Met de kokkel gaat het puik in de Waddenzee

In deze krant van 14 november staat te lezen dat de Waddenzee zich slecht herstelt van de gevolgen van mechanische kokkelvisserij. Door verzanding blijven kokkels weg. Herstel zou weleens tientallen jaren op zich kunnen laten wachten. Op grond van dit bericht zou geconcludeerd kunnen worden dat het niet goed gaat met de kokkel in de Waddenzee.

Wat zijn de feiten? In het slechte kokkeljaar 1996 lag in de Waddenzee 290 ton kokkelvlees in voor vissers (en vogels) interessante dichtheden. Twee jaar later lag er na een sterke broedval in 1997 maar liefst 53.780 ton vlees in visbare dichtheden. Na 1998 daalde het bestand weer totdat 2003 weer een matig kokkeljaar was met 7400 ton vlees. Volgens onderzoekers was de Waddenzee op weg door verzanding een woestijn te worden.

Hoe is het nu 3 jaar later met de kokkels in de Waddenzee gesteld? Uit het bestandsonderzoek blijkt dat er in 2004 al weer 44.500 ton kokkelvlees in de Waddenzee aanwezig was. In 2005 was dit 24.010 ton en dit jaar ligt er maar liefst 58.510 ton vlees. Dat is ongeveer 8 maal zoveel als in 2003. Aan kokkels in de schelp ligt er in totaal momenteel bijna een half miljard kilo, het hoogste bestand dat sinds 1993 door het Rijksinstituut voor Visserijonderzoek (nu IMARES) is gemeten.

De conclusie dat kokkels door verzanding wegblijven geldt dus niet voor de hele Waddenzee. Integendeel. De stelling is door de feiten allang achterhaald.