Hup, het leven in!

Dit weekend gaan bij De Nederlandse Opera drie producties in première van Mozarts Da Ponte- opera’s Così fan tutte, Le nozze di Figaro en Don Giovanni. Regisseurs Wieler en Morabito kozen voor een enscenering in een zomerkamp en een garagebedrijf.

Danielle de Niese als Despina in ‘Cosi fan tutte’ Foto Studio A.T. Schaefer Copyright by A.T.Schaefer Im Schellenkšnig 50 D - 70184 Stuttgart Tel. ++49 711 640 95 31 FAX. ++49 711 735 28 54 A.T.Schaefer@t-online.de Hypovereinsbank Konto 3092 828 BLZ 600 202 90 *** Local Caption *** DNO 11/06 W.A.Mozart Cosi fan tutti Schaefer, A.T.

Elf augustus 2006. In de Grote Studio van het verder nog zomerstille Muziektheater is een provisorische versie van het decor van Don Giovanni opgesteld. Overal staan bedden. Een Barbie-roze bed voor Donna Anna, een overspelig nest met pantersprei, een eiken ledikant voor Il Commendatore, die er straks door Don Giovanni wordt vermoord. Donna Elvira (sopraan Charlotte Margiono) ligt links, in een hoekbed. Ze slaapt, of lijkt te slapen. Boerenbruid Zerlina (Cora Burggraaf) ligt op haar buik in een koperen bed. Haar verloofde Masetto zit op een brits, net als Don Ottavio en knecht Leporello. Iedereen is de hele voorstelling voortdurend op het toneel.

Een historische productie mag je het gerust noemen. De Nederlandse Opera opende het nieuwe seizoen in de luwte, met Strauss’ luchtige opera Capriccio. Intussen werd verder gewerkt aan wat al sinds juni in gang is: voorbereidingen voor nieuwe producties van de opera’s die Mozart componeerde op libretti van Lorenzo da Ponte. Drie lange opera’s op drie achtereenvolgende dagen, met drie verschillende decors. In totaal nemen de repetities en de tien voorstellingsreeksen van de eerste repetitie tot en met de laatste voorstelling op 27 december een half jaar in beslag – drie jaar voorbereiding niet meegerekend.

Regisseurs Jossi Wieler en Sergio Morabito maakten voor de Nederlandse Opera eerder een omstreden productie van Mozarts Lucio Silla. Machtsstrijd in het oude Rome werd vertaald naar een DDR-entourage. Het concept voor de drie Da Ponte-opera’s is net zo onconventioneel. „Zeg maar gerust: heel modern”, erkent Margiono. „Mensen in mijn omgeving aarzelden daarom zelfs om kaarten te kopen. Dat is toch treurig? Want geliefder opera’s dan deze zijn nauwelijks denkbaar.”

In de allereerste repetitieweek voor Don Giovanni sleutelen Wieler en Morabito aan de finale van de eerste akte. Tenor Marcel Reijans (Don Ottavio) ijsbeert over de bühne, een klapperpistool in zijn hand. Ingo Metzmacher, muzikaal leider van de Nederlandse Opera en straks met het Nederlands Kamerorkest verantwoordelijk voor het orkestrale aandeel van de opera’s, kijkt vorsend toe. „Es soll wie ein Kliffhänger sein!” roept hij dan opeens, hoorbaar opgetogen over het idee. „Zoals bij een soap voor we de reclame ingaan. Pistool! Richten! Doek!”

Een lastige scène, zegt regisseur Wieler na afloop. „Wat gebeurt er nou echt? Wat Don Ottavio doet met dat pistool, wordt totaal open gelaten. Dramaturgisch is Don Giovanni erg fragmentarisch.” Morabito: „Ons concept is daarop een reactie. Le Nozze di Figaro en Così fan tutte zijn, mede door de komische aard, strakker. Daar komt de ene scène uit de andere voort.”

Mozart componeerde

eerst Le nozze di Figaro (1786), toen Don Giovanni (1787) , ten slotte Così fan tutte (1790). Wieler en Marabito draaien de volgorde om; de Da Ponte trilogie opent vanavond met Così fan tutte, morgen volgt Don Giovanni en zondag Le nozze di Figaro.

