Moddergooien

Heren die zich bedreigd voelen door jonge vrouwen. Zo ziet een deel van de museumwereld de rel tussen de museumdirecteuren en de ambitieuze Mondriaan Stichting. Hoe kon het zover komen? ‘Een museum mag geen ivoren toren zijn.’

Het is oorlog in museumland. „De musea voelen zich als jongste bediende behandeld”, schreven de directeuren van de zeven grote kunstmusea, verenigd in het zogeheten ‘miniconvent’, twee weken geleden in een open brief aan de Mondriaan Stichting. Dit grootste (overheids)fonds voor de beeldende kunst, vormgeving en cultureel erfgoed bemoeit zich naar hun mening te vaak met de inhoud van hun beleid.

De toon van de brief was ongekend hard; de stichting zou „bevoogdend en betutteld” zijn, zou een „ondoorzichtige werkwijze” hanteren en te veel haar eigen gang gaan. Kunstmusea worden door de stichting niet serieus bij de besluitvorming betrokken, schreven de zeven directeuren van Boijmans van Beuningen, Centraal Museum, Gemeentemuseum Den Haag, Groninger Museum, Kröller-Müller Museum, Museum de Pont en Stedelijk Museum. „Verdeel en heers lijkt het kenmerk.”

De Mondriaan Stichting reageerde per kerende post – en ook die brief loog er niet om. De grieven van de musea waren „feitelijk onjuist”, schreef directeur Gitta Luiten. Daarnaast had de kwalificatie ondoorzichtige werkwijze haar „letterlijk versteld doen staan” en was de uitspraak over politieke willekeur „ver bezijden de waarheid”. Luiten herinnerde er aan dat dezelfde musea die nu over gebrek aan overleg klaagden, een half jaar eerder hadden besloten haar stichting uit het reguliere overleg te weren.

De opgelaaide machtsstrijd

tussen fonds en musea smeult al langer. De Mondriaan Stichting, die volledig wordt gefinancierd door het ministerie van OCW, probeert al jaren de Nederlandse musea in een richting te duwen die een aantal van hen niet op wil. De vraag is hoever het fonds daarin kan en mag gaan.

Eén voorbeeld is de tentoonstelling Respect in Marokko, eind vorig jaar, een initiatief van de Mondriaan Stichting zelf. Nederlandse en allochtone kunstenaars lieten in Marrakech hun werk zien. De expositie werd volgens curator Roel Arkesteijn een succes: 26.000 bezoekers in zes weken, vergelijkbaar met een blockbuster in het Gemeentemuseum Den Haag. Kroonprins Willem Alexander, prinses Máxima en toenmalig staatssecretaris Medy van der Laan woonden de opening bij.

Kort daarna schreef de Mondriaan Stichting een prijsvraag uit, bedoeld om meer allochtonen naar het museum te trekken. ‘Allochtonenquiz’, werd de prijsvraag al gauw cynisch genoemd. Alle Nederlandse musea konden meedoen, het beste idee zou worden beloond met een half miljoen euro. Maar het miniconvent verzette zich tegen de prijsvraag. „De ver-Idolisering van de musea”, schamperde directeur Wim van Krimpen van het Gemeentemuseum Den Haag. Toch deed hij mee, want „een half miljoen euro is een te hoog bedrag om te laten liggen.” Uiteindelijk won het Eindhovense Van Abbemuseum.

Een ander punt dat de zeven niet zint, zo blijkt uit de brandbrief, is de subsidieregeling voor museale aankopen. Iedere twee jaar kunnen musea hun aankoopbudgetten verhogen door een aanvraag te doen bij de Mondriaan Stichting. Maar sinds vorig jaar moeten ze hun aanvragen ineens beter verantwoorden. „De kwaliteit van de aankoopplannen is niet hoog genoeg”, schrijft de Mondriaan Stichting in haar jaarverslag van 2005. Aan diverse grote musea, waaronder het Stedelijk Museum Amsterdam, Museum Kröller-Müller, het Gemeentemuseum Den Haag en het Groninger Museum, werd gevraagd hun collectiebeleid nader uit te werken. Anders kregen ze hun geld niet. Ook dat schoot de directeuren in het verkeerde keelgat.

