De moslims en de nazi’s

Mag je in de eenentwintigste eeuw nog altijd vergelijkingen maken met de Tweede Wereldoorlog uit de twintigste?

Van mij wel.

Toen hij net lijsttrekker van Leefbaar Nederland was geworden, heb ik zelf een keer Pim Fortuyn met Benito Mussolini vergeleken. Allebei intellectuelen, schreef ik complimenteus. Allebei stukjesschrijver geweest. Allebei afkerig van politieke partijen, liever stichter van een beweging. Allebei dol op democratie.

Mussolini werd in 1932 geïnterviewd door Emil Ludwig, de Oriana Fallaci van die dagen. Op de vraag hoe hij zijn ideologie precies zou omschrijven, antwoordde hij: „Fascisme is de zuiverste vorm van democratie.”

Dat Pim bovendien evenveel gevoel voor theater had als Benito, bleek bij zijn inauguratie als leider van de beweging van Jan Nagel en consorten. De manier waarop hij toen voor zijn achterban in de houding sprong, salueerde en ‘At your service!’ riep, had behalve een uniform vooral ook een balkon verdiend.

Toen hij een paar maanden later in een interview zei wat hij dacht – namelijk dat de islam een achterlijke cultuur was en dat moslims het land niet meer in moesten – leek de overeenkomst onloochenbaar. Collega-lijsttrekkers (op Balkenende na, die er wel wat in zag) snuffelden langs hun boekenplankjes of er nog iets over de oude oorlog op stond, en concludeerden na tien minuten bladeren dat de populaire Pimmetje inderdaad een toonbeeld was van de zuiverste democratie. Dus een fascist.

Gepast? Ongepast?

De kwestie was dezer dagen weer even aan de orde omdat Marco Pastors (numero 1 van EénNL, ook weer een typische beweging) in een radiospotje had gezegd dat ‘de gevestigde orde’ in de jaren dertig van de vorige eeuw de andere kant had opgekeken toen de nazi’s ons bedreigden, en: ‘Nu gebeurt hetzelfde met de islamisering’.

Nieuw kun je de redenering natuurlijk niet noemen. Er heeft zich in de vergelijkingsdrift misschien een poosje een dip voorgedaan na de kritiek van het advocatenduo Spong & Hammerstein (bestaat dat eigenlijk nog?) en allerlei andere Fortuynisten, maar die duurde maar kort. De geleerde columnist Afshin Ellian strijdt met de pen alweer elke twee weken tegen het islam-fascisme. Ik meen me te herinneren dat hij ons als bevriende buitenstaander zelfs nog een keer de les heeft gelezen omdat we in mei 1940 te lui, te laks of te labbekakkerig zijn geweest om Hitler aan de voet van de Grebbeberg een beslissende nederlaag te bezorgen, en in ieder geval in gebreke waren gebleven om vóór mei 1940 het meest geduchte leger van heel West-Europa op de been te brengen in plaats van de andere kant op te kijken. En dat allemaal terwijl nota bene prins Bernhard inspecteur-generaal van de krijgsmacht was.

Appeasement is weer een geliefd scheldwoord geworden. Als de Amsterdamse burgemeester in overleg treedt met vertegenwoordigers van de Turkse of Marokkaanse gemeenschap, gedraagt hij zich als een Chamberlain – het andere geliefde scheldwoord. Ouwe koek dus wat die Pastors in z’n verkiezingsnood heeft bedacht. Toen de Vrede Nu-beweging in Tel Aviv of Jeruzalem nog wel eens een anti-oorlogs-mars organiseerde, hadden rechtse tegenstanders langs de hele route altijd vrijwilligers met een zwarte paraplu opgesteld. De paraplu van nooit meer München.

Gepast? Ongepast?

Als je maar kunt nagaan waar het vandaan komt. In navolging van zijn overleden leermeester wil Pastors altijd hardop zeggen wat hij denkt, en dan bedoelt hij dat hij altijd hardop zal zeggen wat hem niet bevalt. Hij noemt dat benoemen. Onthoud dat. Als iemand met stemverheffing over benoemen spreekt, hoef je verder niet na te denken: dat is iemand van Wilders, van Nawijn, van Pastors of van Rita Verdonk. En als zo iemand de Tweede Wereldoorlog nodig heeft om zijn punt te benoemen, weet je waar de klepel hangt.