Vredesmissie verliest het van wapengeweld

De opbouwmissie in Afghanistan is veranderd in een oorlog, waarin vooral burgers slachtoffer worden. De ‘Dutch approach’ komt niet van de grond, maar het is nog niet te laat, schrijft Mariko Peters.

Het gaat slecht in Afghanistan. Zo slecht, dat de hoogste NAVO-generaal in Afghanistan schat dat de situatie over 5 à 6 maanden onherroepelijk afglijdt. De oorlog is grimmiger geworden en de bevolking is cynisch. De troepen van Amerika en van de NAVO vechten in 2006 veel vaker dan in de jaren daarvoor. Er vallen meer slachtoffers dan ooit. Hele dorpen worden door de NAVO-troepen van de kaart geveegd, onschuldige burgers worden gedood of raken ontheemd. Terroristen maken steeds meer gebruik van zelfmoordbommen. Ze plegen aanslagen op scholen, hulporganisaties en overheidsfunctionarissen. Een Nederlandse kolonel verzuchtte dat het „dweilen met de kraan open” is, als de intocht van strijders uit Pakistan ongehinderd blijft doorgaan.

De Afghaanse regering en buitenlandse diplomaten verkennen nieuwe politieke strategieën om het tij te keren. De Afghaanse president Karzai wil samen met de Pakistaanse president Musharraf nog voor het einde van dit jaar een regionale bijeenkomst van stammenleiders (jirga) bijeenroepen. Hij wil ook met de Talibaan onderhandelen. Minister Bot heeft zich daar tijdens zijn bezoek aan Afghanistan vorige week bij aangesloten. Daan Everts, de senior civiele vertegenwoordiger van de NAVO in Afghanistan, zegt in deze krant dat de echte oplossingen in Afghanistan niet met militaire middelen kunnen worden bereikt. Ook de Afghaanse nationale Veiligheidsraad roept dat al maanden. Maar Kabul is het toneel van samenzweringen en intriges. Er circuleren lijstjes met alternatieven voor president Karzai. Er worden scenario’s bedacht waarin de burgeroorlog weer oplaait, of waarin het land langs etnische lijnen uiteenvalt.

Afghanistan staat dus zowel militair als politiek op springen. Er is een dringende behoefte aan meer creatieve en minder gewelddadige politieke uitwegen. Eigenlijk is het daarvoor rijkelijk laat, want het is moeilijk onderhandelen in oorlogstijd. Hoe kun je praten in de voortuin als de bommen inslaan in de achtertuin?

Ook Nederland is gevangene van dit dilemma. De wapens dreigen het te winnen van de woorden. 1700 Nederlandse militairen vechten in het zuiden van Afghanistan een zware strijd en zij komen niet toe aan de ‘Dutch approach’.

De ‘Dutch approach’ is volgens minister Bot een geïntegreerde inzet van militaire en diplomatieke instrumenten en wederopbouw. Daarin zijn corruptiebestrijding en versterking van goed bestuur even belangrijk als fysieke bestrijding van de Talibaan. Maar in de praktijk komt daar weinig van terecht. Want van iedere 10 dollar die donoren besteden in Afghanistan, gaat er 1 naar wederopbouw en 9 naar militaire missies.

Diplomatie en wederopbouw hebben het moeilijk in oorlogstijd. De inzet van militaire middelen is onvermijdelijk, want zonder buitenlandse troepen ontstaat er onmiddellijk een burgeroorlog. Maar op dit moment dragen de buitenlandse troepen ook bij aan verdere escalatie van geweld tegen „de bezetting door het heidense Westen”. Het aanvankelijke enthousiasme van de bevolking voor de door het Westen gesteunde regering-Karzai is veranderd in cynisme. Dat komt door het uitblijven van zichtbare wederopbouw en goed bestuur. De voortduring van de situatie van straffeloosheid voor mensenrechtenschenders heeft de geloofwaardigheid ernstig ondermijnd. En dat ligt niet alleen aan de militaire aanwezigheid, maar ook aan de diplomaten. Zo bleef de internationale gemeenschap machteloos toekijken hoe het land werd uitgeleverd aan oorlogsmisdadigers, drugsbaronnen en fundamentalisten. Bijvoorbeeld toen in 2005 krijgsheren en drugsbaronnen het verkiezingsproces verstoorden en zitting namen in het parlement. En toen president Karzai corrupte mensenrechtenschenders benoemde als politiecommandanten. Of toen deze week een ‘Vredescomité’ werd samengesteld uit notoire krijgsheren.

