Nieuw begin met VS gaat zomaar niet

Voortschrijdend inzicht. Ik zag de bui al hangen, verklaarde minister Bot naar aanleiding van het aftreden van minister Rumsfeld onmiddellijk na het Republikeinse verkiezingsdebacle vorige week. En volgens een citaat in deze krant: „Het is goed dat de architect van de oorlog in Irak vertrekt nu het zo duidelijk is dat én het Amerikaanse volk én de wereldopinie vindt dat die oorlog een foute ontwikkeling is. Wij zijn een goede bondgenoot van Amerika, maar dat betekent niet dat we het altijd eens zijn. Ik ben toch vrij duidelijk tekeergegaan over de kwestie van de CIA-gevangenissen.”

Was het niet Bot die na een Brussels diner met ambtgenoot Condy Rice, waar dit onderwerp ter sprake kwam, geheel gerustgesteld huiswaarts keerde? Of was hij aan dat diner toch tekeergegaan, omdat die CIA-gevangenissen, onder meer in lidstaten van de Europese Unie, wel degelijk bestaan, maar nog even ‘onder de pet’ moesten blijven? (Inmiddels is er voor de minister alle reden om ook intern tekeer te gaan nu Defensie erkent dat Nederlandse militairen in Irak zich aan martelingen hebben schuldig gemaakt.)

Wat zijn de feiten? De architect van de oorlog in Irak is natuurlijk niet Rumsfeld, dat is Bush jr. zelf, en die zit, alle tekenen wijzen daar op, nog twee jaar in het Witte Huis. Rumsfeld is het loperoffer, gebracht om de koning nog een aantal zetten op het bord te kunnen houden. Die oorlog had de politieke instemming gekregen van het Nederlandse kabinet met als consequentie dat een detachement Nederlandse soldaten onder Amerikaans-Brits toezicht geruime tijd bezettingstaken heeft vervuld in Irak. Ook vandaag de dag is er nog steeds een Nederlandse militaire aanwezigheid in dat verscheurde land.

Als Bot constateert dat het Amerikaanse volk én de wereldopinie vinden dat de oorlog een foute ontwikkeling is, wordt men toch nieuwsgierig naar het eigen oordeel van de bewindsman. De Nederlandse opinie is deel van de wereldopinie, tenzij beredeneerd een uitzondering wordt gemaakt – en dat doet Bot niet. Als zijn oordeel gelijk is aan dat van de wereldopinie, namelijk dat de oorlog een foute ontwikkeling is, dienen daaruit politieke consequenties te worden getrokken, want dan is er sprake van een fundamenteel ander oordeel en van een fundamentele beleidsverandering.

Bot is het waarschijnlijk eens met de wereldopinie. In de volgende zin zegt hij dat een goede bondgenoot zijn van Amerika niet betekent dat we het altijd eens zijn. Dat is in zijn algemeenheid waar, maar hier wordt de mogelijkheid van onenigheid in een zogezegd goed bondgenootschap rechtstreeks gekoppeld aan een specifiek feit: de oorlog in Irak. En omdat de bewindsman de tegenwoordige tijd gebruikt („dat die oorlog een foute ontwikkeling ís”) mogen we ervan uitgaan dat het vandaag nog steeds oorlog is en dat die oorlog volgens hem fout is. Dat is iets anders dan de politieke instemming van voorheen.

Bots in wezen schimmige uitspraken komen voort uit de behoefte over te gaan tot de orde van de dag. Die behoefte zou in Europa wel eens overheersend kunnen blijken te zijn. Sinds Bush zijn credo lanceerde van de War on Terror, van wie niet voor mij is, is tegen mij, van de preventieve oorlog tegen de axis of evil, tegen de evil ones en van de coalition of the willing heeft Europa gezwalkt tussen hoop en vrees. Hoop dat het allemaal wel zou meevallen, vrees dat het geheel uit de hand zou lopen.

Zonder Amerika gaat niets, was zes jaar lang de Europese uitvlucht om de grote bondgenoot hand- en spandiensten te verlenen en toch de nodige afstand te bewaren voor het geval het echt mis zou gaan. Zo ruilde Nederland Irak in voor Afghanistan, waar het argument dat het om de wederopbouw ging aanvankelijk een ietsje geloofwaardiger klonk. Inmiddels is ook die missie bezig in een baaierd van geweld ten onder te gaan. (Hoe staat het daar met de vaderlandse verhoormethoden?)

Onder deze omstandigheden is het verleidelijk te doen alsof met het Republikeinse verkiezingsdebacle en Rumsfelds vertrek de zaken er beter voorstaan. Sterker, als we Rumsfeld tot zondebok maken, zoals Bot al begonnen is te doen, kunnen we het veilige gevoel koesteren dat een nieuw begin kan en moet worden gemaakt. Allerhande waarnemers deden daarover de afgelopen dagen allerhande voorstellen. En als we het toch over de toekomst hebben, kunnen we het verleden verder onbesproken laten – ook dat probeert Bot aannemelijk te maken.

Het zou beter zijn als Europa zich van de risico’s bewust wordt. De schok die Bush en zijn team Amerika heeft toegebracht en daarmee de Atlantische relaties, is niet ongedaan te maken met wat mutaties in het college van zijn medewerkers. Verwacht mag worden dat de winnende Democraten een beroep zullen doen op Amerika’s bondgenoten om de puinhoop die in het Midden-Oosten en Centraal-Azië is ontstaan, te helpen opruimen. Voor bondgenoten die menen dat met de Democratische zege nieuwe verhoudingen mogelijk worden, zal het moeilijk zijn aan zo een appèl geen gehoor te geven. Temeer waar zij zich al eerder voor zogenaamde wederopbouw hebben laten strikken.

Om met Bot te spreken: in een goed bondgenootschap kan onenigheid voorkomen. Dat veronderstelt de mogelijkheid van overleg en opheffing van onenigheid. Maar er is meer dan onenigheid.

Er is in Amerika een strategisch verschil van inzicht aan de oppervlakte gekomen en het is nog maar de vraag of de Democratische meerderheid in de Amerikaanse volksvertegenwoordiging zich dat bewust is en bereid kan worden gevonden het vonnis van het Amerikaanse electoraat te nemen voor wat het is: een vernietigend oordeel over de, partijen overspannende, ideologische hoogmoed in Washington. Europese politici zouden bij hun Amerikaanse collega’s de proef op de som moeten nemen of zij dit hebben begrepen alvorens te concluderen dat de lucht is opgeklaard.

J.H. Sampiemon is medewerker van NRC Handelsblad.