Een gevaar voor de samenleving? Ik zie een roman

In de derde en laatste aflevering over zijn bezoek aan de Partij voor Naastenliefde, Vrijheid en Diversiteit wordt Arnon Grunberg door een vreselijk verdriet overvallen, maar hij laat het niet blijken.

Enkele weken geleden vertoonde de actualiteitenrubriek Netwerk een reportage over de Partij voor Naastenliefde, Vrijheid en Diversiteit (PNVD). Een presentator verkondigde likkebaardend: „Een kijkje achter de schermen van de pedofielenpartij.”

Aan het eind van de reportage kwam Liesbeth Spies, Tweede Kamerlid voor het CDA, aan het woord. Zij verklaarde misselijk te zijn geworden. Spies zei: „Ik heb zelf twee jonge kinderen, de oudste is pas negen.” Ook zei ze: „Ik heb de afgelopen maanden ontzettend veel buitenlandse journalisten over de vloer gehad en die denken dat Nederland weer de gekke Henkie van Europa is geworden.”

Na mijn bezoek aan het partijbestuur van de PNVD zal ik via e-mail contact zoeken met mevrouw Spies. De gekke Henkie van Europa intrigeert me. Maar nu zit ik nog in een woning in Leiden waar het partijbestuur is gevestigd en waar voorzitter Marthijn Uittenbogaard woont.

Bijna vier uur heb ik naar het partijbestuur geluisterd. Ik heb e-mails met dreigementen gelezen waarin bijvoorbeeld ene Bram uit Terwaal verkondigt: „Ik heb een pistool met tien kogels en die kogels zijn voor jullie met jullie kankerhoofden.” Ik heb opvattingen gehoord die mij dan weer herinnerde aan Don Quichot, vervolgens aan Fortuyn. Vaak ook aan vieze mannen die niet begrepen hebben dat je tegenwoordig wel vies kunt zijn, maar alleen in het verborgene. Ik heb anonieme brieven gelezen waarin een vooraanstaande VVD’er als pedofiel wordt gebrandmerkt. De heren hebben mij verzocht de naam van die VVD’er niet op te schrijven. „Want dat soort dingen liggen gevoelig.”

Een ongekende

weemoed heeft zich van mij meester gemaakt. Hoewel een partij die zich inzet voor de rechten van pedofielen mij alleen dan overtuigend lijkt wanneer die partij bestaat uit kinderen, zal mevrouw Spies alles samenvatten wat mij in de reëel bestaande moraal tegenstaat. De combinatie van sentiment, intellectuele armoede en het middeleeuwse volksgericht waar die moraal steevast op uitloopt.

„De mensen”, zegt Norbert de Jonge, secretaris van de partij, „maken geen onderscheid meer tussen wat schadelijk is en moreel verwerpelijk. In de grondwet staat dat iets strafbaar is omdat het schadelijk is. Poepseks is misschien moreel verwerpelijk, piesseks ook. Moeten we dat gaan verbieden? Je begeeft je op glad ijs.”

Ik kijk naar de kleine achtertuin.

Ad van den Berg, de penningmeester zegt: „Ik heb een vriendje van dertien. Is die bij me op bezoek, komt de politie langs om te vragen wat ik aan het doen ben. En het erge is, hij verliest zo al zijn vertrouwen in de politie.” Er klinkt een zucht. „Het is een heerlijk jong”, zegt Ad.

Norbert vult hem aan: „Toen ik negen was ontdekte ik seks en hoe prettig dat was. Ik heb het gebrek aan seks als kind als een gemis ervaren. Ik strijd eigenlijk voor de kleine Norbert.”

Ad komt uit een groot gezin. Hij zegt: „Iedereen ging uit de broek bij ons in de familie. Ik denk niet dat dat erg is. Als je maar genoeg lichaamscontact hebt begin je geen oorlog.” Hij doet zijn armen over elkaar. „Mensen die zeggen: die pedofielen kunnen geen relatie met een volwassene aan – dat noem ik verklaringswaan.”

Anders dan Ad en Marthijn valt Norbert uitsluitend op meisjes. „Ik ben maar één keer verliefd geweest”, zegt hij. „Meestal val ik op jonge meisjes, maar soms ook op volwassen meisjes. Ik zou graag met een jong meisje willen samenwonen, maar monogamie is niet zo belangrijk voor me. Na twee jaar is de meeste aantrekkingskracht wel voorbij, dat weet iedereen.” Hij neemt nog een handvol frietsticks. „Ook pedofielen kunnen een functie in de samenleving vervullen. Ze kunnen bijvoorbeeld pubers door de puberteit helpen.”

