Toon gezet in nieuwe mensenrechtenraad

De nieuwe VN-mensenrechtenraad zou zich niet te buiten gaan aan politieke spelletjes. Maar na de derde veroordeling van Israël staat zijn legitimiteit op het spel.

Een Soedanese diplomaat gebruikte al zijn spreektijd om de „monstrueuze Israëlische aanvallen op Palestijnse burgers” te veroordelen, evenals het feit dat het Israëlische leger „olijfbomen in Gaza met de grond gelijk maakt”. Maar de Israëlische ambassadeur vroeg waarom de VN-mensenrechtenraad, die pas vijf maanden bestaat, al voor de derde keer zíjn land veroordeelde, terwijl „gruwelijkheden elders, zoals in Darfur” tot nog toe onbesproken blijven.

Daarmee was de toon in de nieuwe mensenrechtenraad weer gezet. Bijna alle derde-wereldlanden, die in deze raad in Genève de meerderheid hebben, stemden gisteren voor een resolutie die door islamitische landen was ingediend: Israel werd berispt wegens een aanval, vorige week, op de Gazastrook waarbij 19 Palestijnse burgers werden gedood. Bijna alle westerse landen stemden tegen. Zij wilden dat de resolutie óók de Palestijnse beschietingen op Israel afkeurde. Maar omdat westerse landen in de raad in de minderheid zijn, dolven zij het onderspit: 32 landen stemden voor, acht tegen en zes (waaronder Frankrijk, het enige EU-land dat niet tegen stemde) onthielden zich van stemming.

Toch was de zitting meer dan het zoveelste robbertje vechten over het Midden-Oosten. De mensenrechtenraad is ingesteld om schendingen van de mensenrechten, wereldwijd, aan de kaak te stellen. Zijn voorganger, de VN-mensenrechtencommissie, werd onlangs opgeheven omdat zij er niet meer in slaagde om de grootste schenders aan de paal te nagelen. De raad moest een frisse start maken. Zónder de politieke spelletjes die zijn voorganger verlamden. Maar na vijf zittingen rijst bij velen de vraag of deze raad wel zo’n verbetering is.

Volgende maand besluiten de Verenigde Staten, die in maart tegen de oprichting van de raad stemden en er geen lid van zijn, of ze zich komend jaar alsnog verkiesbaar stellen. Belangrijk criterium daarvoor is dat de raad ook acute mensenrechtenschendingen in Birma, Soedan of Noord-Korea weet te veroordelen. Anders willen de VS niet meedoen. Gisteren noemde een woordvoerder van het State Department de Gazazitting „eenzijdig”. De „legitimiteit van de raad staat op het spel”, zei hij. Ook westerse diplomaten die vinden dat de VS op Guantánamo en elders een loopje nemen met de mensenrechten, zeggen dat een VN-orgaan waar ’s werelds grootmacht zijn handen vanaf trekt, een ramp is: als mensenrechten universeel zijn, moet de raad dat ook zijn. „Als de Amerikanen erin zitten, kun je ze bovendien ter verantwoording roepen,” redeneert een hunner. „Anders doen ze helemáál waar ze zin in hebben.”

Maar de Pakistaanse voorzitter van de islamitische landen vindt dat de raad er niet is om Amerika te plezieren. „Sommigen zeggen dat de frequente raadszittingen [tegen Israel] de universaliteit van de mensenrechten tot een lachertje maken. Maar er zijn sinds juni honderden Palestijnse doden gevallen. Moeten we daarover zwijgen? We wachten steeds tot anderen erover beginnen. Maar dat gebeurt niet.” Om de steun van westerse landen te krijgen, schrapte hij gisteren wat radicale woorden uit de resolutie. Maar omdat de islamitische landen bleven weigeren ook de Palestijnen tot de orde te roepen of over Darfur te praten, haalde dit weinig uit.

Op de volgende zitting, eind november, worden tientallen resoluties van en over andere landen behandeld. Waarnemers noemen dit „de ultieme test voor de geloofwaardigheid van de raad”.