En dan is er nog de kwestie van de Biënnale van Venetië. Sinds de oprichting van de Mondriaan Stichting in 1994 heeft het fonds de curator van het Nederlandse paviljoen steeds uit museale kring gekozen. Maar onlangs werd bekend dat Maria Hlavajova van het Utrechtse kunstcentrum BAK is gekozen als samensteller van de Nederlandse inzending. Dat ervoeren de zeven als de zoveelste klap in hun gezicht.

Het is een oude discussie: hoever reikt de macht van de subsidieverdeler? Edwin Jacobs, oud-directeur van Museum Jan Cunen in Oss en tussen 1998 en 2003 lid van de Raad voor Cultuur, herinnert zich dat toen ook al werd gesproken over de rol van de overheidsfondsen. „Is zo’n fonds een loket of moet het een aanjaagfunctie vervullen? Ik ben voorstander van de aanjaagfunctie. Een fonds heeft overzicht over het hele veld. Waarom zou zo’n fonds dan niet hier en daar accenten mogen leggen? De rol van de Mondriaan Stichting is om de kunsten te stimuleren, niet om louter geld door te sluizen.”

Jacobs wordt gesteund

door de Haagse politiek en de Raad voor Cultuur. De Mondriaan Stichting voert het beleid van de overheid uit, aldus een woordvoerder van het ministerie van OCW. „De stichting is niet alleen een loket, maar heeft ook een aantal taken. Over die opzet hebben wij positief geadviseerd”, zegt voorzitter Els Swaab van de Raad voor Cultuur beslist.

Ook CDA-Kamerlid Nicolien van Vroonhoven meent dat de stichting zich goed kwijt van haar taak. „Ze is een goede luis in de pels”. De tijden dat een overheidsfonds geld gaf en verder zijn mond moest houden zijn voorbij, aldus het Kamerlid.

Kees van Twist, directeur van het Groninger Museum en een van de ondertekenaars van de brief, is het daarmee pertinent oneens. „Een fonds mag randvoorwaarden formuleren en daar binnen het beleid van de musea toetsen. Maar de inhoud moet het aan de musea overlaten. Het is niet de taak van een fonds om tentoonstellingen [zoals die in Marokko] te organiseren.”

Ook Alexander van Grevenstein, directeur van het Bonnefantenmuseum en, na een interne ruzie, sinds een half jaar geen lid meer van het miniconvent, vindt dat de Mondriaan Stichting zich ten onrechte met het beleid van de musea bezighoudt. „Het wordt tijd dat de kunstwereld achter de kunst gaat staan en niet achter het sociale beleid van de staatssecretaris aanholt. Dán draait het om educatie, dán weer om culturele diversiteit. Dat lijkt mij meer een taak voor onderwijs.”

Hoe kon het zover komen?

Tot tien jaar geleden kregen musea een gestage geldstroom van het rijk, de provincies en de gemeenten. Zo konden ze relatief ongestoord hun beleid uitstippelen. Maar door de verzelfstandiging van de rijks- en stedelijke musea groeide de positie van de Mondriaan Stichting als subsidieverdeler. Gevoed door ideeën van de staatssecretarissen Rick van der Ploeg (PvdA) en Medy van der Laan(D66) werden thema’s als cultureel ondernemerschap, culturele diversiteit en internationalisering tot speerpunten gemaakt. De stichting organiseerde reizen naar ‘nieuwe’ culturele gebieden als China en het Midden-Oosten, nodigde op eigen houtje internationale kunstkenners uit, publiceerde boeken en organiseerde exposities.

De grote musea zouden moeite hebben deze ontwikkelingen bij te benen. „De grote instituten zijn niet zo wendbaar”, zegt Stijn Huijts, directeur van het kleine museum Het Domein. „Dat gaat wringen. We hebben te maken met de naweeën van het modernistische paradigma: kunst omwille van de kunst zelf. Dat idee is nu, in de 21ste eeuw, niet langer houdbaar. Een museum kan zich niet opsluiten in een ivoren toren, kan niet beweren dat de buitenwereld er niet toe doet. Aan de andere kant moet je de grote musea misschien niet iets opleggen wat ze toch niet waar kunnen maken. Het Stedelijk is en blijft een museum van de 20ste eeuw. Dat is al af.”

