Elektriciteitswet leidt tot kortsluiting

De Elektriciteitswet is door de Eerste Kamer zodanig aangepast, dat de wet weinig zin meer heeft. Het afsplitsen van het netwerk is grotendeels voorkomen. Met alle nadelige gevolgen van dien, stelt Sweder van Wijnbergen.

In een zeldzaam staaltje achterkamertjespolitiek hebben minister Wijn (CDA) en de Eerste Kamerfracties van CDA en PvdA de Elektriciteitswet om zeep geholpen. Hoe vaak komt het voor dat een minister blijmoedig een wet verdedigt om daarna zonder bedenktijd even blijmoedig een motie te omarmen die de kern van de wet volledig onderuithaalt? En toch is dat precies wat dinsdag in de Eerste Kamer gebeurde.

De splitsing van de distributiebedrijven in handel en productie enerzijds, en anderzijds in het netwerk waarover de elektriciteit de consument bereikt, was een kernpunt van de marktwerkingsoperatie die al sinds 1998 loopt. De reden voor die splitsing is duidelijk: het slagen van marktwerking op consumentenniveau staat of valt met gelijke toegang tot de distributienetten voor nieuwkomers. Gelijke toegang is natuurlijk niet in het belang is van de huidige regionale monopolisten.

In de Eerste Kamer werd weliswaar de wet aangenomen waarin die splitsing verplicht wordt gesteld, maar tegelijkertijd accepteerde minister Wijn een motie van CDA en PvdA die de invoering van het splitsingsdeel van de wet afhankelijk maakt van onwerkbaar vage criteria. Hierdoor blijft de onzekerheid boven deze kapitaalintensieve sector hangen. En dat terwijl de netwerkbeheerder TenneT onlangs juist stelde dat de elektriciteitsbedrijven te weinig in hun netwerken geïnvesteerd hebben om leveringszekerheid te garanderen.

Kleinere onderdelen van de wet mogen wél doorgaan: de restjes hoogspanningsnet van 110 kilovolt en hoger die nog in handen van de distributiebedrijven zijn, moeten naar TenneT. En het al door DTE verplicht gestelde model van de ‘vette netbeheerder’ wordt nu in de wet verankerd. Dit betekent dat alle ‘strategische activiteiten’ in een aparte BV moeten plaatsvinden – een BV die geen dochter mag zijn maar die wel in een gemeenschappelijke holding mag. Omdat in de holding de aandeelhouders alle macht behouden, betekent dit niet veel meer dan dat kruissubsidies via de holding moeten lopen. Lastig management moet ook via de holding ontslagen worden, en niet meer rechtstreeks door het moederbedrijf. Kortom, wat onschadelijke, zij het deels nuttige opschoningsacties, maar geen echte veranderingen.

Het vuurwerk is dat de motie de minister oproept de splitsingsverordening pas in te voeren als de EU hem daartoe dwingt, of wanneer „onafhankelijk netbeheer in gevaar komt”. En nu komt het: „Dit [laatste] kan (...) geschieden bij (...) buitenlandse activiteiten en/of het aangaan van grensoverschrijdende allianties.” Hoe dat beoordeeld moet worden, laat de motie in het midden. En wat betekent „onafhankelijk netbeheer”?

Als Eneco overgenomen wordt door Eon, om maar eens iets te noemen, lopen de distributienetten van Nuon en Essent geen gevaar. Moet dan toch ingegrepen worden? Of hoeft dat pas als alle distributiebedrijven op avontuur gaan? En als de buitenlandse partij de „vette netbeheerder” in stand laat, mogen allianties dan wel? En is een overname ook een alliantie? Hoe passen al bestaande buitenlandse avontuurtjes in dit plan? Zonder een scherpere definitie van de motie kan de minister een overname blokkeren bij elke buitenlandse partij die hem onwelgevallig is. Hiermee wordt in feite de status quo bevroren, tenzij een distributiebedrijf vrijwillig het netwerk afsplitst.

De argumentatie was om droevig van te worden. De energiebedrijven zouden een ongelijk speelveld hebben, doordat buitenlandse partijen geen netten hoeven af te splitsen. Maar niet afsplitsen geeft Nuon, Essent en Eneco alleen maar voordelen als ze de uit netwerkbezit volgende marktmacht mogen gebruiken – iets wat nou net weer niet mag volgens de motie.

Verder blijft het oranjegevoel spelen: de Kamerfracties worden onrustig bij het idee van buitenlandse overnames. Bij de netwerken kan ik me daar iets bij voorstellen. Maar dat blokkeren was juist het idee achter de wet: splitsing maakt verkoop van de distributiebedrijven zonder de netten mogelijk en met netten onmogelijk. En wat is nou zo belangrijk aan Nederlands eigendom van distributiebedrijven? Die doen niet zoveel meer dan de financiële afwikkeling van elektriciteitsverbruik administreren, daar heb je het wel mee gehad.

Dieptepunt in het debat was de bewering van Kamerlid Sylvester (PvdA) dat ze tegen de wet is, omdat ze de productie niet in buitenlandse handen wil zien komen. Men is haar kennelijk vergeten te vertellen dat de Nederlandse productie al sinds jaar en dag voor de helft in buitenlandse handen ís (voor de verkoop van Una aan Nuon meer dan de helft, nu iets minder).

Het effectief ontkrachten van de splitsingswet past in een verontrustende trend die ingezet is onder Paars II en onder Balkenende tot volle wasdom gekomen is: meer marktwerking, maar zonder aandacht voor de voorwaarden waaraan voldaan moet worden om van die marktwerking een succes te maken.

Hoe het wel moet, zie je in de telecom-markt, waar OPTA ervoor gezorgd heeft dat er echt concurrentie kwam, met spectaculaire voordelen voor consumenten en een stortvloed van innovatie. (Dat alles ondanks het feit dat OPTA nu moeite heeft met afscheid nemen nu haar rol uitgespeeld is.) Zonder zo’n marketmaker gaat het niet. Zie de taximarkt en nu ook bij de zorg, waar een fusiegolf bij ziekenhuizen en zorgverzekeraars de Nederlandse Zorgautoriteit eigenlijk buitenspel zette voordat ze aan het werk kon.

Het CDA en de PvdA stemden in de Tweede Kamer nog geen half jaar geleden voltallig voor de splitsingswet, die hun Eerste Kamerfracties nu zo eendrachtig onderuitgehaald hebben. Om binnen een half jaar zo volledig om te zwaaien, geeft wel aan hoe windvaanbestendig deze partijen zijn. De kiezer kan zich met deze twee partijen op een terugkeer naar het ondoorzichtige polderlandschap van twintig jaar geleden voorbereiden, met alle economische gevolgen van dien.

Sweder van Wijnbergen is hoogleraar economie aan de Universiteit van Amsterdam.