God als misvatting

Het boekenblog op www.nrc.nl/boekenblog over Dawkins doorgelezen hebbende, moet het mij van het hart, dat alle 79 deelnemers aan de discussie over The God Delusion net als Dawkins zelf de plank misslaan. De volgelingen betogen met de meester dat het traditionele godsbegrip onhoudbaar is in het licht van de wetenschap; de tegenstanders betogen dat godsdienst als levenspraktijk zinvol beleefd wordt en houden bijgevolg vast aan het Godsgeloof als verantwoorde wereldbeschouwing. Geen van beide partijen benadert de kwestie zoals dat in de wetenschap gewenst is: a) een zo goed mogelijke vaststelling van de feiten als antwoord op de specifieke vraag: ‘wat is er met de mens aan de hand?’, en b) hoe kunnen wij dat merkwaardige gedrag van de mens (in dit geval zijn geloof in een scheppende, voorzienige, sturende, dreigende, ingrijpende en straffende of belonende god of dergelijke goden) causaal verklaren?

Wanneer wij er nu (voor het gemak, maar het is niet onaannemelijk) eens vanuit gaan dat alle mensen, in alle tijdperken en culturen, er een eenvoudige (en veelal wonderlijke) voorstelling van een of meerdere goden met bovengenoemde functies op na houden, dan kunnen wij dat historische gegeven wel willen ontkennen en trachten er iets anders voor in de plaats te stellen, maar dan zijn wij niet met wetenschap bezig, doch met de verwerkelijking van een utopie. Dit is wat Dawkins doet en nogal driftig ook. Hij houdt zich niet bezig met de mensen zoals die blijkbaar zijn, maar streeft er naar om de mensen te veranderen en hen tot een andere diersoort te transformeren, een diersoort die dergelijke godsbeelden niet kent en, mits daarmee geconfronteerd, ook niet weet te appreciëren.

Beter is het om na te gaan, wat de oorzaken zijn, dat mensen allerwegen er toe komen om er de godenwaan of, vriendelijker gezegd, het godsgeloof op na te houden. Erken ’s mensen ‘wezenlijke’ en ‘diep gewortelde’ (Spinoza’s kwalificaties) religieuze voorstellingen en tracht ze uit de ‘historia naturalis’ oorzakelijk te verklaren, als het noodzakelijke uitvloeisel van onze beperkte ervaring van de eindeloos gedifferentieerde, overmachtige of angst aanjagende werkelijkheid. Vanuit een mensbeschouwing als die van Spinoza zal dan blijken dat geen mens ontkomt aan het cultiveren van diverse wanen, waaronder de primitieve gods-waan.

Maar dat hoeft natuurlijk niet te betekenen dat de mens altijd in een dergelijke waan blijft steken. Met de echte kennis die als vanzelf groeit als bezinksel uit zijn millioenen ervaringen, zal hij zijn waanvoorstellingen (het godsbeeld is zeker niet de enige) wel niet kunnen vernietigen of opheffen, maar althans weten te relativeren en als een (onvermijdelijke) illusie begrijpen.

Daar is geen fanatieke Dawkins of drieste godloochenaar voor nodig. Wat gemeenschappelijk is aan al onze ideeën, zal ons in staat stellen en er effectief toe bewegen, om niet alleen geen geloof meer te hechten aan onze primitieve voorstellingen (dit op grond van hun ondenkbaarheid en dus hun onbestaanbaarheid), maar zelfs ook in te zien hoe zij noodzakelijkerwijs in ons werden geproduceerd.

Wim Klever,

Capelle aan den IJssel