Europa handelt ‘als in een Griekse tragedie’

De jonge Pekka Himanen heeft als geen ander zijn land bestudeerd. Wereldwijd wordt hem eer bewezen. Hij weet waarom Finland zijn economie voorbeeldig heeft georganiseerd.

Wat is je droom? Wanneer voel je dat je echt leeft? De vragen komen van de jonge Finse filosoof Pekka Himanen (32), wiens ster internationaal snel rijst. Bij hem aan tafel, in schouwburg Musis Sacrum in Arnhem, zitten vijftien studenten uit heel Nederland, met uiteenlopende achtergronden. Een jongen neemt het woord. „Ik ben geen ochtendmens, toch sta ik makkelijk vroeg op omdat ik werkelijk cool onderzoek doe bij een van de grotere game-bedrijven in Nederland. Wij kunnen maken wat we willen. Dat geeft een kick of creation.”

Zo moet de toekomst van heel Nederland, van heel Europa eruitzien, vindt Himanen. Geef aan creatieve mensen die hun hart volgen, die grenzen doorbreken, de ruimte. Aan mensen die niet uit zijn op hun eigenbelang, maar elkaar aanmoedigen. Hij heeft een droom voor het Europa van 2020, zegt Himanen. „Ik zie een continent dat creatief is én goed voor zijn inwoners zorgt.”

Himanen promoveerde op zijn twintigste aan de universiteit van Helsinki, de jongste Finse promovendus ooit. Hij doet nu onderzoek naar de informatiesamenleving. De industriële samenleving is passé, zegt hij. Zij is te hiërarchisch, te traag. De industriële economie, die concurreert op lage lonen en kostenbesparing, verhuist naar landen als China, India. Voor het westen draait de toekomst om uitwisseling van kennis door mensen „met hersenen en creativiteit”. Zo ontspruiten ideeën voor nieuwe diensten en producten, „als bramen aan een struik”.

Maar Europa is bang, constateert Himanen. Er heerst de angst dat die informatiemaatschappij leidt tot ontmanteling van de verzorgingsstaat. Er heerst de angst dat de kloof zal groeien tussen degenen mét en degenen zónder opleiding. Zoals dat gebeurt in Amerika of Singapore, die als zeer innovatief te boek staan.

Maar die angst is volgens hem ongegrond. Zo staat Finland, zijn land, al jaren in de wereldtop van technologisch meest vernieuwende landen, „terwijl de kloof tussen arm en rijk kleiner is geworden”. Jarenlang bestudeerde hij zijn land. Hij schreef er een boek over, samen met de socioloog Manuel Castells (The information society and the welfare state; The Finnish model, 2002). Voor zijn onderzoek en zijn ideeën werd Himanen drie jaar geleden verkozen tot ‘wereldleider van de toekomst’ door het World Economic Forum, het forum voor topleiders uit politiek, bedrijfsleven en wetenschap dat jaarlijks in Davos bijeenkomt.

Gevraagd naar het jarenlange Finse succes zegt Himanen kortweg: „Wij hebben een cultuur van creativiteit.” [Vervolg AMBITIE: pagina 12]

AMBITIE

‘In Europa heerst angst’

[Vervolg van pagina 11] De basis is volgens Himanen wederzijds vertrouwen, tussen overheid en samenleving, tussen ondernemingen en universiteiten. Daarop kunnen enriching communities gedijen, waar mensen elkaar helpen en aanmoedigen. In zulke gemeenschappen bloeit de creativiteit. „Topmensen uit overheid, bedrijfsleven en wetenschap komen regelmatig bij elkaar en bepalen samen de agenda van de toekomst. Die agenda wordt door opeenvolgende regeringen ook vastgehouden. De programma’s overstijgen de partijpolitiek, en dat geeft houvast.”

Zo werd ooit besloten om in het hele land twintig nieuwe universiteiten te bouwen, om de leegloop van het platteland tegen te gaan. De focus lag sterk op technologie. Bij die universiteiten werden meteen bedrijvenparken gebouwd. De overheid verhoogde het budget voor onderzoek en ontwikkeling, en deed dat later nog een keer. Maar zij gaf het geld niet zelf uit. Dat werd gedaan door twee nieuwe instituten (Tekes en Sitra). Die kregen veel vrijheid, en daardoor konden ze relatief veel risicovolle projecten financieren. Dat doen zij nog steeds. De nadruk ligt sterk op samenwerking en openheid. Falen is toegestaan. Inmiddels zijn bijvoorbeeld de steden Tampere, Oulu en Lappeenranta uitgegroeid tot belangrijke technologiecentra.

In geen enkel ander Europees land werken ondernemingen en universiteiten zo intensief met elkaar samen als in Finland, zegt Himanen. Ruim de helft, meer dan 50 procent, van alle Finse technologisch vernieuwende bedrijven heeft dan ook een link met een universiteit. In de hele EU ligt dat gemiddeld op 7,5 procent.

