jongeren willen het nieuws op een andere manier toegediend krijgen, en ze zullen, vooral dankzij internet, uit meerdere bronnen putten.

De oudere programmamakers van de publieke omroep reageerden verdeeld. „Wij zijn ver weg van de jongeren”, zei Kees Driehuis van Zembla, „ik bedien tot mijn dood de 50-plussers, daarna moeten de jongeren het maar overnemen.” „Maar ik wil geen onderdeel van een sterfhuis zijn” reageerde Hans Laroes, „ik werk niet aan een truc om het Journaal te verjongen, maar ik zoek naar andere plekken in de digitale wereld om andere groepen te bereiken.”

De audiovisuele media zouden ook meer op ‘eigen nieuws’ moeten jagen – meer primeurs, meer onthullingen, ook over de leefwereld van jongeren. Zeg ik, als vertegenwoordiger van die goeie, ouwe krant die ook zo zijn problemen heeft.