Eer voor de comics

Masters of American Comics heet deze tentoonstelling, zo groot dat er twee musea voor nodig zijn om al het materiaal overzichtelijk onder te brengen: het Jewish Museum in Manhattan en het Newark Museum aan de andere kant van de Hudson. Om te beginnen ben ik naar het eerste gegaan, op zoek naar de verloren tijd, Popeye the Sailor, Dick Tracy, de personages van Robert Crumb en de tekeningen van George Herriman die me als kleine jongen betoverden. Allemaal ver terug in de vorige eeuw.

Eigenlijk werd ik gedreven door het verlangen één verhaal terug te zien. De held daarin is Dick Tracy, een privédetective die altijd een gleufhoed draagt, maar overigens, in zijn speurzin en de trefzekerheid van zijn vuisten en revolver verwant is aan onze Dick Bos. Tracy is de schepping van Chester Gould. In dit geval is hij op zoek is naar een gevaarlijke misdadiger, een zekere Flies. Dat is zijn bijnaam. Aangetrokken door de geur die hij verspreidt, heeft hij altijd een zwerm vliegen om zijn hoofd. Flies is naar Hawaii gevlucht, houdt zich waarschijnlijk verborgen in een hutje dicht bij het strand. Dan steekt er een orkaan op. Vloedgolf. De zee trekt zich terug, het hutje is weggevaagd. Dick Tracy loopt met zijn assistent over het strand. Dan zien ze plotseling boven het vlakke zand een zwerm vliegen. Ze graven en ze ontdekken het ontzielde lichaam van Flies. Dit mooie verhaal was niet in de collectie opgenomen.

Wel een ander, dat me destijds ook geboeid had. Het heet Meatball. In 1959 krijgen twee winkelende dames in een supermarkt een geweldige ruzie. Plotseling roept een geheimzinnige stem: ‘Meatball!’ terwijl het hoofd van een van de ruziezoeksters uit het niets door een gehaktbal wordt getroffen. Ze verandert in een engel des vredes. Twee jaar gaan voorbij. De volgende tekening vertoont een man die in doodsangst naast zijn katijf van een echtgenote in bed ligt. Daar klinkt weer die stem: ‘Meatball!’. Mevrouw krijgt een gehaktbal op haar hoofd, het huwelijk is gered.

Er beginnen meer gehaktballen te vallen, op een dinsdag kun je in het centrum van Los Angeles zelfs een kwartier lang van een ballenregen spreken, duizenden worden getroffen. Gelukkig, verzaligd kijkt men elkaar aan. Maar dan neemt de dichtheid af en tenslotte nemen de deskundigen aan dat de laatste bal gevallen is. Het wonder is voorbij, het oude leven gaat verder.

Deze tentoonstelling brengt een uitvoerig weerzien met Popeye. Ruwe zeeman, op zijn tijd niet afkerig van een beetje corruptie, onder de plak bij vrouw Olive, dreigt vaak het onderspit te delven, maar dan is er ook hier een wonder: dat van de spinazie. In één verhaal wordt hij in eerste instantie in elkaar geslagen door een bende sterke schurken, graast dan bij gebrek aan een blikje een heel spinazieveldje leeg, waarna zich onvermijdelijk de rechtvaardigheid voltrekt: de schurken worden tot moes verwerkt. Terwijl ik me in dit voor mij nieuwe avontuur verdiepte, moest ik tot mijn verrassing plotseling aan president Bush denken. De onverwoestbare hoop op het mirakel van de spinazie.

De comics, de stripverhalen zijn in Duitsland ontstaan. Waarschijnlijk is Wilhelm Busch met zijn Max und Moritz, twee stoute jongens, de Urheber. In Amerika zijn ze verschenen als The Katzenjammer Kids, en later in Nederland in het vrolijke weekblad Doe mee! onder de naam De jongens van Stavast. Maar het genre is in Amerika tot zijn hoogste ontwikkeling gekomen. George Herriman – voor mij in de absurditeit van zijn intriges en de artisticiteit van zijn tekeningen onovertroffen – is in 1913 met zijn Krazy Kat begonnen. In de loop van de eeuw hebben de comics zich tot een subliteratuur ontwikkeld. Tenslotte kwamen na de Tweede Wereldoorlog nog de horror comics, met alle gruwelen die een tekenaar op papier durfde te zetten. Die zijn op deze tentoonstelling niet te zien.

In Nederland kunnen we met drie strips uitstekend voor de dag komen: Bulletje en Boonestaak, van A.M.de Jong, met tekeningen van George Raemdonck, Dick Bos van Alfred Mazure, en de avonturen van Tom Poes en Ollie B. Bommel van Marten Toonder. Bommel wordt goed verzorgd door De Bezige Bij. De verzamelde Mazure wordt uitgegeven door Panda BV. In september zijn de delen zes en zeven verschenen. Onberispelijk. Over Bulletje en Boonestaak moet iemand zich nog ontfermen. Laat dat gebeuren. Ze horen ook tot onze subliteratuur.