Mijn meubels en ik verheugen ons

Vandaag krijg ik een nieuw bureau. Het is Frans, en mooi, en antiek. Of antiekerig, in ieder geval. Zo’n bureau dat je je voorstelt bij de receptie van een klein hotelletje, waar een strenge receptionist achter zit, met zijn haar in een scheiding, die met vijf enorme sleutels in de weer is en roept dat je kamer nog lang niet gereed is.

Grote blijdschap dus, hier in huis. Mijn meubels en ik verheugen ons. Maar. Het betekent dat ik afscheid moet nemen van mijn oude bureau. Mijn oude bureau had één nadeel: ik kon er niet aan zitten. Wel toen ik een tiener was, maar niet nu ik eenendertig ben, en mijn benen in de lengte (en, oké, de breedte) wat groter zijn geworden. Niet dat ik me daardoor liet tegenhouden. Vanaf mijn twaalfde heb ik non stop aan dat bureautje gewerkt. Eerst Latijnse woordjes, later stukjes. De laatste jaren kantelde ik mijn bovenlichaam naar voren, zodat mijn dijen wat naar beneden gingen, en dan paste de hele toestand net onder het tafelblad. Dit noemen wij: een onergonomische houding. Ik kan hem iedereen aanraden, want ik heb nog nooit rsi gehad.

Heel comfortabel zat het echter niet. Ik merkte dat ik vaak aan de eettafel werkte. Of op de bank, met mijn laptop op schoot. Of zelfs op de grond. Alles liever dan aan dat kleine bureautje.

Maar het bureautje is me zo lief. Een van de onderduikers van mijn grootouders heeft het voor ze getimmerd, als dank. Dit vertel ik graag aan mensen die bij me op bezoek komen. Ik hoop dat daarmee de goedheid van mijn grootouders op mij afstraalt. Maar dat is vast niet zo, want als ik echt een goed mens was, vertelde ik dat verhaal niet zo vaak. Dan hield ik het heel bescheiden voor mezelf.

Eén pootje is scheef. De ene la mist een knop om hem open te trekken. Het is het meest ontroerende tafeltje van de wereld.

En nu komt dat grote, blondhouten, volwassen, Franse bureau. Het lieve tafeltje doe ik natuurlijk niet weg. Dat moet eeuwig door de familie blijven circuleren. Gelukkig wordt er af en toe een baby geboren wiens komst net zoveel ontroering in me losmaakt als mijn tafeltje. Misschien wil hij er ooit Latijnse woordjes aan leren.

Aaf Brandt Corstius

Lees alle columns van Aaf op www.nrc.nl/aaf