Het is ook moeilijk zaken doen met de weinig betrouwbare, incapabele Afghaanse regering. Het kabinet-Karzai heeft vele gezichten en is met even zovele dubieuze adviseurs omringd. Daardoor worden afspraken niet nagekomen, bijvoorbeeld over de beloofde versterkingen van het Afghaanse leger en de Afghaanse politie in Uruzgan. Die hadden er al ruim voor aanvang van de missie moeten zijn. President Karzai heeft nu andermaal aan minister Bot beloofd dat ze zullen komen. Ondertussen zitten de Nederlandse troepen er al bijna vier maanden. Of neem de steeds weer uitgestelde installatie van het presidentiële adviescomité voor politieke benoemingen in hoge publieke ambten. Dat comité is erg belangrijk om te zorgen voor een goed, integer en geloofwaardig bestuur dat het vertrouwen van de bevolking geniet.

Ik denk dat er voor de missie nog steeds mogelijkheden zijn. Maar dan moet er veel gebeuren.

Allereerst moet de dominantie van de militaire logica worden verlaten. Anders blijft het beeld bestaan dat het Westen liever burgerslachtoffers maakt en dorpen platgooit dan helpt om een democratie op te bouwen. Dat beeld is niet te veranderen zonder een zichtbare breuk met de door de Amerikanen gedomineerde oorlogspolitiek. De Verenigde Naties moeten daaraan tegenwicht bieden en het voortouw krijgen bij versterking van de diplomatie en wederopbouw. De Europese Unie moet zich daarvoor inzetten.

Het actieplan voor vrede, verzoening en gerechtigheid van december 2005 moet onmiddellijk worden ingevoerd. Het adviescomité voor politieke benoemingen dient meteen aan het werk te gaan. Het is de hoogste tijd dat de politiek en het bestuur worden verlost van krijgsheren, drugsbaronnen en oorlogsmisdadigers. Goede benoemingen zijn onmiddellijk zichtbaar voor de bevolking.

Betere samenwerking met Pakistan is cruciaal. In sommige delen van het land wordt al samengewerkt tussen Pakistan, Afghanistan en de NAVO, maar dit dient te worden uitgebreid. Pogingen tot niet-militaire vertrouwenwekkende maatregelen tussen Afghanistan en Pakistan verdienen grootscheepse steun. Het geplande vredesoverleg met stamleiders moet goed worden voorbereid en bewaakt. Er moet ook op worden toegezien dat de afspraken worden nagekomen. Bovendien dient er een oplossing te komen voor de drie miljoen Afghaanse vluchtelingen in Pakistan.

Er dient ruimhartige steun te komen voor alle projecten die zich richten op wederopbouw en versterking van de democratie. Er zijn veel Afghanen die hun nek willen uitsteken of hun medewerking willen verlenen, en die mogen niet worden opgeofferd. Nederland en andere donoren moeten tegemoetkomen aan de recente oproep van de humanitaire VN-organisaties om extra financiële steun voor de duizenden ontheemden. Het nationale actieplan voor vrouwen verdient alle steun. Er moeten plannen voor een grootscheepse versterking van de rechterlijke macht komen.

Het is te hopen dat het niet te laat is voor de diplomaten en wederopbouwers. Want deze jonge, fragiele democratie, die bijna bezwijkt aan het geweld, heeft nog een lange weg te gaan.

Mariko Peters is adviseur van de Afghaanse minister van Buitenlandse Zaken. Zij is kandidaat-Kamerlid voor GroenLinks.