Economie in zwartwit

Coen Teulings, Lans Bovenberg en Harry van Dalen:De cirkel van goede intenties Amsterdam University Press, 160 blz. €19,50

Op het omslag van dit toegankelijke boekje prijkt de vuurtoren die destijds het biljet van 250 gulden sierde. Die vuurtoren lijkt er met reden te staan, want juist lichtbebakening van risicovolle kustwateren kan niet aan de markt worden overgelaten.

Maar je kunt je vergissen, zo blijkt in De cirkel van de goede intenties. Vuurtorens zijn in het verleden dikwijls particulier gefinancierd. Wie over particuliere en publieke taken nadenkt, op de woelige baren van een splitsingswet in de energiesector, rond de ondiepten van een privatisering van een luchthaven of in de stroomversnelling van een nieuw zorgstelsel, doet er daarom goed aan deze vuurtoren als baken te kiezen, want die waarschuwt dat een gevoelsmatige beschouwing snel tot verkeerde conclusies kan leiden.

Dit boek is een kritische bijdrage aan het debat over markt en overheid door drie vooraanstaande economen. Teulings is CPB-directeur, Bovenberg voert al jaren de Hollandse tipparade van economen aan en Van Dalen publiceerde uitvoerig over de economische beleidsvoorbereiding in Nederland.

Hun boodschap is dat veel activiteiten die dikwijls tot de kern van de overheid worden gerekend, heel wel langs de weg van markten en particulier initiatief tot stand kunnen komen. Publieke taken zien zij alleen zitten indien aan twee voorwaarden is voldaan. Er moeten belangrijke maatschappelijke opbrengsten zijn die niet direct ten goede komen aan degenen die de activiteiten verrichten. En het moet onmogelijk of onrendabel zijn een markt te organiseren bijvoorbeeld omdat de transactiekosten te hoog zijn. Pas dan is er reden om een taak te beleggen bij de overheid omdat zij over het enige andere mechanisme beschikt om activiteiten af te dwingen: ‘het geweldmonopolie’. Wie zijn belasting niet betaalt, komt immers terecht in het gevang.

Teulings, Bovenberg en Van Dalen proberen de feiten te laten spreken in hun ondogmatische betoog. Toch is het een abstract verhaal gebleven, waarin de maatschappij te veel beschouwd wordt door de zwart-witbril van de calculerende econoom. Een nuttige exercitie, maar men mist waar het nu werkelijk om gaat. De liefde van de onderwijzeres voor haar vak en klas, hoffelijkheid, gemeenschapszin en vrijwilligerswerk, de wens een betere wereld achter te laten dan je hebt aangetroffen, zijn niet afdwingbaar met het geweldmonopolie van de overheid en laten zich ook niet voortbrengen door markten. Het koesteren van die particuliere intenties is een publiek belang bij uitstek.