Zorgverzekeraars willen kwaliteit en efficiency

`Stuitende subsidie`, `onethische belangenverstrengeling`: het zijn zware kwalificaties die in het commentaar in deze krant van 7 november worden toegedicht aan het convenant van de beroepsorganisatie van verloskundigen KNOV en Zorgverzekeraars Nederland (ZN). Wat is het geval?

In maart 2006 sloot ZN een overeenkomst met de KNOV. Door een subsidiestop van het ministerie van VWS dreigde de ontwikkeling van beroepsrichtlijnen en protocollen bij verloskundigen in gevaar te komen. Door de financiële steun van ZN kan de KNOV aan haar kwaliteitsbeleid blijven werken.

Het convenant heeft onder meer tot doel om het aantal keizersneden in geval van stuitligging te beperken door de eigen richtlijnen beter na te volgen. Het aantal keizersneden in Nederland stijgt al jaren, zonder dat dit duidelijk aantoonbare winst voor de gezondheid oplevert. Over de inhoud van de protocollen en richtlijnen hebben de zorgverzekeraars geen enkele afspraak gemaakt.

Zorgverzekeraars zijn er groot voorstander van dat zorgverleners de kwaliteitsnormen, vastgelegd in richtlijnen, beter navolgen. Daarmee wordt de zorg kwalitatief beter en doelmatiger.

Bij het vaststellen van richtlijnen geven zorgverzekeraars de voorkeur aan een multidisciplinaire benadering. Dat voorkomt domeindiscussies zoals die nu tussen de beroepsgroep van gynaecologen en verloskundigen gevoerd worden. Mochten wetenschappelijke inzichten er aanleiding toe geven dat de richtlijn van de verloskundigen veranderd moet worden, dan zullen de zorgverzekeraars met de verloskundigen en de gynaecologen een herziene richtlijn vragen.

In het contract met de KNOV is afgesproken dat zorgverzekeraars controleren of de beroepsbeoefenaren de eigen richtlijnen ook uitvoeren. Dat is iets anders dan `het prikkelen van verloskundigen met een subsidie om harde resultaten van de wetenschap te negeren`, zoals in het commentaar staat.