Van de stemwijzer moest ik het zo doen

De invloed van sites als Stemwijzer en Kieskompas is nog nooit zo groot geweest.

„Zulke dwingelandij is onwenselijk.”

„Wat ga je stemmen”, vraagt een oude man in de trein van Leiden naar Amsterdam aan zijn reisgenote. „Ik weet het nog niet”, zegt zij. „Ik ga vanavond met mijn kleindochter de stemwijzer invullen.”

„Funest”, zegt Joop van Holsteyn, als hij het voorbeeld hoort. Holsteyn is bijzonder hoogleraar Kiezersonderzoek aan de Universiteit Leiden. De invloed van stem- en kieswijzers op het stemgedrag van mensen, zegt hij, is „echt veel te groot geworden”.

Veel kiezers weten nog niet wat ze volgende week gaan stemmen. Politieke partijen gaan ervan uit dat zwevende kiezers staan voor 40 tot 45 Kamerzetels. Uit onderzoek blijkt dat velen van hen voor het bepalen van hun stem gebruikmaken van bijvoorbeeld Stemwijzer of Kieskompas. Volgens de makers hiervan zijn er tot nu toe al 3,2 respectievelijk 1,1 miljoen adviezen afgegeven.

Stemwijzer en Kieskompas zijn volgens Van Holsteyn verworden tot een „opdringerige, dwingende adviseur van wie het advies de trekken krijgt van een bevel”. Hij verwijst naar het Nationaal Kiezersonderzoek van 2003. Op de vraag waarom kiezers voor bepaalde partijen hadden gekozen, gaven opvallend veel kiezers als antwoord dat dat „moest” van de stemwijzer. „Zulke dwingelandij is onwenselijk”, zegt Van Holsteyn. De Stemwijzer, opgezet als bescheiden hulpje en beperkte handreiking voor de zoekende kiesgerechtigde, heeft te veel invloed gekregen.

De opkomst en het succes van stem- en kieswijzers is, vindt Van Holsteyn, „ongekend”. In 1994 werd bij de Kamerverkiezingen de digitale Stemwijzer geïntroduceerd. Dat ging nagenoeg volledig aan het grote publiek voorbij. Ook in 1998 was het gebruik ervan met enkele duizenden uiterst bescheiden. De grote doorbraak was bij de Kamerverkiezingen van 2002 en 2003, toen ‘de eerste hulp voor zoekende kiezers’ letterlijk miljoenen keren werd geraadpleegd.

Dat bleef niet zonder gevolgen. In het kiezersonderzoek van 2003 gaf ongeveer eenderde van de ondervraagde kiesgerechtigden aan een stem- of kieswijzer te hebben bekeken. Van die groep zei één op de vijf dat het resultaat of de uitkomst ervan invloed had gehad op de partijkeuze. Relatief veel invloed bleek de stem- of kieswijzer te hebben op jongere kiezers, mensen die tamelijk politiek geïnteresseerd zeiden te zijn, kiezers die kort voor het stemmoment pas beslisten, en op mensen die wel eens van partij wisselen en aarzelden over de keuze.

Behalve een aantal one-issuewijzers, zijn er twee veel geraadpleegde stemwijzers die een breed spectrum beslaan: de Stemwijzer en Kieskompas, die door dagblad Trouw en de Vrije Universiteit werd gemaakt. „De Stemwijzer is qua vraagstelling en methode superslecht”, zegt professor André Krouwel, politicoloog aan de Vrije Universiteit en maker van KiesKompas. Ondanks alle kritiek die er in het verleden is geuit, werd de Stemwijzer niet echt aangepast. „Daarom hebben we er zelf een gemaakt, want de impact van dergelijke instrumenten wordt steeds groter.”

Kieskompas behandelt twaalf thema’s door middel van stellingen over de afgelopen kabinetsjaren. In vijf gradaties kan gereageerd worden op stellingen, van ‘helemaal mee eens’ tot ‘helemaal niet mee eens’. Het advies komt in de vorm van een positie op de politieke landkaart, geen stemadvies op één partij.

De Stemwijzer is veel te simpel om de werkelijkheid te vangen, vindt Krouwel. Hij wijst erop dat de Stemwijzer zich alleen baseert op programma’s. Kiezers laten zich ook beïnvloeden door geleverde prestaties van partijen. En de rol van de lijsttrekkers bij het stemgedrag groeit.

De makers van de Stemwijzer, het Instituut voor Publiek en Politiek (IPP), verwerpen deze kritiek en tonen aan dat de StemWijzer wel degelijk is aangepast. IPP-directeur Nel van Dijk typeert KiesKompas als een „spelletje Master Mind voor intellectuelen”. Zij denkt dat Kieskompas te ingewikkeld is.

Het IPP heeft op basis van programma’s en websites van partijen een groslijst van stellingen samengesteld, die aan de partijen is voorgelegd. Het IPP selecteerde vervolgens de dertig meest onderscheidende stellingen, over thema’s als integratie, zorg, ethiek, onderwijs, files, AOW, hypotheekrente, softdrugs. Bezoekers van de site kunnen de stellingen beantwoorden met ‘eens’, ‘oneens’ of ‘weet niet’. Aan het eind kan aangeven worden welke onderwerpen zwaarder wegen. In een apart scherm kan worden bepaald welke partijen worden meegenomen in het advies. Daarna komt er een ‘stemadvies’ dat in afnemende rangorde de politieke partijen laat zien.

„Kieskompas is genuanceerder”, vindt hoogleraar Van Holsteyn. „De methodiek is verfijnder, maar het is geen objectieve test. Stemwijzers blijven een hulpmiddel.”