Knielen voor snoep in Stedelijk

Tentoonstelling: Tino Sehgal: een keuze uit de collectie van het Stedelijk Museum. In Stedelijk Museum CS, Oosterdokskade 5, Amsterdam. T/m 10 december. Dagelijks 10-18 u.

De kunstenaar Tino Sehgal werd door het Stedelijk als gastconservator uitgenodigd. Sehgal (Londen, 1976, woont in Berlijn) maakte een prachtige expositie van slechts zeven kunstwerken, die een beknopt overzicht geeft van de geschiedenis van de beeldhouwkunst van 1900 tot nu. De meeste werken zijn in het bezit van het Stedelijk, afgezien van een serie van tien zeefdrukken van Warhol uit het Groninger Museum, en een snoepjessculptuur van Felix Gonzales-Torres uit een Amerikaanse privé-verzameling. De tentoonstelling besluit met een performance van Sehgal die vorig jaar door het Stedelijk is aangekocht.

De expositie begint met Mme Fenaille (1898), een gipsafgietsel van een buste van Rodin. De fraaie kop, beïnvloed door Art Nouveau, staat hoog op een sokkel in een vitrine en nodigt de bezoeker uit om binnen te komen.

In de eerste helft van de twintigste eeuw raakten beelden hun sokkel kwijt. In de eerste zaal ligt dan ook een riviergod van roze graniet op de vloer, een monumentale, door het kubisme beïnvloede sculptuur uit 1948 van de Argentijn Sesostris Vitullo.

De bloemen-zeefdrukken van Warhol leiden naar de volgende zaal. Hier ligt 10 x 10 Altstadt Lead Square (1967) van Carl Andre op de grond, een ‘vloerbeeld’ van honderd loden platen van 50 bij 50 centimeter. Jeff Koons’ Mound of Flowers no 1 (1991), een kleurige berg waterlelies van Muranoglas, legt een mooie verbinding met Warhols pop-art-bloemen. Koons lelies zijn de kitsch-tegenhanger van de strenge minimal art van Andre. Tegenover zijn bloemen liggen snoepjes van Felix Gonzales-Torres. Dit werk (1957) bestaat, volgens voorschrift van de kunstenaar, uit een oneindige voorraad handgemaakte groene snoepjes. Het ideale gewicht van de sculptuur is 34 kilo, maar de afmetingen zijn variabel. In het Stedelijk maakte Sehgal er een strakke baan van, waarmee ook de snoepjes verwijzen naar modernistische kunst.

In de laatste zaal ten slotte ligt een vrouw langzaam over de grond te rollen. De bewegingen zijn vloeiend, zonder ooit een moment tot stilstand te komen. Af en toe neemt ze met haar handen voor haar gezicht een denkbeeldige foto van het publiek. Dit ‘beeld’ uit 2000 ligt precies zo op de grond, met veel ruimte er omheen, als de andere beelden in de tentoonstelling. Het rollen en fotograferen is trouwens een verwijzing naar vroege werken van Bruce Nauman en Dan Graham. Zodoende presenteert Sehgal zijn werk als deel van de collectie, en ook als sluitstuk van de geschiedenis van de beeldhouwkunst. Maar terwijl het bij de snoepjes van Gonzales-Torres nog enigszins mogelijk is om ze als kunstwerk te ‘bezitten’, dankzij de beschrijving van het werk door de kunstenaar, is dit bij Sehgal in feite onmogelijk.

Het thema van Sehgal, die is opgeleid als choreograaf en politiek econoom, is de vraag naar de rol van het kunstwerk in ons economisch systeem. Niet alleen maakt hij geen tastbare kunstwerken, ook documenteert hij ze op geen enkele manier en hij schrijft zelfs geen instructies of contracten. De overdracht van een werk gebeurt mondeling, van persoon tot persoon, ook in het geval van een aankoop door een museum. Voor de opvoering van dit werk kwam Sehgal naar Amsterdam om een aantal performers te instrueren.

Doordat Sehgal de werken in zijn tentoonstelling met grote precisie gekozen en gepresenteerd heeft, is een zeer inspirerend geheel ontstaan. Sehgal presenteert zichzelf, met de nodige ironie, niet alleen als het sluitstuk van een lange traditie. Hij laat ook zien dat beeldhouwkunst al heel lang meer een kwestie is van choreografie van de beschouwer, van beweging, dan van een tastbaar object. De beschouwer wordt door Gonzales-Torres uitgenodigd om de snoepjes op te eten. De glanzende bloemenberg verleidt tot knielen en aanraken, en wie dit doet wordt deel van een tableau vivant, een sprookje geregisseerd door Koons. Bij Carl Andre is het de bedoeling dat de beschouwer over het vloerbeeld heenloopt, al wandelen de meeste bezoekers er keurig omheen. Warhol haalde het beeld van zijn sokkel door een brug te slaan tussen hoge en lage kunst, en de riviergod kan alleen bekeken worden wanneer de beschouwer er uitvoerig omheen loopt. En ja, dit alles is begonnen toen Rodin besloot om zijn Burgers van Calais gewoon op de grond neer te zetten.