De Finse bevolking profiteert goed mee van de successen van de bloeiende technologiesector – in de vorm van banen en stijgende lonen. Met name de ICT-branche groeit hard, met natuurlijk als boegbeeld ’s werelds grootste producent van mobiele telefoons, Nokia. De economie van Finland vertoont al een hele tijd een stevige jaarlijkse groei. „En dat doen we dit jaar ook weer”, zegt Himanen.

Finland kent net als heel Scandinavië hoge belastingen. Maar die lijken de economische groei niet te hinderen. Uit de belastingen financiert Finland gratis onderwijs, gratis maaltijden op school en gratis studieboeken. Daarnaast kent het land een bijna helemaal vergoed gezondheidszorgsysteem, uitgebreide kinderopvang en verzekeringen voor werkloosheid en pensioen. Finland heeft een van de laagste aantallen armen ter wereld. „Zolang de productiviteit harder blijft groeien dan de kosten van de verzorgingsstaat, krijgt de overheid het vertrouwen van de bevolking”, zegt Himanen.

De Finse identiteit speelt een belangrijke rol bij het succes, analyseren Himanen en Castells in hun boek. „Onze geschiedenis is getekend door ons gevecht om te overleven”, zegt Himanen. „Onze winters kunnen vreselijk zijn. De kou heeft meer Finnen gedood dan de oorlogen waarin we hebben gevochten. Daarom staan we open voor technologie. We hebben gezien dat die ons kan helpen in ons gevecht tegen de kou. Onze instelling is erg pragmatisch. Als een nieuw apparaat helpt is het welkom, zonder de scepsis die je in veel andere Europese culturen ziet.

„Verder zijn we 800 jaar overheerst geweest. Eerst door de Zweden, toen door de Russen. Dat geeft ons een sterk wij-gevoel, mede omdat we aan onze eigen taal hebben vastgehouden. We zijn pas drie generaties onafhankelijk. Gezien dit verleden kijken we graag naar de toekomst, omdat we hopen dat het beter wordt dan wat er geweest is. We staan open voor vernieuwing. Het Finse parlement heeft als enige ter wereld een comité voor de toekomst. In veel Europese landen is het omgekeerd, daar kijken ze graag terug op hun rijke en fantastische geschiedenis.

„Bovendien hebben we een werkethiek, voortkomend uit ons protestantse geloof. Nog steeds gaat 85 procent van de Finnen naar de protestante kerk.”

Denkt u dat het Finse systeem zomaar is over te planten op heel Europa, aangezien het immers zoveel specifieke aspecten heeft?

„Niet overal zijn de winters zo streng, en de bevolking zo protestants. Maar Europa zal moeten werken aan twee dingen. Een economische groei die op technologische vernieuwing gebaseerd is, en op het soort netwerk dat wij hebben. Daar zie ik nu weinig van. Europa heeft voor zichzelf een script geschreven dat lijkt op een klassieke tragedie: wij geloven dat onze toekomst slecht is, en onvermijdelijk. Daar geloven we zo hard in, en we zijn er zo bang voor, dat de voorspelling zelfvervullend wordt.”

Wat is die toekomst?

„Dat we eindigen als het spreekwoordelijke museum dat wordt bezocht door Amerikaanse en Chinese toeristen. Er is weinig geloof dat Europa nog tot grootse dingen in staat is. Ik geef toe, het is ook lastig als je Socrates hebt gehad, en Plato, Rembrandt, Newton, Darwin, Einstein. Maar als we liever naar ons verleden kijken dan naar onze toekomst, graven we ons eigen graf.”

Wat is volgens u de oplossing?

„We moeten het script veranderen. Hervormingen doorvoeren. Maar juist grote landen als Duitsland, Frankrijk en Italië, die zo bepalend zijn voor de economie van Europa, blokkeren dat. Kijk nou eens naar onze verzorgingsstaat. Wat we health care noemen is eigenlijk ill care.

„De drijfveer moet motivatie en creativiteit zijn. Waar zouden ouderen bijvoorbeeld bij gebaat zijn? Je kunt denken aan verkeerslichten die de snelheid van de overstekende voetganger kunnen meten, aan liften in heuvelachtige gebieden, of aan verhitte paden zodat ouderen ook ’s winters naar buiten kunnen. De technologie die je daarvoor ontwikkelt kun je vervolgens exporteren. Zo kregen in Karelia, een bosrijk gebied met hoge werkloosheid, werklozen een gesubsidieerde opleiding tot internettrainer. Er kwamen netkiosken. Een kwart van de gemeenschap communiceert nu via internet, en deelt informatie. Mensen hebben het idee ergens deel van uit te maken. Ze worden niet langer gemarginaliseerd. Dit leermodel wordt nu door het lokale bedrijfje Glocal geëxporteerd. De eigenaar is daarnaast ook nog boer.”