Voor Da Ponte waren het opera’s over moraal. Voor Wieler en Morabito is het sleutelwoord steeds: identiteit. „Het in twijfel trekken van sociale en seksuele identiteiten”, nuanceert Morabito. De drie opera’s horen niet bij elkaar, niet in Mozarts tijd en ook niet in de regie van Wieler en Morabito. „Het zijn losse opera’s”, erkent Morabito. „Maar het voordeel van deze opzet is dat je de thema’s met elkaar in verband kunt brengen. Want er spelen wél gelijksoortige conflicten.”

„Ik was eerst nogal sceptisch over de gedachte ze als cyclus te presenteren”, reageert Wieler. „Je voelt de verplichting uit te zoeken of een overkoepelend concept niet toch mogelijk is. Maar dat gaat echt niet. De echte bindende elementen zijn wij; de cast en de crew.”

Het idee voor de cyclus kwam van dirigent Ingo Metzmacher. „Spreiden was logistiek lastig”, zegt hij. „Dus toen dacht ik: waarom niet alles in één keer?” Metzmacher is als dirigent in Mozart-opera’s relatief onervaren; alle drie de opera’s dirigeerde hij slechts eenmaal eerder. Korzelig: „Nee, daar mag je níet uit opmaken dat ik weinig heb met Mozart. Integendeel: voor mijn eindexamen als dirigent heb ik een stuk uit de tweede akte van Così fan tutte gekozen. Toen een andere journalist me vroeg drie werken te noemen die ik wilde meenemen naar een onbewoond eiland, heb ik de Da Ponte-opera’s genoemd. Alles zit erin.”

Regisseur Morabito knikt: „Er wordt vaak hoog opgegeven over de literaire kwaliteiten van Da Ponte, maar het is Mozart die de tekst vleugels geeft. Wieler en ik hebben ook Una cosa rara geënsceneerd, een opera van Mozarts tijdgenoot Vicente Martin y Solèr, ook op een libretto van Da Ponte. Maar de muziek van Solèr bracht de woorden nergens tot leven – zoals bij Mozart wel het geval is.”

15 augustus. De tweede

repetitieweek van Don Giovanni verloopt minder energiek dan de eerste. „We zijn een beetje moe”, zegt sopraan Charlotte Margiono, liggend op het eikenhouten bed. „Wieler weet wat hij wil, maar laat ruimte voor details die tijdens de repetities worden ingevuld. Dat betekent soms afwachten.” Maar ook is er veel ruimte voor eigen inbreng. „Als er uit acteerimprovisaties iets bruikbaars ontstaat, behoudt hij dat.”

Als operaregisseur is Wieler – van huis uit theaterregisseur – herkenbaar aan de menselijke ‘echtheid’ waarmee de personages zijn uitgewerkt, waardoor thema’s van toen tijdloos blijken, en dus ook thema’s van nu. Het pas verschenen Opernregisseure heute van Manuel Brug geeft voorbeelden; Debussy’s Pélleas et Mélisande (Hannover, 2003) speelde in een woonkeuken, in Verdi’s Macbeth (Basel, 2000) koelde Macbeth na het moorden af met blikjes bier en popcorn. Voor Wieler en Morabito – van oudsher Wielers dramaturg – zijn het muzikale en het scenische gelijkwaardig; behalve muziekcritici zijn ook theatercritici met nadruk uitgenodigd voor de voorstellingen.

Margiono, die na dit drieluik stopt als Mozart-zangeres om zich meer op Wagner toe te leggen, onderschrijft dat. „Steeds weer hamert Jossi Wieler erop natuurlijk en normaal te acteren, iedere overbodige handeling wordt zorgvuldig verwijderd”, schrijft ze in haar weblog op de speciale Mozart-Da Ponte-website. „Zo ga je de personages steeds beter begrijpen, en komen met name bij Don Giovanni alle neurotische afwijkingen in hun gedrag meer en meer op de voorgrond.”

Die aanpak maakt van Donna Elvira eindelijk eens geen akelig kijfwijf, maar gewoon ‘een lekker ding’, vult Margiono desgevraagd aan. „Don Giovanni verleidt me. Maar dan herkennen we elkaar van een eerdere liaison en barsten in daverend gelach uit. Deze Don Giovanni is niet alleen maar een rokkenjager. Tussen de anderen, die leven zonder richting of hoop, is hij de vrijbuiter. Maak je vrij van de bourgeoisie; hup, het leven in!”

