Het is gewoon volop burgeroorlog in Irak

Nee, het is nog geen burgeroorlog in Irak, zeggen de Amerikanen.

Maar dat is niet waar.

„Waar is de regering?” huilde een Iraakse vrouw wier twee zoons onder de employés en bezoekers van het onderzoeksinstituut van het ministerie van Hoger Onderwijs in Bagdad waren die dinsdag werden ontvoerd.

Ja, waar is de Iraakse regering?

De Amerikaanse civiele en militaire autoriteiten verkondigen al een tijdje dat Irak op de rand van burgeroorlog verkeert. Maar in een land waar op klaarlichte dag naar schatting 80 gewapende mannen een ministerie kunnen overvallen in het centrum van de hoofdstad en zonder enige tegenstand met 100 tot 150 gegijzelde stafleden en bezoekers kunnen wegkomen naar een shi’itisch militiebolwerk, daar is het volop burgeroorlog.

De Iraakse regering kijkt machteloos toe bij de ontvoering. Zij ruziet of iedereen nu ongedeerd vrij is (het kamp van de shi’itische premier Maliki), of dat een deel is vermoord en tientallen nog worden vastgehouden (de sunnitische minister van Hoger Onderwijs).

Het is ook burgeroorlog in een land waar volgens de minister van Gezondheid in drieënhalf jaar zo’n 150.000 doden zijn gevallen. Merendeels door sektarisch geweld, wat wil zeggen dat sunnieten shi’ieten doden omdat het shi’ieten zijn en vice versa.

En het aantal doden, in overgrote meerderheid burgers, blijft stijgen, maand in maand uit. Oktober was weer bijzonder bloedig met alleen al 1.600 lijken in het centrale lijkenhuis van Bagdad. In september waren het er 1.500, bijna allemaal met sporen van foltering. Dat terwijl al drie maanden een grote Amerikaans-Iraakse legeroperatie aan de gang is om de Iraakse hoofdstad te pacificeren.

Nog een paar cijfers: sinds maart 2003 zijn meer dan 270 wetenschappers en meer dan 120 journalisten en assistenten in Irak vermoord. Sinds februari is een half miljoen mensen binnen Irak op de vlucht gegaan voor etnische en religieuze zuiveraars. .

Alles wijst erop dat de daders van de ontvoering van dinsdag politiemannen waren, en dat maakt de toestand des te onoverzichtelijker. Ze droegen politie-uniformen en reden in een vloot bestelauto’s als die van de politie. Politiepatrouilles keken werkeloos toe hoe zij de toegangswegen naar het ministerie afzetten en hun operatie op poten zetten. „Ze kwamen niet als andere aanvallers, dieven of plunderaars”, aldus een woordvoerder van het ministerie van Hoger Onderwijs tegen The Washington Post. „Ze kwamen op een officiële manier.”

Iedereen in Irak weet dat shi’itische partijmilities de politie de facto hebben overgenomen – met name de in Iran opgeleide en bewapende Badrmilitie en het Leger van de Mahdi van de anti-Amerikaanse geestelijke Muqtada Sadr. Dat gebeurde onder de vorige regering, van premier Jaafari. De Arabische krant Asharq al-Awsat meldde deze maand uit Amerikaanse bron dat 70 procent van de politie in feite militie is. Inmiddels zijn vijf hoge politie-officieren aangehouden in verband met de ontvoering.

Als de daders van massa-ontvoeringen al niet zelf de politie zijn, onderhouden zij er wel nauwe banden mee. Een maand geleden werd de hele 8ste politiebrigade van zo’n 800 man uit dienst genomen en naar een Amerikaanse basis buiten Bagdad gestuurd om op militiestrijders te worden gescreend en opnieuw te worden opgeleid. De brigade, die verantwoordelijk was voor de veiligheid in het zuiden van Bagdad, werd ervan beschuldigd shi’itische milities te hebben geholpen bij de ontvoering van 26 arbeiders van een levensmiddelenfabriek in het district Al-Amil in het westen van Bagdad.

Die ontvoering volgde hetzelfde patroon als die van dinsdag en van andere massa-ontvoeringen. Mannen in uniform arriveerden bij de fabriek, vroegen werknemers naar hun papieren en namen de sunnieten onder hen in vrachtauto’s mee. De ontvoerde arbeiders werden later vermoord teruggevonden. De commandant van een andere brigade werd in verband met het incident gearresteerd. Maar de ervaring leert dat dit soort arrestanten vaak weer vrijkomt.

De milities/politie worden al geruime tijd gezien als de ergste geweldplegers. Zij zijn nog gewelddadiger dan de sunnitische rebellen en extremisten, hoewel die zich ook niet onbetuigd laten met moordpartijen en de bomaanslagen waarop zij het patent hebben. Zie Balad, ten zuiden van Bagdad, waar sunnieten vorige maand 14 shi’ieten vermoordden. Uit wraak gingen shi’itische militieleden vervolgens de huizen langs en vermoordden twee dagen lang iedere sunniet die ze tegenkwamen: 90 volgens ruwe schattingen.

En in Bagdad werden van zondag tot en met gisteravond bij bomaanslagen en andere gewapende aanvallen in totaal zo’n 200 mensen gedood, vooral shi’ieten. Afgezien daarvan werden er meer dan 100 mensen, vaak sunnieten, dood aangetroffen langs wegen in de hoofdstad en op vuilnisbelten; het lot van de meeste slachtoffers van ontvoeringen.

Premier Maliki bagatelliseerde de ontvoering van dinsdag als „resultaat van meningsverschillen en conflict tussen milities die tot deze of gene zijde behoren, géén terrorisme”. Maliki staat onder zware Amerikaanse druk de milities te ontmantelen, maar hij zit in de houdgreep van shi’itische leiders, onder wie Sadr, die hem dat onmogelijk maken. De shi’itische meerderheid piekert er niet over de milities af te schaffen, die zij als bescherming tegen de sunnieten ziet als de Amerikaanse troepen vroeger of later vertrekken. Aan de andere kant dreigen sunnitische partijen Maliki’s coalitie te verlaten als hij de milities niet aanpakt. Maar de shi’itische gemeenschap is Maliki’s achterban.

Amerikaanse legercommandanten verkondigden in augustus nog dat de grote schoonmaakoperatie Samen Voorwaarts, waaraan 15.000 Amerikaanse militairen en nog eens 40.000 Iraakse militairen deelnemen, succesvol was. Maar over successen wordt allang niet meer gesproken. In Washington wordt sinds de Democratische overwinning in de Congresverkiezingen van 7 november volop gepraat over troepenterugtrekking, eerst uit de steden. Wat er dan in Bagdad gaat gebeuren, laat zich raden.