„Het gaat hier echt om een botsing van kunstparadigma’s”, zegt ook Roel Arkesteijn. Hij is conservator van het GEM in Den Haag en stelde voor de Mondriaan Stichting de tentoonstelling in Marokko samen. „Aan de ene kant staat de oude garde, museumdirecteuren die vanuit het idee van het autonome kunstwerk denken. Aan de andere kant staat de Mondriaan Stichting, die een jongere generatie kunstkenners uitnodigt die een meer contextgerichte visie verkondigt.”

Arkesteijn noemt het treurig dat de belangrijkste musea worden geleid door mensen die niet meegaan in de nieuwe ontwikkelingen. „Het westen is allang niet meer zaligmakend. De grote musea lijken zich dat niet te realiseren.”

Het gevolg is dat er de laatste jaren meer ruimte is gekomen voor kleinere, flexibele instituten, met oog voor sociale ontwikkelingen. Musea als Het Domein in Sittard, De Paviljoens in Almere en het Stedelijk Museum Schiedam tonen steeds vaker jonge kunst. En kunstinstellingen als De Appel (Amsterdam), Witte de With (Rotterdam), De Vleeshal (Middelburg), GEM in Den Haag en BAK (Utrecht) nemen de rol van avant-gardistische tentoonstellingsplekken over van de grote musea.

Daardoor wordt de 25 miljoen euro die de Mondriaan Stichting jaarlijks heeft te verdelen, over veel meer instellingen verspreid. En dan gaat er ook nog subsidie naar interdisciplinaire projecten van bijvoorbeeld theatergroep Dogtroep, popfestival Lowlands en de Mode Biënnale. Deze week maakte het fonds bekend in 2007 ruim 1,7 miljoen euro aan kunstenaarsinitiatieven en presentatie-instellingen voor beeldende kunst uit te trekken. Onder hen bevinden zich relatief jonge en kleine kunstcentra als Consortium in Amsterdam, Extrapool in Nijmegen en NP3 in Groningen.

De concurrentie groeit dus – en de macht van de grote museumdirecteuren kalft af. Huijts van Het Domein noemt het miniconvent, dat na de Tweede Wereldoorlog werd opgericht, „een oude herenclub” met leden die „van een andere planeet” komen. Arkesteijn van het GEM heeft het over een „vrij eenvormige groep blanke mannen die verbitterd is over het feit dat een nieuwe generatie een andere richting opgaat.”

Bovendien, zegt hij, gaat het om gekrenkte trots. En om „mannetjes-vrouwtjesproblematiek”. Dat stipte directeur Charles Esche van het Van Abbemuseum vorige week ook aan in deze krant. Hij noemde de kritiek van het miniconvent op de benoeming van Maria Hlavajova tot curator voor de Biënnale van Venetië „moreel onjuist (...) helemaal als die iemand toevallig ook nog een vrouw en een buitenlandse is.”

Die opvatting valt vaker te beluisteren, zowel in de museumwereld als op het ministerie; dat de mannen van het miniconvent ‘allergisch’ reageren op de komst van jonge, ambitieuze vrouwen die pijlsnel carrière hebben gemaakt, zoals de 38-jarige directeur Gitta Luiten en de 38-jarige ex-staatssecretaris Medy van der Laan.

En dan is er nog de manier waarop het miniconvent zijn ongenoegen heeft geuit. „In het bijzonder de manier van verspreiding van de brief heeft ons aangenaam verrast”, schrijft Luiten met gevoel voor understatement. Op het ministerie is men ronduit woedend. En Els Swaab, oud-voorzitter van de Mondriaan Stichting, zegt: „Ik vind dat zulke brieven überhaupt niet geschreven moeten worden. Deze discussie is in strijd met het algemeen belang en berokkent schade aan de musea en aan de stichting. In het geval van de Mondriaan Stichting is dat onterecht.”

Bovendien, meent een aantal geïnterviewden, ontneemt het ‘moddergooien’ het zicht op het werkelijke probleem in de Nederlandse kunstwereld: het gebrek aan een visie. „Het is belangrijk dat wordt nagedacht over de rol die het museum in de 21ste eeuw kan vervullen”, zegt Arkesteijn. „Het is jammer dat het in deze discussie draait om de macht van de instituten”, vindt ook Huijts. „Terwijl we met z’n allen voor de goeie zaak zouden moeten staan; de ontwikkeling van de infrastructuur voor Nederlandse kunst. Handen aan de ploeg!”

De brief van de musea en de reactie van de Mondriaan Stichting zijn te lezen op www.nrc.nl/kunst