Lidmaatschap WTO maakte van China geen bestrijder piraterij

Het lidmaatschap van de Wereldhandelsorganisatie stimuleerde de afgelopen jaren China’s economie. De WTO-regels worden tot woede van het westen maar langzaam ingevoerd.

Peking, 17 nov. - Ze profiteren wel, maar doen te weinig terug. De Chinezen hebben veel te danken aan het lidmaatschap van de Wereldhandelsorganisatie (WTO), deze maand precies vijf jaar geleden verleend, maar het land houdt zich tot frustratie van het westen vaak niet aan de WTO-regels. De VS en EU leverden deze week opnieuw kritiek.

De toetreding tot de WTO heeft China veel opgeleverd. Omdat buitenlandse bedrijven zich door het lidmaatschap beschermd voelden, durfden zij op grote schaal te investeren. Het resultaat: de buitenlandse handel verdubbelde en China werd in vijf jaar het vierde handelsland ter wereld.

Niet eerder was een land in staat om in zo’n korte tijd zo’n sterke groei door te maken. Ook buitenlandse bedrijven profiteerden. China importeerde de afgelopen jaren voor honderden miljarden euro’s, waardoor er ruim tien miljoen banen in andere landen werden gecreëerd. Maar de Chinezen exporteerden nog veel meer. Zo importeerde China vorig jaar voor 52 miljard euro uit de Europese Unie, terwijl de Europeanen voor 158 miljard euro producten uit China haalden.

De Amerikaanse minister van Handel Carlos Gutierrez leverde deze week zware kritiek op China omdat de WTO-regels volgens hem nog altijd met voeten worden getreden. Gutierrez zei tijdens een bezoek aan Peking dat de vervalsing van westerse producten door de Chinezen de bilaterale handelscontacten tussen de twee landen op den duur ernstig zal schaden. Hij wees erop dat aanhoudende schending van eigendomsrechten protectionistische maatregelen tot gevolg kan hebben. „Piraterij kost de Amerikaanse film- en muziekindustrie jaarlijks 2,3 miljard dollar.”

Gutierrez prees de intenties van de Chinese autoriteiten om de problemen aan te pakken, maar zei ondanks de beloften nog niet veel vorderingen te zien op het gebied van piraterijbestrijding. Gutierrez uitte zijn kritiek op het moment dat Washington samen met de EU en Canada op het punt staat bij de WTO een klacht tegen China in te dienen over misbruik van patenten en eigendomsrechten.

Econoom Bert Hofman van de Wereldbank, die leningen verstrekt aan ontwikkelingslanden, stelde dat de decentralisatie en regionale ongelijkheid een snelle implementatie van eigendoms-wetgeving in de weg staat. „Natuurlijk valt China veel te verwijten op dat gebied. Maar het westen moet een beetje geduld hebben”, aldus Hofman, die gestationeerd is in Peking. „Maatregelen tegen China zouden op dit moment uitermate onverstandig en contraproductief zijn.”

Met dat laatste was de iets milder gestemde Europees Commisaris Peter Mandelson (Handel) het eens, maar ook hij wees China op zijn verantwoordelijkheden, nu het land een serieuze speler is geworden binnen de WTO. In een toespraak die hij deze week op de Tsinghua universiteit hield, hekelde ook Mandelson het kopieergedrag van de Chinezen. „Bedrijven en overheden klagen over de wijze waarop China de WTO-regels interpreteert.”

Hij gaf in zijn speech te kennen dat de relaties tussen China en de EU ernstig beschadigd worden wanneer China weigert zijn markt verder te openen. Hij riep Peking op om wetgeving op het gebied van intellectueel eigendom te bekrachtigen, zodat de autoriteiten voortaan individuen kunnen vervolgen die zich schuldig maken aan piraterij.

Mandelson benadrukte wel het belang van een dialoog. „China is bereid om zijn markt verder te openen wanneer het tempo waarin hervormingen moeten worden doorgevoerd realistisch blijft.” Hervormingen in het Chinese bankwezen zullen hierbij de komende maanden als testcase fungeren. Vanaf 11 december mogen buitenlandse banken volgens de WTO-regel die dan wordt ingevoerd Chinees geld accepteren van spaarders en leningen verstrekken aan particulieren.

Dat lijkt interessant gezien de grote spaartegoeden, maar in de bankwereld is men bang voor restricties en controle vanuit Peking en heerst er scepsis over de speelruimte die de buitenlandse banken zullen krijgen op de lokale financiële markt.

Ondanks de nieuwe regel zullen buitenlandse banken nog steeds licenties moeten aanvragen, een bureaucratisch proces dat eindeloos kan duren en gebruikt kan worden om de eigen banken tegen buitenlandse concurrentie te beschermen. Bovendien dienen buitenlandse banken een bedrag van 20 miljoen dollar neer te tellen voor elke nieuwe vorm van financiële dienstverlening die ze willen aanbieden. Bankdirecteuren hebben nu al geklaagd dat het hoge inlegbedrag een snelle groei in China in de weg zal staan.