Geen hoofddoek op het werk

Ook in Noord-Afrika bestaat discussie over de hoofddoek.

Een ongemakkelijke strijd voor overheid en bedrijven.

Sinds de terreuraanslagen van drie jaar geleden door moslimextremisten in Casablanca en Tunis zijn overheid en bedrijfsleven in Marokko en Tunesië kopschuw voor gehoofddoekte vrouwen, net als overigens voor ongetrimde baarden bij de mannen. Tunesië heeft het bestaande maar versleten verbod hoofddoeken op school nieuw leven ingeblazen. Op de Marokkaanse scholen bestaat niet zo’n verbod. Maar wie de plaatjes in de recent vernieuwde schoolboeken bestudeert, ziet daarop aanzienlijk minder hoofddoeken dan op straat.

In traditionele onderwijskringen is geklaagd dat de schoolboeken een knieval zijn voor druk uit de Verenigde Staten. Hoofddoeken zouden ten onrechte worden gezien als symbool voor moslimextremisme. Abderrahmane Feriati, die op het ministerie van Onderwijs de normen voor de schoolboeken bewaakt, ontkent dat de hoofddoek in de ban is gedaan. Wel worden er volgens hem politieke keuzes gemaakt.

Alles wat neigt naar propaganda voor het fundamentalisme wordt uit het lesmateriaal geweerd. „Onze boeken vallen binnen de normen zoals die door internationale organisaties zijn vastgesteld: geen discriminatie op ras, geloof of sekse”, aldus de onderwijsambtenaar. „We proberen een afgewogen beeld te geven van de Marokkaanse maatschappij.” En dus zitten op de plaatjes in het leerboek voor het moslimonderwijs een jongen en een meisje gezamenlijk achter het toetsenbord van een computer.

Kent marokko een hejab-fobie, overdreven angst voor de hoofddoek? Amal, Leila, Hazjar en Nehad moeten er een beetje om lachen. Het zijn vier beginnende twintigers die met hun modieuze, identieke lange zwarte hoofddoeken en zwarte jasjes boven hun jeans duidelijk de aandacht trekken op het terras van de centraal gelegen Mohammed V boulevard in de Marokkaanse hoofdstad Rabat.

Amal draagt de hejab nu drie jaar. Dat heeft met respect te maken, zegt ze, iets wat vooral bij de Marokkaanse jongens nog wel eens wil ontbreken. „Sinds ik een hoofddoek draag, word ik niet meer lastig gevallen op straat.” Leila is getrouwd met een man uit de Verenigde Arabische Emiraten. Daar gaan ze van top tot teen bedekt. „Niks voor mij”, zegt Leila en ze schikt de gouden speld recht waarmee haar doek op zijn plaats wordt gehouden.

Marokko kent een reeks van islamitische hoofdbedekkingen, maar de zwarte gezichtssluier wordt er weinig gezien. Draagsters van deze hoofdbedekking uit de Golfstaten staan wel bekend als ‘de ninja’s’. Gebruikelijker is de bedekking die wordt gedragen door oudere vrouwen: een monddoek die net onder de neus eindigt.

Maar de laatste jaren rukken de hoofddoeken in het straatbeeld op. Een ochtendje turven op de Mohammed V boulevard leert dat een kwart tot een derde van de passerende vrouwen het hoofd bedekt houdt. Wat opvalt is de modieuze tendens: hoofddoeken in een grote variëteit en kleuren, gecombineerd met spijkerbroeken en vlotte mantelpakjes.

De hejab heeft met traditie te maken, zeggen de meisjes in koor. Met de islam. En ook misschien met mode? Het groepje lacht koket. „Gisteren in de bus zat ik naast een vrouw die niet ophield me te vragen hoe ik mijn hoofddoek schik”, erkent Amal. Problemen had ze tot voor kort nooit met haar hoofddoek. Maar bij een toeristenbureau waar ze onlangs solliciteerde werd een hoofddoek niet op prijs gesteld. Dan is de keuze snel gemaakt, zegt ze. „Er zijn weinig banen in Marokko”, aldus Amal.

Vrouwen die sinds de jaren ’90 in het leger en bij de politie werden toegelaten, droegen van meet af aan geen hoofddoek. Daarover is nooit een polemiek gevoerd.

Maar de terreur heeft de hejab een nieuwe dimensie gegeven als symbool van extremisme. Zo krijgen werkneemsters bij de luchtvaartmaatschappij Royal Air Maroc deze zomer te horen dat zij hun hoofddoek thuis moeten laten. Dit volgde op het oprollen van een veronderstelde terreurcel waarbij twee echtgenotes van piloten betrokken waren.

De sterk groeiende politieke islam in Marokko laat de verbodsbepalingen, die worden gezien als een inperking van de religieuze vrijheid, echter niet over zijn kant gaan. Het dagblad Attajdid, spreekbuis van de fundamentalistische Parti de la Justice et du Développement (PJD), doet met regelmaat zijn beklag dat steeds meer grote bedrijven de hoofddoek in de ban doen. Veel aandacht kreeg het geval van de journaliste Meriem Yafout, die de vrouwensectie van de fundamentalistische beweging Al Adl Wal Ihssane aanvoert. Tegenover de krant Le Monde verklaarde ze dat haar een baan bij een weekblad was geweigerd omdat ze een hoofddoek draagt.

Protest van de zijde van fundamentalistische vakbonden heeft soms succes. Zoals in het geval van de Marokkaanse bank BMCE, die een hoofddoekenverbod na de protesten introk en doeken uitreikte waarin het embleem van de bank is verwerkt.