Het kamp overzee

Twan van den Brand: De Strafkolonie. Een Nederlands concentratiekamp in Suriname. Balans, 191 blz. €18,50

De Surinaamse legerleider Bouterse liet in 1982 vijftien opposanten doodschieten. Minder bekend is dat de Nederlandse kolonel Jan Kroese Meyer hem op 6 november 1942 voorging, toen op zijn aanwijzing twee Nederlandse gevangenen in hetzelfde fort door mariniers werden afgemaakt. Meyer werd nooit berecht. Hij ontving voor zijn bijdrage aan de oorlog in Nederlands-Indië eind jaren veertig de Militaire Willemsorde.

Toch was Den Haag op de hoogte van de gruwelijkheden. Kranten in Paramaribo schreven erover. In 1949 had de procureur-generaal in Suriname, Grünberg, onderzoek gedaan, waarbij de lichamen van de twee waren opgegraven. Daarop volgde in 1950 onderzoek in Nederland met als conclusie dat ‘misdrijven’ waren begaan. Maar Meyer zat in de VS zonder uitzicht op uitlevering en het zou ‘onbehoorlijk’ zijn dan ondergeschikten aan te pakken.

De in fort Zeelandia doodgeschoten L.A.J. van Poelje en ir. L.K.A. Raedt van Oldenbarnevelt, behoorden tot een groep van 146 politieke geïnterneerden, die op verdenking van NSB-sympathieën in 1942 van Nederlands-Indië naar Suriname waren overgebracht en vier jaar werden opgesloten op de voormalige plantage Joden Savanne. De twee hadden gepoogd uit hun interneringskamp te ontsnappen. In 1995 werd het zoekgeraakte rapport- Grünberg door journalist H. van den Berg van deze krant bij het Rijksarchief teruggevonden. Een jaar eerder publiceerde advocaat A.G. Besier, die begin jaren vijftig een schadevergoeding voor de weduwe van Raedt van Oldenbarnevelt bedong, het boekje De Groene Hel over het interneringskamp.

De Strafkolonie van journalist Twan van den Brand heeft de verdienste dat (veel bekende) feiten over deze zwarte bladzijde uit de Nederlandse geschiedenis in een overzichtelijke context en prettig leesbaar bij elkaar zijn gebracht. De schrijver sprak met de laatste nog levende ex-geïnterneerden en andere getuigen, en putte uit archieven en privédocumenten.

Op grond van ledenlijsten bevestigt Van den Brand dat veel geïnterneerden nooit of maar kort lid waren van de Indische NSB, die geen landverraad in de zin had en moeilijk vergeleken kon worden met de Duitsgezinde partij in Nederland. Er waren zelfs links-radicalen onder de geïnterneerden. Velen waren slachtoffer van geruchten of achterklap.

Van den Brand nuanceert de toestand in Joden Savanne, al ontpopten Nederlandse bewakers zich in tegenstelling tot hun Surinaamse collega’s als sadisten. In 1994 zei minister Joris Voorhoeve (Defensie) in de Tweede Kamer dat wat was gebeurd ‘niet door de beugel’ kon. Tegen advocaat A.G. Besier sprak hij van ‘schandalige gebeurtenissen die het zelfbeeld van de Nederlanders beschadigen’. Van den Brand onthult dat Besier op verzoek van Voorhoeve slachtoffers en nabestaanden hiervan op de hoogte bracht. Zo was volgens de advocaat ‘toch een zekere genoegdoening op tafel gekomen.’