Een potentiële bom onder de beurzen

Banken hebben wel vaker aangekondigd dat ze een eigen beurs gaan beginnen.

Dankzij Brussel lijkt het nu echt te gaan gebeuren.

Dat er wellicht enige paniek is uitgebroken bij de marktmeesters van Euronext bleek dinsdag al. Toen stuurde de beursorganisatie een persbericht van één zin rond. Boodschap: de tarieven voor aandelentransacties gaan wellicht met 10 tot 15 procent omlaag door kostenbesparingen die twee tot drie jaar na de voorgenomen fusie met de New York Stock Exchange zullen worden gerealiseerd.

Waarom volgt zo’n belangrijk argument voor de krachtenbundeling met Wall Street een half jaar na de aankondiging van de fusie? Een begin van een antwoord volgde snel. Een jarenlange discussie tussen de Europese beurzen en hun belangrijkste klanten bleek gisteren een ingrijpende uitkomst te krijgen: de klanten beginnen hun eigen beurs.

Banken zijn de belangrijkste klanten van effectenbeurzen. De belegger die een aandeel wil kopen of verkopen, plaatst die effectenorder bij zijn bank, die de transactie vervolgens uitvoert op de aandelenbeurs. De zeven grote zakenbanken – waaronder Citigroup, Deutsche Bank en Morgan Stanley – die eergisteren de oprichting aankondigden van een eigen Europese aandelenbeurs zouden verantwoordelijk zijn voor circa de helft van alle aandelentransacties in Europa.

Een potentiële bom onder de gevestigde aandelenbeurzen? Beleggers in de beursbedrijven toonden de afgelopen dagen al hun zorgen. De aandelenkoersen van de beursgenoteerde London Stock Exchange, Deutsche Börse en Euronext gingen allen naar beneden. Euronext, waarin de beurzen van onder meer Parijs, Amsterdam, Brussel en Lissabon zijn opgegaan, verloor sinds het begin van de week 10 procent.

Maar in de beurzencarrousel spelen meer zaken mee. Dinsdag begon ongeveer gelijktijdig met de eerste geruchten over een nieuwe beurs het verhaal rond te zingen dat Deutsche Börse zich terug zou trekken uit de overnamestrijd om Euronext die nog steeds woedt. Dat werd woensdag bevestigd.

„De banken hebben slechts aangekondigd dat zij een eigen handelsplatform gaan opzetten”, reageert Joost van der Does de Willebois, lid van de raad van bestuur van Euronext. De bestuurder doelt op de vele initiatieven uit het verleden waarbij banken – vergeefs – de concurrentie met de beurzen aangingen.

Maar ditmaal krijgt de jarenlange strijd tussen banken en beurzen over de te hanteren tarieven een andere richting door een nieuwe Europese richtlijn. De zogenaamde Mifid, een Europese harmonisatierichtlijn voor financiële instellingen, beoogt de marktwerking en concurrentie in de financiële sector te bevorderen. Grote banken hebben vaak klanten die een aandeel willen kopen en tegelijkertijd klanten die hetzelfde aandeel willen verkopen. Intern afhandelen ligt voor de hand, maar dat mag niet zomaar. Daardoor is een soort gedwongen winkelnering bij de beurzen ontstaan. En die leven van de transactiekosten.

De nieuwe richtlijn, die in november 2007 door alle lidstaten in nationale wetgeving moet zijn opgenomen, maakt het voor banken straks een stuk makkelijker om intern aandelentransacties te combineren. Maar financiële instellingen hebben ook de plicht om effectenorders tegen een zo goed mogelijke koers uit te voeren. Daarvoor is veel vraag en aanbod nodig. En dat is exact wat de banken bereiken door de handen ineen te slaan.

Bij Binck Bank, een van de prijsvechters op het gebied van effectentransacties in Nederland, zijn ze in hun nopjes. „Wij doen ook zaken in de Verenigde Staten. Daar heb je via tussenpersonen veel meer keuze hoe en waar je order wordt uitgevoerd”, zegt een woordvoerder. Volgens haar zorgt het initiatief van de banken ervoor dat hier straks ook meer keuzemogelijkheden zijn. „Dat is exact wat die Europese richtlijn beoogt. De tarieven zullen verder dalen. Dat is heel goed nieuws. Grote winnaar is de belegger. Die kan straks tegen nog betere prijzen een order plaatsen.”