Bronzen Adam voelt zich ‘een dure duiventil’

Zwolle is vol. Die conclusie van de plaatselijke commissie Beeldende kunst, die haar niet door iedereen in dank wordt afgenomen, leidde tot een uniek kunstbeleid: openbare kunst mag alleen als het immaterieel en tijdelijk is. „Zwolle staat al vol sculpturen, verkeersborden en reclame. Voor kunst of nieuwe straatverlichting zijn allemaal commissies nodig, maar het bedrijfsleven kan zomaar een grote lichtreclame plaatsen die alles wegdrukt. Moet kunst daar ook nog tegen opboksen?” zegt Leo Kools, voorzitter van de commissie. Alleen kunstenaars met een goed doordacht plan komen in Zwolle nog aan de bak.

„Het westen kijkt alleen naar het westen, maar in Overijssel durven ze echt hun nek uit te steken”, zegt kunstenaar Arnoud Holleman. Hij is betrokken bij SKOR (Stichting Kunst en Openbare Ruimte), dat lucht kreeg van het vooruitstrevende beleid van Zwolle en graag wilde meedoen. Dat kon. In samenwerking ontstond Call Me, een kunstwerk van Holleman zelf. Hij gaf het beeld van Rodin, de Adam, op het Grote Kerkplein, een telefoonnummer. Wie belt, krijgt het kunstwerk aan de lijn.

„Ik ben een echte Rodin, mijn papieren kloppen”, snauwt Adam de beller hooghartig toe. Hij is ooit aangekocht als prestigeobject, niet uit echte kunstliefde. Hij voelt zich miskend en ongelukkig. „Al veertig jaar gefriemel in mijn kruis en getrek aan mijn vinger”, verklaart hij de kleurverschillen in zijn bronshuid. „Ik ben een dure duiventil”. Na zeven minuten hangt hij op na de menselijke verzuchting „Ik heb zin om te roken.” Hij is dan wel eenzaam en bitter, maar in de eerste twee weken hebben al vijfhonderd mensen hem gebeld.

Zwolle eist van kunstprojecten dat ze rekening houden met het publiek, aanzetten tot participatie. Zo plaatste Rudy Luijters voor een epilepsiecentrum een grote lindeboom, rustgevender en functioneler dan welke sculptuur dan ook. Saskia Korsten richtte een tent in waar de mensenschuwe Italiaanse kunstenaar Luis Listoni in stilte zou werken. Wilde verhalen moesten de ronde doen en dat gebeurde. Doel: sociale cohesie bevorderen. De omwonenden waren in elk geval gemeenschappelijk not amused toen aan de waarheid aan het licht kwam. De linde, Listoni en Call me hebben gemeen dat ze contact zoeken met Zwollenaren. Maar ook schoppen alle drie tegen de autoriteit van kunst. Gooien ze in Zwolle zo graag tegen heilige huisjes? Kools: „Mensen moeten wel ernstig nadenken over wat kunst nog kan vertellen in een binnenstad.”

Helemaal uniek is Call me niet. Audio-boodschappen koppelen aan beeldende kunst begint al bijna een platgetreden terrein te worden – Egied Simons, Dick Verdult en het Hootchie Cootchie collectief hebben er al kunstprojecten in de buitenruimte een stem mee gegeven. Bij Adam bekruipt je dan ook het gevoel van een grap die je vaker gehoord hebt. Maar dat vergeef je Holleman. Want hij gebruikt Adams stem anders: hij zorgt dat een kunstwerk zich bewust is van zijn eigen bestaan. In de postmoderne literatuur struikelde je over personages die wisten dat ze gevangen zaten in een boek, in de beeldende kunst is dat nooit zo’n hype geworden.

Holleman blies Rodins Adam leven in en gaf het een bewustzijn van zijn eigen betekenis als kunstwerk in Zwolle. Al houdt hij er niet van postmodern genoemd te worden, Holleman geeft toe dat de deconstructie van mythes en werkelijkheden hem wel bezig houdt: „Is dit beeld Adam, een man, of een hoop brons?” Met die dubbelheid hoor je de Adam worstelen. Als je hem ’s avonds belt vanaf het plein, zijn alle horeca en monumenten uitgelicht, maar zelf staat hij in het donker. Dan begin je met het beeld mee te leven. Net zoals robots in films soms weten dat ze ‘maar’ een robot zijn, heeft dit kunstwerk een identiteitscrisis. En die hoort kunst ook te hebben, zeggen de kunstenaar en de opdrachtgever.

Arnoud Holleman, ‘Call Me – 0900 400 4242’, Grote Kerkplein 1, Zwolle. www.skor.nl