Boegbeeld van de ‘magische Magyaren’

In het rijtje voetballegendes Pelé, Johan Cruijff, Alfredo di Stefano, George Best en Maradona, hoort ook de vandaag overleden Hongaar Ferenc Puskas.

Ferenc Puskas (tweede van rechts) vormde samen met Raymond Kopa, Hector Ríal, Alfredo Di Stéfano en Francisco Gento in 1959 de fameuze voorhoede van Real Madrid. Foto AFP Real Madrid's players (from L) Frenchman Raymond Kopa, Rial, Argentinian-born Alfredo Di Stefano, Hungarian-born Ferenc Puskas and Gento pose together before the start of a Liga soccer match 06 June 1959 at Santagio Bernabeu stadium in Madrid. AFP PHOTO/MARCAMEDIA AFP

Ferenc Puskas was een voetbalvedette in een verkeerde tijd. Het professionele voetbal stond in de jaren vijftig en zestig, toen hij zijn triomfen vierde, nog maar in de kinderschoenen. En zo kon het gebeuren dat Real Madrid vorig jaar een benefietwedstrijd speelde voor zijn legendarische oud-aanvaller omdat hij zijn ziektekosten niet meer kon betalen. Puskas leed aan Alzheimer en verbleef de laatste periode van zijn leven in een verzorgingstehuis. Tot overmaat van ramp kostte het duel ruim acht ton meer dan het opbracht.

Zijn beker en andere trofeeën moesten door een Engels veilinghuis worden verkocht om de ziekenhuisrekening te kunnen betalen. Zo stierf Puskas financieel gezien in armoede, maar in andere opzichten had hij wel een rijk leven achter de rug.

Dat dankte ‘het kleine donderende kanon’ vooral aan een gouden linkervoet. Daarmee scoorde de kleine, gedrongen dribbelaar in 84 interlands 83 doelpunten. Ter vergelijking: Patrick Kluivert, topscorer van Oranje, kwam tot nog toe in 79 wedstrijden niet verder dan veertig doelpunten.

Puskas was een exponent van het revolutionaire 4-2-4-systeem dat de Hongaren na de Tweede Wereldoorlog onder aanvoering van coach Gustav Sebes introduceerden. Puskas c.s. schreven bovendien voetbalgeschiedenis door in 1953 het Engelse elftal voor het eerst na dertig jaar op het heilige gras van Wembley te verslaan, met 6-3. Het legendarische duel werd geleid door de Nederlandse scheidsrechter Leo Horn. Vier maanden later kregen de Britten in Boedapest pas echt een pak slaag: 7-1. Sindsdien werd gesproken over de ‘magische Magyaren’.

Die ploeg bereikte op het wereldkampioenschap van 1954 in Zwitserland zelfs de finale. Maar toen bleek West-Duitsland te sterk (3-2) ondanks een 0-2 voorsprong van de Hongaren die reeds na acht minuten op het scorebord stond. Puskas scoorde wel de tweede treffer, maar hij kon door een enkelblessure de wedstrijd niet naar zijn hand zetten. Hij speelde traag en strompelde over het gras. In de eerste confrontatie met de Duitsers had de dribbelkoning een doodschop gehad van Werner Liebrich. De Hongaren mochten het duel, dat niet meer van belang was voor de stand, met 8-3 winnen, maar hadden niet in de gaten dat de West-Duitse bondscoach Sepp Herberger zijn manschappen slechts één opdracht had gegeven: Puskas blesseren.

In 1956 rolden de Russische tanks Boedapest binnen. Puskas speelde weliswaar in het verleden voor de legerploeg van Honved, had zelfs de rang van majoor, maar hij was toch altijd de straatjongen uit Kispest gebleven. Hij had jarenlang een aardig extra inkomen gehad aan de smokkelwaar die hij meenam van zijn buitenlandse trips. Daar leek nu een einde aan te komen. Van de Russische vrijheidsbeperking moest hij dan ook niets hebben en tijdens een tournee wist hij tot groot verdriet van het Hongaarse volk naar Spanje te vluchten. Hij zou er pas 25 jaar later weer terugkeren. De wereldvoetbalbond bestrafte zijn daad met een schorsing van achttien maanden. Maar Real Madrid ontving Puskas met open armen. Ondanks zijn dertigjarige leeftijd en een beginnend buikje.

Bij de ‘Koninklijke’ beleefde hij nog enkele roemruchte jaren. Samen met Alfredo di Stefano en Gento vormde Puskas een befaamd trio. In de Europa Cup 1-finale van 1960 tegen Eintracht Frankfurt maakte hij vier treffers, Di Stéfano drie. De Duitsers werden met 7-3 verslagen. Zelfs in 1966 won Puskas met Real Madrid nog een keer de ‘cup met de grote oren’. Van 1960 tot en met 1964 werd hij vier jaar achtereen gekroond tot topscorer van de Spaanse competitie. In totaal was Puskas goed voor 780 doelpunten in 823 wedstrijden, een ongelooflijk aantal. Hij speelde zelfs ook nog enkele interlands voor het Spaanse elftal. De Spanjaarden gaven hem het predikaat ‘doelpuntenmaker van de eeuw’.

Na zijn voetballoopbaan was Puskas trainer van clubs in Griekenland, Zuid-Amerika en Egypte. Met Panathinaikos stond hij in 1971 in de Europa-Cupfinale tegenover Ajax. Puskas bekleedde nog even de functie van interim-bondscoach van de Hongaren. Hij nam al snel in gewicht toe, tot over de honderd kilo. Soms liet hij van zich horen. Over het fascistische gedrag van de Hongaarse club Ferencvaros bijvoorbeeld. En toen Ruud Gullit in 1994 niet mee ging naar het WK in de VS verkondigde hij aan de vooravond van de oefeninterland tussen Oranje en Hongarije dat de KNVB in actie moest komen.

Door de ziekte van Alzheimer kon Puskas zich steeds minder herinneren van de talrijke hoogtepunten uit zijn voetballoopbaan. De vele bekers en andere trofeeën in zijn appartement wist hij niet meer te plaatsen. Maar in de voetbalannalen zal de naam Puskas voor altijd verbonden blijven aan de schoonheid van het scoren.