Minder armoede

Het economische nieuws blijft goed voor dit kabinet, ook aan het armoedefront. Volgens het laatste armoedebericht van het Sociaal en Cultureel Planbureau en het Centraal Bureau voor de Statistiek is het percentage lage inkomens dit jaar sterk aan het dalen. Volgens de voorspellingen zal die daling van de armoede doorgaan, zodat volgend jaar nog slechts 8,8 procent van het aantal huishoudens volgens de onderzoeksdefinitie een te laag inkomen heeft. Dat is zelfs iets minder dan het laagterecord in 2002, toen het eerste kabinet-Balkenende begon.

Er zijn overwinningen behaald in de strijd tegen de armoede. Sinds 1990, toen nog 15 procent van de huishoudens van een te laag inkomen moest rondkomen, vertoont het percentage arme huishoudens in Nederland een vrijwel constant dalende lijn, met een lichte stijging tijdens de afgelopen jaren van economische terugval. De laatste zestien jaar zijn steeds meer Nederlanders gaan werken. Van overheidsmaatregelen – zoals heffingskortingen, kinderbijslag, alleenstaande-ouderenkortingen – en van de stijgende conjunctuur zullen ook armen beter worden.

Dat neemt niet weg dat het aantal Nederlanders dat met weinig geld moet rondkomen ruim boven de miljoen zit. Schrijnend is dat daarbij ook veel huishoudens van niet-westerse herkomst zijn, wat een etnisering van de armoede betekent, die kan bijdragen aan verscherpte maatschappelijke spanningen. Armoede is een relatief begrip, zeker internationaal gezien, en sociale uitsluiting maakt er onderdeel van uit. Werk helpt tegen die uitsluiting. Het verhogen van uitkeringen en voorzieningen voor degenen die wel in staat zijn tot werk hebben dan een averechts effect en vergroten het isolement. Beter is het armen uit hun isolement te halen en aan het werk te krijgen. Daarbij verdienen de vele zelfstandigen die al aan het werk zijn en eigenlijk te weinig verdienen extra ondersteuning. Vaak zijn zij niet eens op de hoogte van de vele voorzieningen die er al zijn. Zelfs zoiets simpels als hypotheekrenteaftrek is niet alom bekend.

Er bestaat geen generieke maatregel om de armoede in een keer op te heffen. Als voor elk schrijnend geval een nieuwe regel of uitzondering wordt bedacht, ontstaat een dure, ingewikkelde bureaucratie. Er zijn ook mensen arm geworden doordat zij zich te veel in de schulden hebben gestoken, of omdat ze een wanordelijk huishouden voeren. Voor deze en voor andere schrijnende gevallen vervullen de voedselbanken een nuttige functie. Ze komen tegemoet aan de onvermijdelijke leemtes in de sociale wetgeving en aan de gebreken van burgers.

PvdA-leider Bos en in zijn voetspoor de SP zien voedselbanken als een symptoom van een onrechtvaardige samenleving. Dat is ten onrechte. De overheid kan niet alles oplossen. Iedereen moet helpen, de armen zelf en het particulier initiatief. Het moet bovendien economisch meezitten. Armoedebestrijding vergt geduld, discipline en scherp maatschappelijk inzicht. Kabinetten van velerlei kleur, en even zogoed bedrijven, instanties en vrijwillige en professionele hulpverleners, hebben daarmee succes geboekt.