Duits pardon is het Spaanse niet

Duitsland kapittelde Spanje eerder dit jaar over een ‘generaal pardon’ voor illegalen. Maar deze week kwam Berlijn met een ver-gelijkbaar plan. Toch zijn er wezenlijke verschillen.

Mark Schenkel

Duitsland wees deze zomer Spanje op hoge toon terecht toen Madrid zijn Europese bondgenoten om hulp vroeg bij het indammen van de enorme stroom bootmigranten richting Canarische Eilanden.

Spanje moet het probleem zelf maar oplossen, want – zo wist Berlijn – door vorig jaar een generaal pardon te verlenen aan 700.000 illegalen, heeft Madrid potentiële migranten aangemoedigd om hun geluk in Spanje te beproeven.

Opmerkelijk dus, dat Duitsland nu zélf bijna 200.000 uitgeprocedeerde asielzoekers een permanente verblijfsvergunning wil geven. Deze week kondigde de bondsregering een tweejarige verblijfsstatus aan voor niet-erkende vluchtelingen die al geruime tijd in Duitsland wonen. Wie in deze periode een baan vindt, geen strafblad heeft en behoorlijk Duits spreekt, mag blijven.

Duitse media meldden vanochtend dat de regering-Merkel daarover een akkoord heeft bereikt met de deelstaten, die het plan moeten uitvoeren.

Hoeveel minder ruimhartig klonk het in september, toen Spanje om financiële steun vroeg bij het bestrijden van de illegale immigratie. De Duitse minister van Binnenlandse Zaken, Wolfgang Schäuble, zei toen dat Madrid „de problemen zelf moet oplossen”. Hij kreeg bijval van de Franse minister van Binnenlandse Zaken, Sarkozy, en van Rita Verdonk, wier stringente integratiebeleid herhaaldelijk is geprezen door Schäuble.

Zo ontstond een ‘schisma’ tussen Zuid-Europa (Spanje, Italië, Malta), dat veel illegale migranten krijgt te verstouwen en een beroep doet op buitenlandse hulp, en Noord-Europa (Duitsland, Nederland, Frankrijk), dat wijst op de eigen, (lees: Zuid-Europese) verantwoordelijkheid.

Toch is de huidige situatie in Duitsland „niet te vergelijken” met die in Spanje, zegt Jutta Aumüller, politicologe bij het European Migration Centre in Berlijn. Het voornaamste verschil, zegt zij, is dat in Spanje – anders dan in Duitsland – sprake was van de legalisering van illegalen.

„Dit verschil gaat vaak verloren in discussies over migratie”, zegt Aumüller. Zij wijst er op dat in Spanje in een klap 700.000 mensen ‘boven water’ kwamen die tot dan toe voor de overheidsinstanties niet ‘bestonden’. Dit in tegenstelling tot Duitsland, waar het draait om uitgeprocedeerde asielzoekers. Zij moeten formeel weliswaar het land verlaten, maar zij worden al jaren ‘geduld’, wat inhoudt dat ze bij de overheid bekend zijn en (nog) niet in de illegaliteit leven. Bovendien zijn het veelal ex-vluchtelingen, mensen die wellicht liever in hun land van herkomst waren gebleven maar door oorlog of hongersnood hun heil noodgedwongen elders zochten. Daarin verschillen zij van ‘gelukszoekers’ die de illegaliteit accepteren in ruil voor een plekje in de Westerse economie. Van verblijfsvergunningen voor vluchtelingen gaat dan ook een veel minder aanlokkende werking uit dan van vergunningen voor werkzoekers, aldus Aumüller, die niet denkt dat deze nuanceverschillen verloren gaan in de beeldvorming bij inwoners van Afrika of Azië.

Zij wijst nog op een ander verschil tussen Duitsland en Spanje. In Spanje moest men, om in aanmerking te komen voor een langer verblijf, kunnen aantonen minimaal drie maanden in het land te wonen. In Duitsland is dat zes jaar (acht jaar voor alleenstaanden). Aumüller: „Zo’n lange wachttijd, daar gaat gewoon geen stimulerende werking van uit op potentiële migranten.”

De Duitse situatie is daarom beter te vergelijken met de Nederlandse, waar een debat woedt over het lot van 26.000 uitgeprocedeerde asielzoekers. Van deze 26.000, die al minimaal vijf jaar in Nederland leven, hebben inmiddels ruim 10.000 een verblijfsvergunning gekregen. „Dit is geen migratievraagstuk”, zegt Aumüller, „maar een integratievraagstuk.”

Aumüller erkent dat Berlijn op een ander punt wel handelt in tegenspraak met eerder met de mond beleden beleid. Duitsland heeft zijn Europese buurlanden niet ingelicht over de op handen zijnde vergunningenoperatie.

Na het Spaanse generaal pardon spraken de EU-landen af dat zij elkaar voortaan zouden informeren over grootscheepse legaliseringoperaties. Dit leek een voorzichtig stapje richting meer samenwerking op migratieterrein, wat volgens veel economen nodig is om het vergrijzende Europa de arbeidskrachten te bezorgen die de economie concurrerend en de verzorgingsstaat betaalbaar kunnen houden. Aumüller: „Landen willen uiteindelijk zelf kunnen beslissen over buitenlanderquota.”

Minister Schäuble bevindt zich op dit punt overigens in goed gezelschap. Zijn Franse collega Sarkozy, die deze zomer hartstochtelijk pleitte voor één, Europees beleid om de immigratie te kanaliseren, legaliseerde in september in één keer zevenduizend illegalen – zónder ruggespraak met omringende landen.