Macht kan creatief zijn

In de roman maakte de werkelijkheid van een droom plaats voor de werkelijkheid van alledag. Daarover gaat de Huizingalezing die de Mexicaanse auteur Carlos Fuentes op 15 december in Leiden houdt. Een vraaggesprek.

Carlos Fuentes in zijn huis in Londen: ‘De moderne tijd verdraagt nauwelijks geheimen meer’ foto Alex MacNaughton Carlos Fuentes, writer photographed at home in London For Arts / Hans Steketee, Photo from: Alex MacNaughton 22C Highgate West Hill, London, N6 6NP 07774 839 660 alex.macnaughton@virgin.net Vat No. 722 764 5 MacNaughton, Alex

Het decor is een appartement aan de rand van een parkje in Londen. Van alle kanten, maar vooral door de ramen naar het dakterras, stroomt licht over boeken op stapels en in volle kasten, ingelijste foto’s, figuratieve schilderijen en een stapeltje dvd’s: Lulu van G.W. von Pabst, Lola Montès van Marcel Ophüls, Sunset Boulevard van Billy Wilder en nog zo wat films die ertoe doen.

Carlos Fuentes (Panama, 1928) is Mexicaan, heeft donkere ogen en, zoals hij dat zelf omschreef, een kaneelkleurige huid. Hij schrijft in het Spaans. Hij woont in Mexico-Stad, maar hij woont ook regelmatig in Londen en in de Verenigde Staten. De wereld is zijn huis. En als je hem vraagt of hij de Nederlandse geleerde Johan Huizinga kende toen hij werd uitgenodigd om dit jaar de Huizingalezing te houden, rimpelt zijn mooie ouwe latijnse kop en lacht hij je vierkant uit.

„Natuurlijk had ik van Huizinga gehoord. Toen ik 20 was heb ik hem gelezen: Homo Ludens, Herfsttij der Middeleeuwen – die boeken leerden me Europa te begrijpen. Huizinga onderwees me dat de Middeleeuwen geen dark ages waren, maar een rijke, doorslaggevende periode, ook voor de cultuur van Latijns-Amerika. Wij gaan terug op Thomas van Aquino en Augustinus. En Erasmus, niet te vergeten. Ja, welbeschouwd verbinden de Middeleeuwen ons met de val van het Romeinse Rijk.

„De gemeenschappelijke Europese cultuur is verdwenen. Hij werd door het nationalisme vernietigd en dat is te betreuren. Ik hoop dat de eenheid van Europa het herstel ervan zal inzetten, dat de kracht van de Middeleeuwen en de Renaissance zal herleven.

„Erasmus reisde door Europa. Hij had geen laptop, hij had een kist met dertig boeken bij zich: in die kist droeg hij alle kennis mee die hij nodig had. Overal kon hij terecht. Hij was een Hollander en hij studeerde in Parijs. Hij woonde en werkte in Italië en in Basel. Hij verkeerde aan het Engelse hof en in Spanje was hij welkom in het paleis van Karel de Vijfde. Die traditie zou Europa moeten reconstrueren. Zulke eenheid garandeert bronnen van denkkracht.”

De titel van uw Huizingalezing luidt: ‘De twee tradities van de roman: La Mancha en Waterloo’. Hoe belandt u van Cervantes’ ‘Don Quichot’ bij Napoleons verloren slag?

„De belangrijkste les van Miguel de Cervantes is dat er een diepe kloof ligt tussen dromen en de werkelijkheid, maar dat ze beiden reëel zijn. Die les vervatte hij in een roman, waarmee hij een werkelijkheid heeft geschapen naast de werkelijkheid van alledag. ‘Waterloo’ verwijst naar een volgende romantraditie, met een nieuwe vorm voor de realiteit: de werkelijkheid van het individu en van zijn mogelijkheid om hogerop te komen tegen de gevestigde macht in.

„De inspiratie voor die romankunst was Napoleon Bonaparte, een Siciliaanse nobody die keizer van Frankrijk werd. Hij plaveide de weg voor Diderots Jacques le fataliste, voor Sterne’s Tristram Shandy, voor Julien Sorel uit Le rouge et le noir van Stendhal. Het gold ook voor vrouwen: Becky Sharp in Vanity Fair. De werkelijkheid gaat schuiven. Madame Bovary en de heldinnen van Jane Austen beschouwen hun dromen als de werkelijkheid. En die dromen hebben ze weer ontleend aan boeken! Het eindpunt van deze ontwikkeling ligt op de drempel van de twintigste eeuw en heet Raskolnikov [uit Dostojevski’s Schuld en boete] – een crimineel.’’

Waar ligt uw voorkeur?

