Ineens moet Bos wel ruzie maken

De PvdA van Wouter Bos, is een vernieuwde PvdA.

‘Beschaafd kapitalisme’ in plaats van het oude sociaal-democratische ideaal.

PvdA-leider Wouter Bos houdt niet van vragen over „de leegte rond Bos”. Wie er in de partij nog méér belangrijk zijn, naast Bos zelf? Die mensen zijn er heus wel, zegt hij dan. Maar journalisten willen alleen Wouter Bos in hun programma of krant. Daar kan híj niks aan doen.

Of toch wel? Lees eerst het boek Dit land kan zoveel beter dat Bos vorig jaar schreef over zijn ideeën voor Nederland. Lees daarna het Beginselmanifest van de partij en het verkiezingsprogramma. Dan weet je wat de PvdA van Bos belangrijk vindt: precies hetzelfde als wat Bos belangrijk vindt voor de PvdA. Begin deze maand verscheen ook nog het boekje Wat Wouter wil. Want dat is wat de PvdA wil.

Bij de verkiezingen van 2002 werd de PvdA bijna gehalveerd, de partij ging van 45 naar 23 zetels. Onder leiding van Bos maakte de PvdA het in 2003 bijna helemaal weer goed (44 zetels). Maar de nederlaag was er niet voor niks geweest, vond Bos. De partij zou zich grondig moeten vernieuwen. En daar hield hijzelf stevig de controle over.

De nieuwe PvdA is nog steeds tegen ongelijkheid van macht en inkomen, maar nu alleen als die ‘onredelijk’ is – zo staat het in het Beginselmanifest. De partij is ook nog steeds voor een sterke overheid, maar als publieke voorzieningen beter via de markt aangeboden kunnen worden, dán via de markt. Sociaal-democraten van de generatie van de ouders van Bos geloofden nog in het eind van het kapitalisme. In het Beginselmanifest gaat het nu over ‘een beschaafd kapitalisme’ en er staat: ‘De ondernemingsgewijze productie is een voorname motor van innovatie, welvaart en werkgelegenheid’.

Solidariteit is ook voor de PvdA van Bos nog een belangrijk thema. Maar anders dan vroeger vindt de partij dat aan bijvoorbeeld werklozen en nieuwkomers strenge eisen mogen worden gesteld: ze móeten op zoek naar werk of zichzelf bijscholen, ze móeten de taal leren en de ‘Nederlandse kernwaarden’ kennen. Daardoor zouden anderen eerder bereid zijn tot solidariteit.

Maar hoe zit het met de internationale solidariteit? In een interview met het blad van de ontwikkelingsorganisatie ICCO, waar zijn vader vroeger directeur van was, zei Wouter Bos dit voorjaar dat het verlies van zijn partij in 2002 niets te maken had met het ontwikkelingsbeleid van de PvdA. Dáár was de vernieuwing niet over gegaan. En het gaat er in de partij ook bijna niet meer over – tot verdriet van zijn vader, die daar in hetzelfde interview niet over wilde praten. „Dat vind ik vanuit onze familieverhouding ongepast.”

Over Europa ging de vernieuwing weer wél. Dat kwam door de uitslag van het referendum van vorig jaar over de Europese grondwet: nee. De PvdA vindt nu dat de EU zich niet zou moeten bemoeien met bijvoorbeeld zorg en woningbouw in Nederland. PvdA-europarlementariër Ieke van den Burg vindt dat haar partij richtlijnen uit Brussel „uit het verband rukt” en dan zegt: moet Europa zich daar mee bemoeien? „Dat is meegaan in de frustratie over Europa. Ik vind dat Bos zorgvuldig en consistent is in de veranderingen die hij voorstelt voor het nationale beleid. Voor het Europese beleid ontbreekt dat nog op een positieve manier.”

Als grootste oppositiepartij was de PvdA de afgelopen jaren tegen de belangrijkste hervormingen van het kabinet-Balkenende: de invoering van de WIA voor arbeidsongeschikten, de afschaffing van VUT en prepensioen, de Wet werk en bijstand. De partij steunde het kabinet wel vaak als het om buitenlands beleid ging en de PvdA was, net als het kabinet, vóór de splitsing van energiebedrijven in producenten en leveranciers van energie.

De PvdA, zegt Kamerlid Diederik Samsom, bleef óók een partij die graag mee bestuurt. Er werden amendementen bedacht waardoor de gevolgen van nieuwe wetten minder hard zouden zijn voor groepen mensen. Soms, zoals bij de Rotterdamwet (waardoor steden mensen met lage inkomens uit buurten mogen weren), stemde de PvdA daardoor uiteindelijk vóór een wet.

De PvdA probeerde ook het nieuwe zorgstelsel te veranderen. „Achteraf denk ik dat we sneller en harder hadden moeten inzetten met onze kritiek”, zegt Kamerlid Frank Heemskerk, die voor de PvdA het woord voert over gezondheidszorg. „We hadden gehoopt er meer uit te slepen door de voor- en nadelen te benadrukken.” Dat lukte niet en de PvdA stemde tegen de nieuwe zorgwet.

De voorzichtige manier van oppositievoeren werd óók door de eigen fractie uitgelegd als een poging om het CDA, de meest waarschijnlijke volgende coalitiepartner van de PvdA, niet te veel tégen zich te krijgen.

Tijdens een verkiezingscampagne is geen politicus nog echt voorzichtig – wie dat wel is, krijgt geen aandacht. Een echte ruzie met het CDA was ook weer niet de bedoeling. Daar zou het CDA misbruik van maken, dachten PvdA-campagneadviseurs. Want wie wil er een vechtkabinet?