Wieler: „Het is niet voor niets dat Don Giovanni nooit berouw heeft. Ter vergelijking; in El Burlador de Sevilla y convidado de piedra (1630) van Tirso de Molina, een vroege versie van de legende, wil de Don Juan-figuur biechten voor hij naar de hel gaat. In Don Giovanni is het omgekeerd. Don Giovanni moet naar de hel omwille van de moraal. Maar de vrouwen die hij heeft verleid, wilden zelf verleid worden. Het is keurig die emoties weg te stoppen, maar dat betekent niet dat ze er niet zijn. Don Giovanni – of: Mozart – trekt alle weggestopte gevoelens onder het tapijt vandaan.”

De hel is bij Wieler en Morabito dan ook vooral het burgerlijk keurslijf van conventies en verdrongen dromen. Vanaf de tweede akte verzakken de bedden en gaat het toneelbeeld steeds meer op een kerkhof lijken. „We gaan er allemaal verloederd uitzien”, lacht Margiono. „Ouder, somberder. Ik krijg grijs haar en een boos uiterlijk. Nog mazzel. Donna Anna krijgt een ‘dikpak’.”

Wieler: „Onze enscenering van Don Giovanni is niet realistisch; het is meer een droom dan een situatie die echt kan bestaan. Maar in de andere twee opera’s zijn we juist heel concreet.”

Dirigent Metzmacher aarzelt nu, midden in het proces, de Da Ponte-opera’s met elkaar te vergelijken: „Mozart speelde graag biljart. Voor mij zijn Le Nozze di Figaro en Così fan tutte de witte ballen en Don Giovanni de rode. Don Giovanni is vol van levensstrijd. Dat speelse, jeugdige van Figaro en Così zoek je er vergeefs.”

27 oktober. In de Beurs

van Berlage zijn het Nederlands Kamerorkest, dirigent Metzmacher en verschillende solisten bijeen voor een van de laatste doorlooprepetities van Le nozze di Figaro. Sopraan Danielle de Niese (26) begint haar aria Deh vieni non tardar, gevolgd door Maite Beaumont (Cherubino). „Ik wil hier het zachtste pianissimo horen dat u in huis heeft”, eist Metzmacher. Margiono luistert toe in de zaal. Metzmacher: „En, hoe komt het over?” Margiono: „Goed. Ontroerend, zelfs.” Metzmacher: „Mooi! Dan is het nu jouw beurt.”

„Ooh...”, zucht De Niese na afloop. „Zingen om tien uur ’s ochtends, daar kies je toch niet voor? Ik sta om zeven uur op om een beetje wakker te zijn.” De Niese zingt twee rollen in de Da Ponte-cyclus; drie was logistiek onmogelijk. Naast Susanna in Le Nozze di Figaro ging de keuze tussen Despina in Così fan tutte en Zerlina in Don Giovanni. „Ik koos Despina om ook iets komisch te doen”, vertelt ze. „Maar het komische is hier subtieler dan gewoonlijk. We moeten allemaal heel serieus acteren, waardoor het effect meer satire wordt dan klucht. Terwijl de komische effecten in de tekst en de muziek soms wél heel expliciet zijn, waardoor je ‘tegen’ de muziek en de tekst in moet zingen en spelen.” Lastig, beaamt ze. „Maar als het lukt, voeg je een laag toe aan het verhaal.”

Tegenover de onschuldige amoureuze schermutselingen van Così fan tutte en de sluimerende verlangens in Don Giovanni, stelt Le nozze di Figaro een explicieter omgang met ontrouw. Daarom besluit het drieluik ook met Le nozze , zegt Jossi Wieler. „Enerzijds voel je dat Figaro nog voor de Franse Revolutie werd gecomponeerd – het besef van hiërarchie is heel sterk. Maar de personages zijn cynisch. Ze weten dat er verraad bestaat. In die zin ligt Le nozze di Figaro het dichtst bij onze tijd.”

Metzmacher: „Cynisch vind ik toch niet het juiste woord. Het bijzondere aan Mozart is juist dat alle personages met liefde zijn getekend. Hij is daarin realistisch, maar houdt van de mensen, met hun zwakheden. Dat voel je in de muziek voortdurend.”

De voorstellingen zijn uitverkocht. Meer info, ook over live-vertoningen in bioscopen, www.mozartdaponte.nl