„Don Quichot van Miguel de Cervantes is altijd nieuw. De eerste lezer moet nog geboren worden, hoorde ik eens zeggen en dat klopt: iedereen die het leest, leest iets anders, iedereen is de eerste lezer. Cervantes raakt aan het mysterie van taal en tijd, en daarmee aan het wonder van de literatuur. Elke Pasen herlees ik het boek en altijd brengt het een verrassing. Afgelopen Pasen was de verrassing dat Shakespeare zijn [verloren] stuk Cardenio heeft gebaseerd op Don Quichot. Dat betekent dat ze elkaars werk kenden. Ze stierven op dezelfde datum: 23 april 1616. Dat was niet dezelfde dag; Spanje en Engeland hanteerden verschillend kalenders, er zit een dag of zeven tussen. Maar toch, hoe wonderlijk is het niet dat deze twee grootse schrijvers tegelijk leefden en stierven. Waren ze misschien dezelfde persoon? Het is leuk om daarover door te denken. Hmmm. Het geeft de reismogelijkheden in die tijd sciencefictionachtige proporties. En je bedenkt: La Mancha is Spaans voor Het Kanaal.”

U beschrijft in uw roman ‘De stoel met de adelaar’ (2002) hoe elk mens wordt bepaald door een geheim dat hem kwetsbaar maakt. Wat is het geheim van Don Quichot?

„Het geheim van Don Quichot is zijn besef dat hij nooit had moeten zeggen: ik ben niet gek. Geheimen zijn belangrijk. Günter Grass had kunnen verzwijgen dat hij bij de Waffen SS had gediend. Hij had dat geheim in zijn graf mee kunnen nemen. Heeft hij niet gedaan, en ik zie de zin daarvan in. Nu weet hij wat hij aan allerlei mensen heeft. Ik heb weinig begrepen van die felle reacties. Hij was een onvolwassen jongen in die dagen, hou toch op.”

Heeft u een lievelingsgeheim?

„Ja. En dat vertel ik niet. Dan is het geen geheim meer. Mannen zijn discreet, vrouwen niet, dat is het voornaamste verschil tussen ons. Vrouwen vertellen geheimen, dat vinden ze heerlijk.”

Misschien liegen vrouwen wel over hun geheim, doen ze alsof ze het vertellen.

„Mogelijk, maar dat maakt geen verschil. Jullie kunnen het zo goed, geheimen vertellen. Jullie doen het zelfs per telefoon, net als roddelen. Vrouwen zijn goede vertelsters. Mijn beide grootmoeders waren daarom essentieel voor mij. Als zoon van een diplomaat woonde ik altijd ergens anders, maar elke zomer was ik bij mijn grootmoeders in Mexico. Zij spraken Spaans met mij en terwijl ze me onderdompelden in die taal, vertelden ze me honderden verhalen.

„Bijvoorbeeld over een van mijn overgrootmoeders. Dat was een schoonheid die altijd wantjes droeg. Want de struikrovers die haar postkoets overvielen hadden haar vingers afgehakt toen ze weigerde haar ringen af te geven. Gruwelijke verhalen die me hebben geïnspireerd. Ik herkende ze bij de gebroeders Grimm. Maar ook in de films van Luis Buñuel, en die leerde weer van Cervantes de techniek voor sluwe spot met de kerk en de autoriteiten. Buñuel was een echte surrealist. De Duitser Max Ernst ook.

„De Franse surrealisten zoals André Breton lieten zich veel te veel door de logica leiden. Toen mijn surrealistische roman Terra nostra in het Frans vertaald zou worden, vreesde ik het ergste. Dat kan niet, dacht ik. Maar de vertaalster ging via Rabelais te werk en haar vertaling werd beter dan mijn origineel.

„De moderne tijd verdraagt nauwelijks geheimen meer. Dat komt doordat de aanbidding van beroemdheid doorslaggevend is geworden. Celebrities leven van geheimen. Ze verkopen zichzelf en hun geheimen en zo worden geheimen steeds zeldzamer. Staatsgeheimen, die zijn ook steeds moeilijker te bewaren. Maar dat is terecht. Politici mogen niet liegen. Hun geheimen moeten onthuld worden en dat gebeurt dan ook: de leugens van Bush en zijn regering komen nu achter elkaar aan het licht.”

Heeft de toekomst geheimen voor u? ‘De stoel met de adelaar’ speelt zich af in 2020: Mick Jagger loopt tegen de 80, Mexico wordt verscheurd door een vreemde presidentswisseling en de VS hebben Mexico geïsoleerd. Het eerste moeten we afwachten. Het tweede is al gebeurd. Het derde is in gang gezet en het is nog lang geen 2020.

