De staat en de wodkadood

a2.gifAfgelopen weken stierven honderden provincialen de wodkadood. Leververgiftiging. Wij kijken binnenkort zelf eens rond op het platteland.

Als veteraan van talloze dronken dorpen weet ik zo’n beetje wat je daar aantreft: waggelende arbeiders, maar ook vrouwen en mannen en  boeren en jongeren. Enig vindt men het. YouTube staat er vol mee.

Dus wat is nieuw? Niet massale alcoholvergifting: elk jaar sterven er zo’n dertig- tot veertigduizend Russen aan. Wel spoelde deze herfst kennelijk een gifgolfje door provincie, misschien het gevolg van de moeizame invoering van nieuwe drankzegels en tijdelijke schaarste aan goedkope wodka. Daarvan wordt men creatief. Toch is het aantal alcoholdoden dit jaar juist een kwart minder dan in de eerste negen maanden van vorig jaar.

Nieuw is eerder de aandacht van de Russische media voor het probleem. Het riekt naar een bonafide campagne in Sovjetstijl. Eerst mediapaniek, dan stelt Boris Grizlov van Verenigd Rusland opeens voor het wodkamonopolie in ere te herstellen. Daarvoor bestaat een ruime meerderheid in de Doema.

Nu heeft Rusland sinds 1472 ervaring met staatsmonopolies op wodka en ook met de bijkomende corruptie en staatsverslaving aan accijnzen. De Sovjet-Unie haalde ooit een kwart van zijn budget uit de drankverkoop.  

Nationalisering van de drankindustrie zal de staatskoffers ongetwijfeld vullen en de bureaucratie veel luxe villa’s opleveren. Zolang men zich daarna maar niet bezondigt aan serieuze drankbestrijding. Tsaar Nicolaas II legde Rusland droog in 1914, Gorbatsjov in 1986. Gevolg was een krater in het staatbudget, geld bijdrukken, inflatie, en dat in combinatie met een heldere en wraakzuchtige bevolking. Revolutie dus, in 1917 en in 1991.