VVD-minister: rijke corporaties moeten de arme gaan helpen

Minister Winsemius presenteerde vandaag een plan om woningcorporaties te verplichten te investeren in zwakke wijken. „De minister kan een corporatie op haar hoofd slaan.”

„Als je zo veel weet over de situatie in probleemwijken, dan heb je geen excuus om niks te doen.” Minister Pieter Winsemius (VROM, VVD) kent geen twijfel: „Ga een keer naar Pendrecht of de Afrikaanderwijk in Rotterdam, waar de vlam behoorlijk in de pan zit. Er heeft daar echt een soort strijd om de openbare ruimte plaats. Bewoners die hebben afgehaakt, jeugd die afhaakt. Ga naar de westelijke tuinsteden in Amsterdam. Kijk eens naar die rapporten die spreken over negen harde gangs en meer dan tien groepen die op de rand zitten en dreigen af te glijden. Wij hoeven het probleem van de Franse banlieue niet op te lossen, maar ons eigen probleem is groot genoeg.”

Daarom moet het door de minister voorgestelde convenant tussen het Rijk en woningbouwcorporaties nog voor de formatie van een nieuw kabinet worden ondertekend, waarbij de corporaties zich verplichten fors te investeren in de fysieke en sociale infrastructuur van probleemwijken. „Dat is geen luxe maar noodzaak.”

Als er een goed plan komt, is het volgens Winsemius „niet meer dan logisch dat politiek Den Haag goed nadenkt wat ze wil doen met de miljardenvermogens van de wooncorporaties.” Dat geldt volgens hem ook voor zijn eigen partij, de VVD, die volgens haar verkiezingsprogramma 3,5 miljard euro wil afromen van de vermogens van de corporaties. „Dat hoeft dan niet meer want dan ligt er een goed actieplan voor investeringen in de wijken.” Volgens Winsemius hebben herstructureringen van wijken als Hoogvliet (Rotterdam) en de Bijlmer (Amsterdam) bewezen dat een brede aanpak werkt.

Wilt u in feite voorkomen dat de politiek geld van de corporaties weghaalt?

„Ik zeg tegen de corporaties: kijk nou uit, want als jullie niet zelf met iets komen dat beter is, dan gaat iedereen toch achter dat geld aan. Het kan mij niet schelen waar dat geld uiteindelijk vandaan komt, maar zeker is dat in die buurten wel wat moet gebeuren. Ik heb veruit het liefste dat daar een volwassen sector verantwoordelijkheid neemt met het maatschappelijke geld. Als je een sluitende afspraak hebt met de corporaties, dan heb je een fantastisch systeem, want dan gaan lui zelf nadenken. Er zitten dan in Nederland 500 corporaties na te denken met 2,5 miljoen huurders. Die bewoners moeten centraal staan.”

Moet Den Haag dan gaan meesturen in het gemeentelijke beleid van stadsvernieuwing en woningbouw?

„Dat moet Den Haag niet doen. Uitgangspunt is de woonvisie van de gemeente, in democratische wisselwerking met de gemeenteraad. Waarbij wooncorporaties idealiter wel inbreng hebben. Dan zeg je tegen de corporaties: kom maar met je voorstellen. Komt er niks, dan moet je als gemeente serieus met de corporaties gaan praten. Er komt dan een soort bemiddelaar (een systeem dat hier en daar al werkt, red.). Lukt het dan nog niet, dan kan de minister een corporatie op haar hoofd slaan, door bijvoorbeeld een ministeriële aanwijzing. Het convenant moet gaan over de inspanningsverplichting.”

Wat is de inspanningsverplichting?

„Per corporatie wordt een investeringsdoelstelling gegeven. Je kijkt dan naar de balans, inkomsten en uitgaven. Dan kun je zeggen hoeveel geld een corporatie te makken heeft op jaarbasis. Dan kun je spelregels maken, bijvoorbeeld een bepaald percentage van de investering in de huizen dat aan sociaal-economische doelen moet worden uitgegeven. Voor elke euro die je uitgeeft aan een huis krijg je een punt. Doe je het in een moeilijke wijk, of voor een aandachtsgroep zoals gehandicapten, dan krijgt je twee punten. Doe je het in een zeer moeilijke wijk of zeer moeilijke groep, daklozen bijvoorbeeld, dan krijg je drie punten. We spreken af dat je voor elke euro die je uitgeeft gemiddeld twee punten moet halen. Corporaties die dat puntental niet halen omdat ze niet in achterstandswijken zitten, moeten dan punten kopen van de andere corporaties. De bedoeling is dat de rijke corporaties zo de zwakke bijstaan en dat je het geld laat toevloeien naar de plaatsen waar het het meeste nodig is. Er zijn ook andere systemen denkbaar.”

Is er steun voor uw plan bij politiek en corporaties?

„De tijd is er rijp voor. En we hebben in de praktijk gezien dat de financiële inspanning voor stedelijke vernieuwing met de sociale component daarin werkt. Eerder wisten we dat niet met zekerheid. Dan heb je nu geen smoezen meer. Als mijn informatie goed is, zullen van de 50 grootste corporaties minstens 35 serieus willen praten. De vraag is of je de rijkere corporaties die buiten de Randstad zitten meekrijgt. Maar je kunt ook beginnen met een kopgroep.”

Zijn er dan financiële consequenties voor de woningbouwcorporaties die niet meedoen?

„Dat neem ik aan van wel. Je kunt denken aan een heffing.”

En wat te doen met corporaties die zich niet aan de afspraken houden?

„We willen een correctiemechanisme, als een corporatie opzichtig faalt. Dan moet je als puntje bij paaltje komt als overheid in staat zijn de raad van commissarissen eruit te zetten. Want je moet afspreken wat je doet met zwartrijders, corporaties die niet meedoen of zich niet aan de afspraken houden.”

Hoe moet de medezeggenschap van bewoners vorm krijgen?

„In Hoogvliet zijn referenda gehouden. Dat is de grootste herstructurering van Europa in aantal huizen. Er waren drie plannen voorgelegd, die alle drie goed werden gevonden. De deelgemeente koos plan A, de corporatie B en de bewoners C. Het werd C. Dan heb je geloofwaardigheid.”