Inlichtingendienst martelde Irakezen

Nederlandse defensiemedewerkers hebben in 2003 tientallen Iraakse gevangenen gemarteld. Dat gebeurde tijdens Nederlandse deelname aan de stabilisatiemacht SFIR aan Irak. Het ministerie van Defensie bevestigt in de Volkskrant, dat vandaag over de zaak publiceert, dat militairen tijdens verhoren buiten hun boekje zijn gegaan.

De zogenoemde ‘hardhandige tactische ondervragingen’, werden uitgevoerd door leden van de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst. De Irakezen zouden zijn blootgesteld aan fel licht en lawaai. Nederlandse militairen zouden gevangenen uit hun slaap hebben gehouden door hen nat te spuiten. Ook zouden de Irakezen zijn blootgesteld aan hoge geluidstonen. De gevangenen zouden gedwongen zijn geweest een donkere bril te dragen waardoor ze niets zagen.

Bij de verhoren, die werden afgenomen in As Samawah in de Zuid-Iraakse provincie Al Muthanna, zou, tegen de voorschriften in, geen juridisch adviseur aanwezig zijn geweest.

Volgens het ministerie van Defensie heeft de bataljonscommandant melding gemaakt van de voorvallen, aldus de Volkskrant. Het is onduidelijk op welk niveau die vervolgens bekend zijn geworden. Ook is het onzeker of de voorvallen zijn voorgelegd aan het Openbaar Ministerie.

Wim van den Burg, de voorzitter van de militaire vakbond AFMP /FNV, zegt dat de bond op de hoogte was van de geruchten: „We hebben vaker tegen de Defensieleiding gezegd dat dergelijke incidenten beter meteen naar buiten kunnen worden gebracht. Nu veroorzaakt dit grote imagoschade voor de organisatie en vooral voor onze mensen.”

Volgens de Volkskrant is toenmalig chef-defensiestaf Kroon begin november 2003 op de hoogte gesteld van spanningen in het Nederlandse kamp over de behandeling van gevangenen. Kroon wil geen commentaar geven.

De Nederlanders in Zuid-Irak stonden onder Brits bevel. Nederlanders hadden daardoor niet de bevoegdheid om verdachten vast te houden of te verhoren. Wel mochten Nederlanders gesprekken voeren, maar, aldus een interne notitie van de Dienst Juridische Zaken van Defensie uit november 2003, „zonder enige vorm van dwang of dreiging”. Defensie weigerde vanochtend verder commentaar.

Wangedrag:pagina 3