Nee, klonen kan niet

Neanderthalers klonen zal niet gaan lukken.

Maar online hun DNA raadplegen kan straks wel.

Nee, nee, er komt géén gekloonde Neanderthaler tussen de mensen rondlopen, verklaarde de bekende Finse paleogeneticus Svente Pääbo vorige week in New Scientist.

Toen leek dat nog een beetje voorbarig, maar gisteren publiceerden Nature en (vervroegd) Science twee artikelen die aantonen dat er over een paar jaar zeer waarschijnlijk een vrij compleet genoom is: een overzicht van het Neanderthal-DNA. Een geheel nieuwe informatiebron over de menselijke evolutie, toegankelijk voor iedere onderzoeker via internet.

Neanderthal-genoom? Tot voor kort zou er om gelachen zijn in wetenschappelijke kring. Van het Neanderthal-DNA waren tot nu toe maar een paar honderd baseparen gereconstrueerd, alleen van het mitochondriaal-DNA. Een lachertje vergeleken bij de waarschijnlijk 3 miljard baseparen van het ‘gewone’ DNA van de 23 chromosomen uit de celkern.

Nieuwe technieken die raad weten met de versnipperde en gedegradeerde DNA-strengetjes uit de tienduizenden jaar oude fossielen, hebben daar verandering in gebracht. Het nu gepubliceerde resultaat is bereikt met 7 milligram van een botmonster. Met 20 gram moet het kunnen, schrijven de genetici in Nature. Maar tijdens een telefonische persconferentie van het tijdschrift Science verlaagde Pääbo dat naar 2 tot 4 gram. Zo veel technische verbeteringen zijn er al weer sinds het voltooien van het stuk.

Zo’n Neanderthal-kloon vormt een ethisch horrorscenario. Is het een mens, een dier, een ding? Maar technisch is het onmogelijk, aldus Pääbo. Een menselijke eicel met geïmplanteerd Neanderthal-DNA ontwikkelt zich waarschijnlijk niet. Daarvoor is het verschil te groot, al blijkt uit de reconstructie van het Neanderthal-DNA een overeenkomst van 99,5 tot 99,9 procent met menselijk DNA.

Pääbo’s grote geluk is dat hij in de Kroatische Vindija-grot een 38.000 jaar oud Neander-dijbeen (naar nu blijkt van een man) vond dat niet ernstig vervuild is door modern menselijk DNA. Het meeste DNA in de botten blijkt trouwens van bacteriën en planten, die zich in de laatste duizenden jaren tegoed hebben gedaan aan de botten. Neanderthal-DNA wordt wel geïdentificeerd door de grote overeenkomst met menselijk DNA én door de typische DNA-degradatie bij veroudering. De techniek is geoefend met DNA van de uitgestorven holenbeer, een tijdgenoot, dat lijkt op DNA van de moderne beren.

Het vooral Amerikaanse team in Science heeft nu 68.000 baseparen van Neanderthal-DNA gereconstrueerd, het overwegend Duitse team in Nature spreekt zelfs van 1.000.000. Echte genen zitten er nog niet bij, al zei Pääbo wel dat hij delen heeft gevonden van genen die coderen voor haargroei en huidskleur.

Ook is berekend dat de variatie in het Neanderthal-DNA van dezelfde orde van grootte is als de moderne menselijke. Dit wijst erop dat die voor primaten kleine variatie waarschijnlijk eerder, met Homo erectus is begonnen. Met het complete genoom van de Neanderthaler is het gemakkelijker om vast te stellen welke nog onbekende genen belangrijk zijn geweest bij het ontstaan van de moderne mens. Aangenomen wordt dat het vermogen tot abstract denken (taal, kunst) een van de belangrijkste vernieuwingen van Homo sapiens is waarin deze soort zich onderscheidt van de andere mensachtigen, zoals de Neanderthaler.

Meer over Neanderthalers:www.neanderthalers.nl of

94349