Een vreselijk verdriet overvalt me, maar het lijkt me niet professioneel dat te laten blijken.

„Is er verschil”, vraag ik, „hoe je een volwassen meisje benadert en een jong meisje?”

„Over een twaalfjarige kun je ook zeggen: wat loopt die er lekker hoerig bij”, zegt Norbert. „Maar niet iedereen valt op hoerig.” Meer frietsticks. „Er zijn ook pedofielen die denken: ik ben een monster. Omdat de maatschappij dat van hen maakt. Die willen met een mitrailleur een kind neerknallen, omdat ze zich geen raad weten. Wij vervullen een voorbeeldfunctie.”

Het gesprek komt op kinderporno.

„Vroeger”, zegt Marthijn, „kostte een kinderpornoboekje zes, zeven gulden. Juist door het verbod wordt er goudgeld op verdiend. Ze drijven de prijzen op.”

„Ja”, zegt Ad, „en vroeger werd het nog gemaakt door mensen die van kinderen hielden. Commerciële kinderporno, daar zijn we tegen. Dat is meer kinderarbeid.”

Norbert: „Dat hebben we ook in het partijprogramma staan.”

Ad laat zich niet

onderbreken: „Als mensen tegen me zeggen: ga toch naar Thailand, dan zeg ik: nee, ik wil mijn problemen in mijn eigen land oplossen.”

„We filosoferen veel over seks. Je hebt altijd de docent en het lustobject”, zegt Norbert. „Volwassen hetero’s zien de penetratie vaak als iets van: we gaan er tegenaan. Zo kijk ik er ook tegenaan. Maar het is toch anders omdat je weet dat het ongezond is voor zo’n iel lijfje.”

Martijn verklaart: „Seksueel contact met volwassenen valt vaak tegen.”

„Ik heb helemaal geen seks met volwassenen”, zegt Ad. „Als ik zo’n harige harry zie dan hoef ik niet meer.”

„Is schaamhaar een probleem?” informeer ik.

„Het maakt uit of je een jongen leert kennen met schaamhaar of dat hij dat tijdens de relatie ontwikkelt”, vertelt Ad. „En dan heb je natuurlijk nog sommigen met een bosje, anderen met een plukje.”

Mevrouw Spies zal mij na enig aandringen schrijven dat ze er voorstander van is partijen te verbieden die een gevaar voor de democratie en onze rechtsstaat betekenen, zoals de PNVD.

Op mijn vraag of ze de katholieke kerk ook als een gevaar voor de democratie beschouwt, een kerk die alleen al in Amerika miljoenen dollars heeft moeten uitgeven aan schadeclaims van mensen die als kind misbruikt zijn door priesters en andere vertegenwoordigers van de kerk, antwoordt ze dat dat een beetje kort door de bocht is. Ze voegt eraan toe: „Overigens ben ik gelovig en belijdend lid van de Protestantse Kerk Nederland.”

Norbert zegt: „Ik ben niet atheïstisch, er is nog een ander woord.”

„Agnosticus?” probeer ik.

„Ja, precies”, zegt Norbert, „dat ben ik.” Hij voegt eraan toe: „Over de islam wil ik niets zeggen, maar als pedofiel kun je beter tussen de Turken en de Marokkanen wonen want die vinden Nederlanders toch al vrijgevochten.”

De politie rijdt weer door de straat.

„Je krijgt een vipbehandeling”, zegt Ad. „We hebben doorgegeven dat je hier zou zijn.”

Het wordt tijd om op te stappen.

In The Independent verklaarde Lousewies van der Laan (D66) dat deze mensen geen politieke partij nodig hebben maar een psychiater. Het argument dat alle argumenten vernietigt, en misschien de oplossing is voor een verziekte democratie. Geen partij, therapie.

Ik geef Norbert die met een jong meisje zou willen samenwonen een hand. Ik doe mijn best een gevaar voor de democratie in hem te zien, maar ik zie slechts een roman. Ik zie hoe ze samenwonen.

Wat had hij gezegd? „Het is gevaarlijk om je gevoelens weg te drukken. Je loopt door een bos en dan komen die weggedrukte gevoelens eruit.”