„Ik beschrijf de toekomst om het kwaad uit te drijven. Elke keer faal ik. Exorcisme wordt voorspelling. Ga weg, je bent een boze droom, fluister ik, maar het is al te laat. De verbeelding is een machtig instrument. Kafka beschreef de geschiedenis van de twintigste eeuw voordat die zich voltrok: de concentratiekampen, de horror van het fascisme en het communisme – alles behandelt hij. Hetzelfde zie je in het werk van George Orwell en H.G. Wells. Het komt erop neer dat een integer mens altijd gevaar loopt, en dat de menselijke natuur neigt naar machtsmisbruik. Alle romans gaan over macht. Ook die van Cervantes: de machtige hertogen ontwerpen de dromen van Don Quichot.

„Ethische politiek bestaat niet, maar macht is niet altijd slecht, dat zou te simpel zijn. Bill Clinton begreep waar macht voor dient. Charles de Gaulle ook: om te streven naar een betere maatschappij. Macht kan creatief zijn: F.D. Roosevelt won de Tweede Wereldoorlog en gebruikte zijn macht om de armoede te bestrijden. Maar George Bush heeft geen idee en zijn ideologie is wankel. Hij valt een land binnen waar hij niks vanaf weet en hij stelt eventjes een As van het Kwaad vast. Je zal er maar toe gerekend worden: dank u, dat wist ik niet, dat ik bij het Kwaad hoorde.

„Ik? Ja, ik ken macht. De macht van de liefde. Een onderschatte, zeer belangrijke vorm van macht.”

Die macht doet zich in ‘De stoel met de adelaar’ verwarrend gelden in de erotische scènes. U schreef ze con gusto, smaakvol en sexy.

„Terwijl ik er niet op uit was. Die scènes drongen zich aan me op. Ik werkte in januari aan dat boek in een New Yorks hotel. Het is een roman in brieven. Ik wilde Les liaisons dangereuses van Choderlos de Laclos parafraseren. Mijn bedoeling was om zijn seksuele intrigues te vervangen door mijn politieke intriges. Maar ik wilde iets van menselijkheid behouden, dat werd het grootste verschil tussen beide boeken. De seksuele macht is sterk. Het was koud, voor ik aan de slag ging maakte ik stevige wandelingen door de stad. En vervolgens dicteerde de erotiek zichzelf, met een vrouw die graag bespioneerd wordt. Daarom laat ze het licht aan als ze zich uitkleedt.”

In uw boek is Condoleezza Rice president van de Verenigde Staten.

,,Het kan haar lukken.’’

Waarom?

„Ze heeft mooie benen. Dat zeg ik niet zomaar. De invloed van schoonheid is evident. De schoonheid is voor ons allen een nastrevenswaardig voorbeeld. De oervorm van dat model ontlenen we aan de Griekse goden. Naar hun voorbeeld zijn de mensen gecreëerd, dat is de basis van de Europese cultuur. Vanwege de Grieken is het Monster van Frankenstein ondanks alles mooi, op zijn eigen manier. Socrates zei: ik ben lelijk van buiten en mooi van binnen – probeer maar uit te vinden wat daar is. Dat schoonheidsidee vertegenwoordigt een wezenlijk andere kijk op het leven dan de Azteekse goden te bieden hebben. Die zijn afschrikwekkend omdát ze goden zijn. Azteekse goden zijn wat ze zijn doordat ze zich van de mensen onderscheiden.

„Condoleezza Rice is intelligent. Ze hangt de nar uit omdat ze veel slimmer is dan Bush. Dat moet ze verbergen. Dat de macht van de vrouwen groeit is al lange tijd duidelijk. In Frankrijk wordt Ségolène Royal misschien president. Dat zou ik toejuichen. Ze is een goeie politica, heel wat beter dan haar tegenstander, die fascistische dwerg Sarkozy. Dat is een xenofobe racist die zijn eigen regering verraadt omdat hij zo nodig bij Bush in het gevlei wil komen. Vergeleken met hem is Jean-Marie Le Pen een apostel van Jezus Christus.’’

Het licht zakt achter de Londense daken. Carlos Fuentes staat op, het is laat en hij moet zijn koffers nog pakken: morgen vertrekt hij naar Mexico. Wat gaat het worden, in december in Leiden? Een Latijns-Amerikaanse provocatie in een Nederlands protestante kerk? Een preek of een schotschrift? Fuentes verraadt niets, maar zegt hij, de preek staat ver van hem af. Het is nog een geheim, zegt hij.

„Ik zal me thuis voelen in Leiden, in de Pieterskerk. Ik ben een calvinist naar de geest: ik sta op en ik ga aan het werk. Anders kom ik in de hel. Maar er zijn verschillen. We have saints, you have sins.”